nieuws

Toch terugval in bonuskorting bij een verhaalbare cascoschade

Archief

Begin vorige week deed Richard van de Weerd, schadebehandelaar bij Kröller Boom Assurantiën in Amersfoort, een vreemde ontdekking. Hij stelde vast, dat op grond van het nieuwe verzekeringsrecht een cascoverzekeraar zijn verzekerde kan laten terugvallen in bonus-maluskorting, hoewel er sprake is van een aansprakelijke derde. Hieronder licht hij zijn ontdekking toe.

Door Richard van de Weerd
Een zoon heeft een aanrijding met zijn vader. De vader is op grond van het gemene recht aansprakelijk voor de schade aan de auto van zijn zoon. De zoon heeft een cascoverzekering gesloten bij verzekeraar X. Deze keert op grond van de verzekeringsovereenkomst de schade uit. Vervolgens tracht X de uitgekeerde schade terug te vorderen op de WA-verzekeraar van de vader.
Deze poging tot subrogatie zou zeker slagen op grond van art. 284 WvK wanneer de schade plaats zou hebben gevonden vóór 1 januari 2006. De vader wordt gezien als een ‘derde’ in de zin van voornoemd artikel. De cascoverzekeraar van de zoon heeft in zijn voorwaarden bepaald dat er geen bonusterugval plaatsvindt wanneer een schade volledig verhaald is. De zoon behoudt dus zijn bonuskorting.
Met ingang van 1 januari 2006 is art. 284 WvK vervangen door art. 7:962 BW. Ook op grond van art. 7:962 BW lid 1 kan de vader gezien worden als een ‘derde’. Wanneer de cascoverzekeraar van de zoon zijn vordering neerlegt bij de WA-verzekeraar van de vader, zal deze laatste de vordering afwijzen op grond van art. 7:962 BW lid 3 (dwingend recht o.g.v. art. 7:963 BW lid 1). Hierin staat onder meer: “…de verzekeraar krijgt geen vordering op (…) de bloedverwanten in de rechte lijn van een verzekerde…”. Hiervan is in deze situatie sprake. De cascoverzekeraar van de zoon kan op grond van het huidige verzekeringsrecht geen subrogatie plegen op de WA-verzekeraar van de vader. Omdat de cascoverzekeraar met de schade blijft zitten, zal de zoon per eerstkomende hoofdpremievervaldatum een terugval maken in zijn bonuskorting.
Geen terugval toepassen
Vóór 1 januari 2006 hadden zowel de zoon als de vader relatief weinig omkijken naar de schadeafwikkeling. Na 1 januari 2006 kan met name de zoon de dupe worden. De zoon moet na afwikkeling van zijn cascoschade zelf, of eventueel via zijn rechtbijstand-verzekeraar, zijn bonusterugval verhalen op de WA-verzekeraar van de tegenpartij.
De zoon heeft ook de mogelijkheid de schade niet te melden bij zijn cascoverzekeraar, maar rechtstreeks de WA-verzekeraar van zijn vader aan te spreken. De zoon kan dan geen gebruik maken van de eventuele voordelen die de cascopolis hem biedt. Een voorbeeld zou kunnen zijn, het verkrijgen van gratis vervangend vervoer op basis van Schadegarant, Topherstel of een soortgelijke regeling. De zoon kan in deze situatie maximaal 75% van de kosten van vervangend vervoer verhalen.
Om cascoverzekerden hierin tegemoet te komen, zouden cascoverzekeraars de voorwaarden zo kunnen aanpassen dat in een dergelijke situatie geen terugval wordt toegepast. Dit levert aan de andere kant een onaanvaardbare situatie op. Doordat er geen bonusterugval plaatsvindt gaat de veroorzaker vrijuit. De cascoverzekeraar kan niet subrogeren en de verzekerde kan geen verhaal plegen, daar er geen terugval plaatsvindt.
In een toelichting motiveert de minister van justitie het opnemen van lid 3 in art. 7:962 BW. Hij geeft aan dat regres op deze personen de relatie met de verzekerde zou kunnen verstoren, hetgeen niet wenselijk is (Kamerstukken II 1999/2000, 19529, blz. 44).
Je zou je in deze situatie kunnen afvragen in hoeverre het huidige verzekeringsrecht een verstoring in de onderlinge relatie tussen vader en zoon voorkomt.
in Amersfoort.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.