nieuws

T@F haalt en-blocclausule uit overlijdensrisicopolissen

Archief

De overlijdensrisicoverzekeringen van T@F Leven bevatten voortaan geen en-blocclausule meer. De wijziging geldt voor zowel nieuwe als reeds lopende risicoverzekeringen. Maatschappijen die de clausule wel hanteren, blijken daarbij uiteenlopende omschrijvingen te gebruiken.

T@F-directeur Sander Franken heeft bij de Liechtensteinse risicodrager Quantum Leben om verwijdering van de clausule gevraagd. “Dat is eigenlijk puur om commerciële redenen geweest en niet om actuariële redenen”, zegt Franken. “Quantum was bereid om de clausule te laten vervallen omdat wij sterk groeien.” T@F, ook de partij achter de risicoverzekering van Nationale HypotheekPas (NHP), krijgt inmiddels tegen de vijftig aanvragen per dag binnen.
Legal & General had afgelopen jaar kritiek op de claim dat NHP de laagste premie bood, omdat de polis de mogelijkheid van tussentijdse premieverhoging kende. “We kregen toch regelmatig te horen dat de premie weliswaar scherp is, maar dat de en-blocbepaling uiteindelijk de reden was om voor een andere aanbieder te kiezen”, aldus Franken.
De meerderheid van de aanbieders van overlijdensrisicoverzekeringen hanteert een en-blocclausule, waarmee de premie tussentijds verhoogd kan worden. Dat zijn onder meer Nationale-Nederlanden, Loyalis, Fortis ASR, Zwitserleven, Cardif, Generali, Ohra, Interpolis, Centraal Beheer, Avéro Achmea en Reaal.
Grote verschillen
De AFM uitte zich vier jaar terug zeer kritisch over en-blocclausules in levenpolissen. Die waren voor de toezichthouder onaanvaardbaar als in de polisvoorwaarden niet precies wordt aangegeven onder welke omstandigheden de premie eenzijdig kunnen worden gewijzigd.
De meeste clausules maken nog steeds melding van ‘uitzonderlijke omstandigheden die de continuïteit van de verzekeraar in het geding brengen’. De AFM laat desgevraagd weten de omschrijvingen in de voorwaarden nu wél aanvaardbaar te vinden en ziet geen reden voor verdere actie.
In de diverse en-blocclausules zitten desondanks nog grote verschillen: Zwitserleven beperkt zich tot de mededeling dat de maatschappij het recht van een en-blocwijziging heeft “als verzekeringsvoorschriften of bijzondere omstandigheden daartoe naar het oordeel van de maatschappij aanleiding geven”. Cardif bedient zich van een soortgelijke omschrijving. Generali houdt het helemaal kort: “De maatschappij heeft het recht het met de onderhavige dekking corresponderende premiegedeelte en/of de voorwaarden van deze verzekering en bloc dan wel groepsgewijs te herzien”, is de enige mededeling in de voorwaarden.
Bij Interpolis, Reaal, Ohra en Fortis ASR is aan de omschrijving toegevoegd wat onder uitzonderlijke omstandigheden moet worden verstaan. Bovendien staat in de voorwaarden dat een en-blocwijziging niet kan voortvloeien uit een aanpassing van de rekenrente of tegenvallende beleggingsopbrengsten. Opmerkelijk is dat Centraal Beheer een wijziging van de rekenrente juist wel als reden opvoert voor een en-blocwijziging.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.