nieuws

U-rendement spoort beter dan t-rendement met de haalbare beleggingsrendementen

Archief

Met ingang van 1995 wordt het t-rendement als aanbevolen maatstaf voor pensioenverzekeraars voor overrentedeling en premiekorting op collectieve contracten, opgevolgd door een nieuwe maatstaf: het u-rendement.

Bij gebruik van de nieuwe ingewikkelder opgebouwde rendementsmaatstaf ‘u’ sluit de rentevergoeding aan de klanten aanzienlijk beter dan bij het t-rendement aan op de rendementsopbrengsten die verzekeraars werkelijk kunnen behalen op hun beleggingen voor de desbetreffende verzekeringsverplichtingen.
Voor ‘u’ is gekozen omdat dit de volgende letter na de ‘t’ is in het alfabet.
Overigens, het t-rendement wordt ook gebruikt als maatstaf voor rentewinstdeling bij individuele levensverzekeringen.
Na ingang van het u-rendement blijft het t-rendement vastgesteld worden voor bestaande contracten.
Directeur beleggingen J. Ubas van Nationale-Nederlanden schetste de situatie die noopte tot invoering van een nieuwe rendementsmaatstaf. Hij is voorzitter van de ad hoc ingestelde ‘studieclub t-rendement’, die voorstelde de nieuwe maatstaf in te voeren.
Voorwaarden
Het t-rendement is gebaseerd op een ‘mandje’ staatsleningen die moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
1. de verhouding coupon-rendement/effectief rendement moet liggen tussen 0,8 en 1,1;
2. resterende looptijd van de leningen moet minimaal 7 jaren zijn.
In gevallen dat minder dan 5 leningen aan deze voorwaarden voldoen, wordt de minimaal vereiste looptijd van 7 jaar teruggebracht in die mate dat precies 5 leningen binnen de grens vallen.
Het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) van het Verbond van Verzekeraars stelt elke halve maand de zogenaamde ‘deel-t’ vast op basis van dit mandje, het rendement dus. Het gemiddelde van de zes deel-t’s over de laatste drie maanden is het t-rendement wat maandelijks gepubliceerd wordt.
Het t-rendement is bedoeld voor verzekeringen met een looptijd van ongeveer 8 jaar. Als de maatstaf gebruikt wordt voor verzekeringen met andere looptijden, dan wordt in feite een verkeerd tarief gebruikt. Dat kan leiden tot het weggeven van te veel of te weinig rendement.
Dalende rente
Door de daling van de rente en door het verschijnen van staatsleningen met looptijden van 15 tot 30 jaar is in 1993 de inhoud van het mandje staatsleningen sterk gaan afwijken van de oorspronkelijk verwachte inhoud van staatsleningen van 7 tot 10 jaar. Medio augustus 1993 bijvoorbeeld was de gemiddelde looptijd van de 5 leningen in het mandje 13,3 jaar, terwijl de beleggingen voor de bewuste verzekeringen met overrentedeling en t-korting een gemiddelde looptijd hebben van 8 jaar. Dat betekende dat verzekeraars veel meer rente weggaven dan ze rendement op hun beleggingen volgens de achterliggende beleggingsschema’s konden kweken. Afwijken van de beleggingsschema’s om het hogere rendement te maken, betekent een aanzienlijke mismatch omdat de looptijd van de beleggingen dan niet spoort met de looptijd van de verzekeringen.
De oplossing voor het probleem is het u-rendement. Zelfs in gevallen van extreem hoge of lage beleggingsrendementen blijft het u-rendement op staatsleningen dicht in de buurt van de werkelijk haalbare beleggingsrendementen, aldus Ubas.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.