nieuws

Toetsingscommissie: geen enkele maatschappij voldoet aan code

Archief

Van de 29 onderzochte levensverzekeraars heeft er vorig jaar niet één volledig voldaan aan de voorschriften van de Code Rendement & Risico. “Teleurstellend”, aldus Henk Neeleman, voorzitter van de toetsingscommissie, die eraan toevoegt dat niet alle overtredingen even zwaar wegen. Het Verbond van Verzekeraars klampt zich daaraan vast en zegt tevreden te zijn met de conclusies van de commissie.

De conclusies zijn te lezen in het tweede jaarverslag van de toetsingscommissie Code Rendement & Risico. In het jaar 2000 heeft de commissie zich voornamelijk geconcentreerd op de beoordeling van offertes. “De overweging hierbij is dat voor consumenten de offerte het bepalende document is bij hun uiteindelijke beslissing over het aangaan van een verzekering”, zo stelt Neeleman. Aan maatschappijen zijn twee offertes gevraagd voor een kapitaalverzekering met premiebelegging in aandelen, respectievelijk tegen periodieke premiebetaling en tegen koopsombetaling. Bij de offertes werd tevens het bijbehorende publieksmateriaal opgevraagd en zijn advertenties en commercials getoetst die de commissie onder ogen kreeg.
Van de 29 getoetste maatschappijen – zij vertegenwoordigen 80% van de levenmarkt – was er dus niet één waarbij de commissie geen opmerkingen bij het gepresenteerde materiaal hoefde te plaatsen. Het aantal afwijkingen per maatschappij varieerde van één tot elf; het gemiddelde was ruim zes. “Niet alle opmerkingen tellen even zwaar”, zo zwakt commissievoorzitter Neeleman de feiten af. Onder de overtredingen vallen zaken als: het geven van onduidelijkheid over de aard van het product, onjuist gebruik van de term sparen, het wekken van de suggestie van zekerheid, het wekken van de suggestie dat 100% van de betaalde premie wordt belegd, gebruik van eigen of onduidelijke termen en gegoochel met beheerskosten.
De commissie noemt de bevindingen “teleurstellend”. Het Verbond van Verzekeraars durft daarentegen te stellen “ingenomen” te zijn met de constateringen. “De code wordt door verzekeraars niet automatisch vlekkeloos toegepast”, aldus Verbondsdirecteur Eric Fischer. “Maar de commissie constateert een belangrijke verbetering bij de opzet en inhoud van dagbladadvertenties en verzekeraars volgen aanwijzingen van de commissie loyaal op. Een bewijs dat zelfregulering werkt. En belangrijker nog, het uiteindelijke doel van een goede voorlichting aan de consument over het levensverzekeringsproduct wordt daarmee bereikt.”
Resultaat of voorbeeld?
In het jaarverslag licht de toetsingscommissie de overtredingen nader toe. Zo valt onder ‘onduidelijkheid over de aard van het product’ het niet helder aangeven dat het product een lijfrentepolis, kapitaalverzekering of spaarkasovereenkomst is en dus geen beleggingsproduct. Verder wordt de consument regelmatig niet ingelicht over de langdurige looptijd van het contract, de categorie van de beleggingen, de fiscale regels of de regels bij afkoop.
Bij twintig maatschappijen zijn door de commissie “suggesties van zekerheid” gevonden “die niet passen bij de aard van een beleggingsverzekering”. Als voorbeelden worden de volgende zinsneden uit advertenties genoemd: “is uw rendement toch hoog bij een laag risico”, “omdat uw premie wordt belegd (…) komt u snel aan een hoog rendement” en “wordt met een lage premie een aanzienlijk kapitaal opgebouwd”. Verder hanteren verzekeraars soms de term ‘resultaat’ in plaats van ‘voorbeeldkapitaal’. “Onaanvaardbaar”, zo vindt de commissie.
Onduidelijk blijft in menige offerte dat niet de gehele premie wordt belegd. “In een enkel geval wordt zelfs de indruk gewekt dat 100% van de inleg wordt belegd en dat er verder geen kosten en eventueel risicoverzekeringspremies worden verrekend.” Storend is in de ogen van de commissie het veelvuldige gebruik van de term ‘sparen’. “Formeel verbiedt de code het gebruik van het begrip ‘sparen’ of daarvan afgeleide termen niet, maar de commissie acht een prominent gebruik ervan in strijd met de geest van de code”, zo laat voorzitter Neeleman weten.
Geschuif met kosten
Onder de veel voorkomende overtredingen valt ook het niet opgeven van de beheerskosten van het beleggingsfonds. Voorts constateert de commissie dat verzekeraars in het verslagjaar regelmatig hebben geschoven met kosten, veelal van verzekeraar naar beleggingsfonds, om zo hogere voorbeeldkapitalen te kunnen offreren. “In een enkel geval produceerde één maatschappij in twee offertes voor hetzelfde product twee verschillende voorbeeldkapitalen, alleen maar door bepaalde kostensoorten over te hevelen naar de beheerskosten.”
De commissie vindt dat geschuif met kosten onacceptabel. “Er kan geen misverstand over bestaan dat het niet is toegestaan in de beheerskosten van het beleggingsfonds kosten op te nemen die niet bij het fonds thuishoren, maar gerekend moeten worden tot de kosten van de verzekeraar.” Volgens de commissie wordt hiermee een van de uitgangspunten van de code ernstig verstoord, namelijk: een beter inzicht in de hoogte van de verzekeringskosten van een product en daaraan gekoppeld de mogelijkheid om de producten van verschillende maatschappijen te vergelijken.
Onderuitgehaald
De helft van de onderzochte verzekeraars hanteerde in uitingen eigen begrippen in plaats van de door de code voorgeschreven termen. Als verklaring geven de verzekeraars aan dat de termen “te ingewikkeld zijn of uit het oogpunt van marketing niet effectief”. Volgens de commissie is het hanteren van eigen begrippen niet toegestaan, omdat het de vergelijkbaarheid van producten belemmert.
Dat laatste geldt tevens voor het niet-vermelden van voorgeschreven rendementen (gemiddeld historisch fondsrendement, gemiddeld historisch fondsrendement minus afslag, standaardfondsrendement en productrendement). Elf maatschappijen lieten één of meer rendementen achterwege. Nog eens twaalf verzuimden de rendementen toe te lichten. Verder ‘vergeten’ vrijwel alle verzekeraars te melden of, en zo ja, van welke relevante indexreeksen gebruik is gemaakt voor het berekenen van het historische fondsrendement.
Bij 21 maatschappijen was er sprake van een afwijking in het Let Op!-blok. Erger vindt de commissie het verschijnsel dat de boodschap ‘Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ wordt gevolgd door het sterk benadrukken van de eigen beleggingsprestaties in de voorbije jaren. “Bedenkelijker was het gebruik van de Let Op!-tekst in enkele radioreclames. De verplichte Let Op!-tekst werd wel uitgesproken, maar door de inkadering in een tweegesprek en de toonzetting van de voorgeschreven Let Op!-zinsnede werd deze waarschuwing sterk gerelativeerd en feitelijk onderuitgehaald. De commissie heeft directe stopzetting van de radiocommercials verlangd, hetgeen is geschied”, zo meldt het jaarverslag.
Vijf maanden
Volgens de commissie aanvaarden maatschappijen zonder uitzondering de aanwijzingen. “Aan twee maatschappijen is gevraagd direct een inlegvel aan het informatiemateriaal toe te voegen en in drie gevallen is zelfs directe vernietiging van materiaal verlangd, wanneer de toevoeging van een inlegvel naar de mening van de commissie ontoereikend was. In negen gevallen heeft de commissie een maatschappij wegens het uitblijven van een toereikende respons moeten aanmanen binnen een bepaalde termijn de code naar behoren toe te passen. Aangezien deze maatschappijen zich vervolgens aan de opvattingen van de commissie conformeerden, is in geen enkel geval een sanctie opgelegd. Zelfregulering in het raam van code en het toetsingskader blijkt redelijk te hebben gewerkt”, zo luidt de conclusie.
De commissie vindt ook dat het overleg met maatschappijen soepeler is verlopen dan het jaar ervoor. “De doorlooptijden zijn niettemin nog te lang: tussen het opvragen van het publieksmateriaal en de toezegging dat het materiaal aangepast zal worden aan de eisen van de code, ligt in de helft van de gevallen vijf maanden of langer.”
Gelijk speelveld
De toetsingscommissie wacht met smart op invoering van het ‘kernpuntendocument’ per 1 januari 2002., ook wel ‘financiële bijsluiter’ genoemd. “De belangrijkste informatie over het aangeboden product – verzekering, kosten, rendementen, beleggingsrisico, verzekeringsrisico en fiscale regels – worden nu nog vaak verspreid over de offerte opgenomen. Dit gebeurt vooral als de consument naast de offerte één of meer productbrochures ontvangt”, zo benadrukt de commissie de noodzaak van een helder overzicht.
Wel pleit de commissie voor een gelijk speelveld voor alle aanbieders bij de informatieverstrekking over (hybride) financiële producten. Bij die aanbeveling sluit het Verbond van Verzekeraars zich van harte aan.
Direct ingaande lijfrente
Ten slotte adviseert de commissie de huidige code aan te passen aan de marktontwikkelingen. Daarbij wordt vooral gedoeld op de direct ingaande lijfrenteverzekering in beleggingseenheden. Speciaal van dat product zijn offertes opgevraagd en bestudeerd.
De direct ingaande lijfrente valt onder de Code Rendement en Risico en het informatiemateriaal moet derhalve aan alle daarin gestelde eisen voldoen. Vooral bij de gehanteerde rendementen plaatst de commissie een kanttekening. “De rendementen uit de code hebben betrekking op een periode van twintig jaar. Bij een kapitaalverzekering blijft de kans aanwezig dat relatief slechte jaren worden gevolgd door goede jaren, zodat het belegde vermogen van de verzekerde zich voor de expiratiedatum ‘herstelt’. Bij een lijfrente ligt dat anders. Een teleurstellende ontwikkeling op de financiële markten treft de lijfrentenier die een lijfrente in beleggingseenheden heeft direct.”
“Maar er is meer. Doordat bij een lijfrente periodieke lijfrentebetalingen aan het belegde vermogen worden onttrokken, heeft een eventueel herstel van de financiële markten bij een lijfrentenier alleen maar effect op een deel van zijn oorspronkelijke inleg. Dit geldt nog sterker voor lijfrentes van korte duur. De uitgangspunten van de Code passen derhalve niet goed bij direct ingaande lijfrentes.”
Henk Neeleman, voorzitter van de Toetsingscommissie Code Rendement & Risico, overhandigt het tweede jaarverslag aan Felix Cohen van de Consumentenbond (links) en Frits de Leeuw, voorzitter van de sector Leven van het Verbond (midden).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.