nieuws

Terugwentelingsmogelijkheid lijfrentepremie-aftrek beperkt?

Archief

De terugwenteling van de betaalde lijfrentepremie is regelmatig onderwerp van discussie. Om die reden heeft de staatssecretaris van Financiën op 24 juni 1993 een Resolutie over deze materie gepubliceerd. Daarmee is de discussie echter nog niet beëeindigd; binnenkort gaat er over dit onderwerp geprocedeerd worden. Het gaat met name om de formele kanten van de procedure. Op de belastinginspecteur rusten bepaalde plichten en als hij die nalaat, is navordering niet meer mogelijk.

door Alfred Lagendijk en Marieke Goemans
Het Hof van Leeuwarden heeft op 9 mei van dit jaar bepaald dat in het betreffende geschil terugwenteling van de lijfrentepremie toch mogelijk was, ondanks het ontbreken van een daartoe strekkend verzoek. Belanghebbende trok jaarlijks de door hem vóór 1 juli betaalde lijfrentepremies af in de aangifte inkomstenbelasting van het jaar daarvoor. De inspecteur beschikte over de polis waaruit duidelijk bleek dat belanghebbende jaarlijks deze premies moest betalen.
Daar de aftrek van premies in de aangifte over 1995 op geen enkele wijze was onderbouwd, lag het voor de hand dat het de terugwenteling van premies 1996 betrof. De inspecteur had moeten constateren dat het verzoek om terugwenteling ontbrak en hij had de belanghebbende in de gelegenheid moeten stellen dit verzuim te herstellen. Het Hof verwijst hiervoor naar de Resolutie van 24 juni 1993 waarin dit is geregeld. Kortom, indien de verzekeringnemer niet tijdig een verzoek bij de inspecteur heeft ingediend om terugwenteling van lijfrentepremies naar het daaraan voorafgaande jaar, dient de inspecteur de belanghebbende in de gelegenheid te stellen dit verzuim te herstellen!
Verzoek om terugwenteling
Belastingaangiften dienen in beginsel vóór 1 april van het volgende kalenderjaar te zijn ingediend. Bij de aangifte kan worden aangegeven dat van de mogelijkheid van terugwenteling gebruik zal worden gemaakt. De definitieve afwikkeling van de aangifte kan plaatsvinden, nadat de premiebetalingen hebben plaatsgevonden.
Hoofdregel is dat de lijfrentepremie moet zijn betaald in het betreffende kalenderjaar. Een premiebetaling voor een gefacilieerde lijfrenteverzekering die plaatsvindt binnen een periode van zes maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar, wordt in beginsel op verzoek nog in aanmerking genomen in het betreffende kalenderjaar. Hieraan wordt op het aangifteformulier inkomstenbelasting geen aandacht besteed. Dit betekent dat de verzekeringnemer/belastingplichtige daartoe zelf een verzoek aan de Belastingdienst moet richten. Indien de omvang van de lijfrentepremie nog niet vóór 1 april bekend is, kan een verzoek bij de Belastingdienst worden ingediend om de inlevertermijn van het aangiftebiljet te verlengen tot 1 juli. Als de lijfrentepremie vervolgens wordt betaald na het indienen van de aangifte doch vóór 1 juli, dan mag deze lijfrentepremie in het voorafgaande jaar in aftrek worden gebracht mits het verzoek daartoe vóór 1 augustus van het jaar van betaling bij de Belastingdienst binnenkomt.
De terugwenteling van de lijfrentepremie is ook mogelijk als de lijfrenteverzekering ingaat op 1 juli, maar de premie betaald is vóór 1 juli. Het criterium is het moment waarop is betaald. Vereist is derhalve dat de premies daadwerkelijk het vermogen van de premiebetaler hebben verlaten. In geval van een girale overboeking is de afschrijvingsdatum bij de verzekeringnemer van doorslaggevende betekenis en dus niet de valutadatum bij de verzekeringsmaatschappij.
Aangifte IB 2000
Ingevolge het belastingplan 2000 is met ingang van 2000 de mogelijkheid van terugwenteling van de eerste tranche (van f 6.179), dat wil zeggen lijfrentepremies waarvoor de vaste basisaftrek geldt, niet meer van toepassing. Lijfrentepremies die worden betaald om de eerste tranche te benutten, kunnen in 2000 alleen worden afgetrokken als ze in het jaar 2000 zelf zijn betaald. Terugwenteling blijft wel mogelijk voor de benutting van de tweede tot en met de vijfde tranche. Dit betekent dat de daarvoor betreffende premie die vóór 1 juli 2001 is betaald, in 2000 in aanmerking kan worden genomen.
Deze terugwenteling geldt niet voor oud-regime lijfrenteverzekeringen tegen premiebetaling van vóór 16 oktober 1990 en koopsompolissen van vóór 1 januari 1992. Let op, ondernemers die direct zijn getroffen door de mond- en klauwzeercrisis kunnen lijfrentepremies over 2000 voor de tweede tot en met de vijfde tranche nog tot 1 oktober 2001 betalen (in plaats van 1 juli 2001). Deze ondernemers hebben dus nog tot 1 oktober van dit jaar de tijd om hun premie te betalen.
Aangifte IB 2001 en 2002
Nu in de Wet Inkomstenbelasting 2001 wederom een, zij het beperktere basisruimte van f 2.283 voor lijfrenten is opgenomen, wordt de mogelijkheid van terugwenteling ter zake van premiebetalingen voor de benutting van de basisruimte in overeenstemming gebracht met de ingevolge het belastingplan 2000 gerealiseerde wijziging. Dit betekent dat de premies ter benutting van de basisruimte in het kalenderjaar zelf moeten worden betaald. Dit geldt tevens voor de zogenaamde inhaalruimte.
Terugwenteling blijft wel mogelijk voor de benutting van de jaarruimte, de omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente en de omzetting van de stakingswinst in een lijfrente. Mocht de belastingplichtige in het kalenderjaar geen gebruik hebben gemaakt van de basisruimte en na afloop van het kalenderjaar in aanmerking komen voor de jaarruimte, dan staat toch het gehele bedrag van de jaarruimte voor terugwenteling open.
Voor de kalenderjaren 2001 en 2002 geldt een tijdelijke verlenging van de termijn voor de terugwenteling. Voor deze twee jaren bedraagt de termijn voor de terugwenteling twaalf in plaats van zes maanden. Verzekeringsmaatschappijen zijn verplicht om binnen vijf maanden na afloop van het kalenderjaar een opgaaf te doen van de waardeaangroei van de pensioenaanspraken. Voor de belastingjaren 2001 en 2002 is deze termijn verlengd naar tien maanden, dus dient de waardeopgave voor 1 november op de deurmat van de verzekerde te vallen.
Conclusie
Let er goed op dat voor de aangifte inkomstenbelasting over 2000 de verzekeringnemer het bedrag van de eerste tranche ook daadwerkelijk in 2000 heeft betaald! De tweede tot en met vijfde tranche moeten uiterlijk vóór 1 juli 2001 betaald zijn.
Voor de aangifte inkomstenbelasting over 2001 moet de basisruimte en de inhaalruimte nog dit jaar betaald worden aan de verzekeringsmaatschappij, tenzij dit jaar al vaststaat dat er over 2001 een pensioentekort is. In dat geval staat het gehele bedrag van de jaarruimte voor terugwenteling open en kan het gehele bedrag van de jaarruimte – inclusief de basisruimte – in de eerste helft van 2002 met een uitloop tot 1 januari 2003 worden betaald. Vergeet niet uw klanten erop te wijzen om bij de belastinginspecteur een verzoek tot terugwenteling in te dienen. Dat voorkomt discussie met die inspecteur zoals in de uitspraak van 9 mei.
Tot slot wijzen wij erop dat gebruikmaking van de terugwentelingsperiode leidt tot uitstel van de definitieve afwikkeling van de aangifte. Het is dus zaak om na het verzoek om uitstel en/of zodra de pensioengegevens bekend zijn de lijfrentepremie binnen de uitstelperiode aan de verzekeringsmaatschappij te betalen en door middel van de (aanvullende) aangifte de inspecteur op de hoogte te brengen.
en juridische sectie Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.