nieuws

Unit-linkedfondsen presteren beter dan gewone fondsen

Archief

Het rapport ‘Marktverkenning beleggingsverzekeringen 1999’ levert niet alleen kommer en kwel op voor de levensverzekeraars. Zo is geconstateerd dat beleggingsfondsen die gekoppeld zijn aan verzekeringen beter renderen dan gewone beleggingsfondsen.

Door de inbreng van onderzoeksbureau Nyfer is het rapport ten opzichte van andere jaren verrijkt met gegevens over de prestaties van beleggingsfondsen. Nyfer drukt die prestaties uit in de zogeheten Sharpe-ratio, die het behaalde rendement combineert met het risico van de belegging. Het risico is af te meten aan de mate waarin de koers fluctueert.
Aan de hand van de Sharpe-ratio heeft Nyfer prestaties van gewone beleggingsfondsen (voor iedereen toegankelijk) vergeleken met unit-linkedfondsen (alleen toegankelijk voor houders van een levensverzekering). De fondsen zijn in vijf categorieën tegen elkaar afgezet: aandelenfondsen wereldwijd, aandelenfondsen Nederland, obligatiefondsen, vastgoedfondsen en mixfondsen.
3,2% extra
In drie van de vijf categorieën scoren de unit-linkedfondsen significant beter dan de gewone beleggingsfondsen. Het gaat om de wereldwijde aandelenfondsen, de Nederlandse aandelenfondsen en de mixfondsen.
Volgens de Nyfer-berekeningen bieden de unit-linkedfondsen in deze categorieën bij een gelijk risico meer rendement. Over de afgelopen drie jaar gaat het gemiddeld om een extra rendement van 3,2%.
Koppel daaraan de belastingaftrek die mogelijk is bij premiestortingen voor lijfrenteverzekeringen en de keuze lijkt snel gemaakt. Maar, zo waarschuwen de onderzoekers, de belastingvoordelen zijn vaak minder voordelig dan verzekeraars voorspiegelen, omdat de heffing op de uitkeringen (vrijwel) gelijk zijn aan de aftrek bij premiebetaling.
Kosten
Een ander element dat het rendement van een beleggingsverzekering negatief beïnvloedt, is de kostenpost van de verzekeraar. De onderzoekers hebben de kosten per verzekering in kaart gebracht en getotaliseerd. Daar was, ondanks de Code Rendement en Risico, wel het nodige rekenwerk voor nodig.
De verzekeringskosten zijn voor drie varianten berekend: voor een koopsomstorting van f 11.900, voor een 25 jaar lange maandbetaling van f 100 en voor een 15 jaar lange jaarbetaling van f 10.000. RoZeker, Centraal Beheer en Levob rekenen vaak de laagste kosten; Avéro, Generali en Nieuwe Hollandse Lloyd brengen over het algemeen veel kosten in rekening.
Eén duidelijke lijn wordt onderkend: “Over het algemeen zijn de kosten bij direct-writers lager dan bij intermediairverzekeraars. Klanten moeten een afweging maken of advies en begeleiding deze meerprijs van intermediairmaatschappijen waard zijn”, aldus de rapporteurs.
Netto productrendement
Hoge kosten zeggen op zichzelf nog niet veel, aangezien deze gecompenseerd kunnen worden door hoge fondsrendementen. Daarom zijn de netto productrendementen berekend: het fondsrendement minus het effectieve kostenpercentage.
De onderzoekers hebben de netto productrendementen berekend bij zes verschillende beleggingscategorieën (wereldwijde aandelen, Nederlandse aandelen, obligaties, vastgoed, liquiditeiten en gemengde fondsen). De berekeningen zijn gemaakt op basis van de rendementen die in de laatste drie, vijf en acht jaar zijn behaald.
Bij de 3-jaarsrendementen (15 jaar, f 10.000 premie, voor 50-jarige man) is FBTO in drie van de zes beleggingscategorieën te vinden bij de drie aanbieders met het hoogste productrendement. Nieuwe Hollandse Lloyd, een maatschappij met relatief hoge kosten, komt op basis van de behaalde fondsrendementen toch twee keer in de top-3 voor. Bij de laagste productrendementen staan Interpolis en AXA twee keer vermeld en Falcon drie keer.
Echter, ook bij het netto productrendement maken de onderzoekers nog een kanttekening. Er moet namelijk nog rekening gehouden worden met het risico van de beleggingsportefeuille: de mate waarin de koers op en neer gaat. Als de netto productrendementen worden gecorrigeerd voor het risico, ontstaat de Sharpe-ratio.
Bij de zes beleggingscategorieën staan Reaal en Zwitserleven drie keer bij de drie hoogste Sharpe-ratio’s. Falcon daarentegen bevindt zich vier (!) keer onder de laagste ratio’s. Marketingmanager Patrick van Hees van Falcon is daar niet gelukkig mee. “Laat duidelijk zijn: wij hebben geen bezwaar tegen openheid en ranglijsten.”
“Het gaat hier om een ranglijst op basis van een 3-jaarsrendement en één specifieke productvariant. De fondsen die met elkaar zijn vergeleken, zijn helaas niet allemaal hetzelfde. Om een voorbeeld te noemen: het wereldwijde aandelenfonds van Royal belegt ook in obligaties en vastgoed. Hun risicofactor is daardoor veel lager en dus de Sharpe-ratio veel voordeliger. Ik vind het onterecht als men op basis van één zo’n ranglijst gaat concluderen dat Falcon hoge kosten en lage rendementen heeft. Dat is niet correct.”
Het rapport ‘Marktverkenning beleggingsverzekeringen 1999’ is te bestellen bij Nyfer, tel. 0346-291.645. Tussenpersonen betalen voor het volledige rapport f 795 (incl. btw), verzekeraars moeten f 3.180 betalen. Een samenvatting van het rapport is f 265. Een aanvullende CD-rom kost f 75.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.