nieuws

Toezichthouder AFM is duidelijk: offreren alleen met brutorendement

Archief

Voorbeeldkapitalen in offertes van levensverzekeraars zijn binnenkort vergelijkbaar, althans als het aan de Autoriteit Financiële Markten (AFM) ligt. De toezichthouder gaat de regels uit de Financiële Bijsluiter verduidelijken in een brief aan verzekeraars: gij zult rekenen met brutofondsrendementen waar alle kosten nog van moeten worden afgetrokken, zo luidt de boodschap.

Onder ‘alle kosten’ vallen niet alleen de kosten van de verzekeraar maar ook die van het fondsbeheer. Vooral door die laatste categorie kosten in de berekening te betrekken, zullen de voorbeeldkapitalen straks lager uitvallen. En geschuif met kosten teneinde gunstiger te kunnen offreren, moet tot het verleden gaan behoren.
De financiële autoriteit kondigde de brief aan na afloop van een door Legal & General georganiseerde bijeenkomst voor kenners en belanghebbenden van de Financiële Bijsluiter. Naast de AFM-vertegenwoordigers Jakob Kaptein en Gé Overdevest waren in kasteel De Hooge Vuursche in Baarn vertegenwoordigers aangeschoven van het Verbond van Verzekeraars (Roel Wijmenga), NVA (Frank de Jong), NBVA (Martin Thies), Consumentenbond (Rob Dorscheid en Rob Goedhart), onderzoeksbureau MoneyView (Peter Post en Pepijn van Kleef), internettussenpersoon Independer (Edmond Hilhorst en Christiaan Wouter) en Legal & General zelf (Arno Dolders, Arthur de Haan en Hans Visser).
Correctie
Overdevest (AFM) verraste de aanwezigen tijdens de bijeenkomst door te stellen dat alle voorbeeldkapitalen volgens de regels nu al moeten worden berekend op basis van een brutorendement. “Dan kent u uw eigen definities zeker niet”, stelde L&G-directielid De Haan na de betreffende passage uit de voorschriften van de Financiële Bijsluiter te hebben voorgelezen. “Jawel hoor”, vond Overdevest desondanks. “Alledrie de rendementen (standaard 4%, pessimistisch én historisch) zijn bruto. Alleen bij het historische rendement is het brutorendement in de praktijk moeilijk te achterhalen, omdat fondsbeheerders zelf alleen het nettorendement noemen. Als je als verzekeraar met dat nettorendement gaat rekenen, dan zul je in je berekening in de offerte voor de vooraf in rekening gebrachte fondskosten nog een correctie moeten toepassen. Uiteindelijk moet er met brutorendementen worden gerekend en pas dan worden alle kosten in aftrek genomen.”
Wijmenga, voorzitter van de commissie Inzichtelijkheid van het Verbond van Verzekeraars, kon zijn oren niet geloven. “Ik weet zéker dat verzekeraars de regels goed volgen: het historische rendement is volgens uw voorschriften een nettofondsrendement. Ik durf er wel een krat champagne om te verwedden. Wat krijgen we nou toch? Zo creëert u het beeld dat wij de regels niet volgen en dat bestrijd ik.”
Sjoemelen
Legal & General-voorman Dolders viel zijn collega-verzekeraar bij. “Dit is een misverstand. Maar het gevolg is wel dat wij als verzekeraars op het voorblad van de offerte een eigen voorbeeldrendement toevoegen dat evenzeer een nettorendement is. Wij volgen daar namelijk de uitwerking van het historisch fondsrendement uit de bijsluiter. Ik wil dat benadrukken, omdat in de media het beeld is ontstaan dat verzekeraars sjoemelen met de cijfers. Dat is dus niet zo, wij volgen gewoon de bijsluiter.”
Namens MoneyView vroeg Van Kleef zich echter af waarom dat eigen voorbeeldrendement van de verzekeraars nu juist de definitie van het historische fondsrendement kiest (netto) en niet die van het standaardfondsrendement (bruto). “Ik kan er maar één uitleg aan geven: verzekeraars willen liever niet dat tussenpersonen en consumenten hun offertes goed kunnen vergelijken.”
“Onzin”, aldus Wijmenga. “Wij willen best wel naar een brutorendement toe. Er zijn echter redenen waarom dat niet zo is. Ten eerste omdat veel fondsbeheerders alleen het nettorendement publiceren. Dan krijg je in de praktijk dat Robeco zelf een rendement van 6% meldt en dat een willekeurige verzekeraar zijn polishouders meldt dat het Robeco-rendement 6,5% was. Die situatie willen we voorkomen. Ten tweede eist de Stichting Nationale Hypotheek Garantie in offertes een prognoserendement van 8% netto. En omdat veel levensverzekeringen gebruikt worden in combinatie met een hypotheek hebben wij als verzekeraars, in de herziene Code Rendement & Risico, afgesproken ons eigen voorbeeldrendement ook netto te doen.”
Boze tongen
Volgens de Stichting Nationale Hypotheek Garantie (NHG), niet aanwezig bij de bijeenkomst in Baarn, is de eis voor een nettorendement van 8% helemaal niet hard. “Ten eerste is die 8% een maximaal prognoserendement. In de praktijk zie je alleen dat vrijwel iedereen met 8% werkt”, aldus woordvoerster Lies van Lieshout. “Om praktische redenen en om eenduidigheid te krijgen hebben we enkele jaren geleden gezegd dat het prognoserendement een nettorendement is, dus na aftrek van de fondskosten.”
Boze tongen beweren dat de Stichting NHG doelbewust voor een nettorendement kiest, omdat dit hogere kapitalen oplevert dan een berekening met een brutorendement. En hoe hoger het kapitaal, hoe hoger de inkomsten voor de stichting. Van iedere hypotheeksom met NHG-garantie gaat namelijk 0,3% naar de stichting. “Dat heeft er niets mee te maken”, aldus Van Lieshout. “Sterker nog, wij hebben dat maximum van 8% ingevoerd om voorbeeldrendementen van 14% of 16% tegen te gaan. Wij willen namelijk graag dat consumenten hun lening kunnen aflossen en dat wordt met voorbeeldrendementen van 16% hoogst onzeker. Omdat brutorendementen leiden tot lagere voorbeeldkapitalen en dus lagere leensommen, zouden wij juist belang hebben bij het rekenen met brutorendementen. Dat beperkt onze risico’s. Het is dus juist andersom.”
Brief
De waarheid blijft in het midden, maar is eigenlijk niet meer relevant als het aan de Autoriteit Financiële Markten ligt. “Alle belanghebbenden willen met dezelfde grondslagen werken”, zo concludeerde Jakob Kaptein in Baarn. “Voor de vergelijkbaarheid is het noodzakelijk dat dit brutofondsrendementen zijn. Als iedereen dit belang ziet, dan heeft de AFM een rol om dit helder te definiëren. En dat zullen we dus doen.”
De brief van de AFM wordt naar alle waarschijnlijkheid nog deze week verstuurd. Een volledige evaluatie van de Financiële Bijsluiter staat gepland voor het najaar van 2003. Het totaaloordeel lijkt positief uit te vallen. Want één ding werd in Baarn duidelijk: alle betrokken partijen, van Consumentenbond tot Verbond van Verzekeraars, zijn blij met de komst van de bijsluiter.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.