nieuws

Ten onrechte Nederlands legitimatiebewijs verlangd bij aanvraag

Archief

consumptief krediet

Omdat enkele aanvragers van een consumptief krediet geen kopie van een geldig Nederlands legitimatiebewijs konden overleggen, werd de aanvraag afgewezen. Volgens de Commissie van Toezicht van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN) “leiden de door de financier gebezigde normen tot een vorm van indirecte discriminatie.”
Voornoemde zaak is beschreven in het jongste jaarverslag van de VFN. Het was de enige ontvankelijke klacht die in 1994 bij de Commissie van Toezicht werd ingediend.
“Aanvragers vroegen een lening aan waarbij de benodigde kopieën van legitimatiebewijzen en loonstrookjes ter beoordeling naar de hoofdvestiging van de financier werden gestuurd. Behandeling van de aanvraag aldaar resulteerde in een afwijzing. De aanvragers ontvingen hiervan een schriftelijke bevestiging.” Aan de orde is de vraag, aldus de Commissie van Toezicht, of de afwijzingsgrond van de financier (geen geldig Nederlands legitimatiebewijs) juist is, of dat sprake is van indirect onderscheid naar nationaliteit, omdat “de door de financier geaccepteerde legitimatiebewijzen niet beschikbaar zijn voor niet-ingezetenen”. De commissie overweegt, dat in de wet is bepaald aan de hand waarvan de identiteit van natuurlijke personen kan worden vastgesteld (Wet Identificatie bij financiële dienstverlening). De wet schrijft voor in welke situaties identificatie verplicht is. Het verstrekken van consumptief krediet valt niet onder deze criteria. Naast wetgeving bestaan de interne richtlijnen van de VFN, zoals aangenomen door de algemene ledenvergadering in 1993. De Commissie van Toezicht stelt vast, dat de betrokken financier zich bij de beoordeling van de onderhavige kredietaanvraag niet heeft gehouden aan deze interne richtlijnen. “De maatschappelijke ontwikkelingen en normen voor legitimatiebewijzen zijn in beweging; van financiers mag worden verwacht dat zij deze ontwikkelingen volgen. De Commissie van Toezicht onthoudt zich van een algemeen oordeel over de al dan niet toereikendheid van de bestaande legitimatiebewijzen.” Hoe dan ook: het door de betrokken financier gehanteerde criterium voor legitimatiebewijzen was onjuist en de klacht was derhalve gegrond. “De aanspraak van klagers op een vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.