nieuws

Studenten kunnen verzekeringsbaan krijgen die ze willen

Archief

‘Verzekeringsstudenten’ aan HBO en universiteit weten heel goed bij welke werkgever ze na hun studie willen werken en in welke functie. Mede door het huidige vraagoverschot in verzekeringsland krijgen ze vrijwel altijd de baan die ze willen. “Je moet gezien de situatie op de arbeidsmarkt haast wel stro in je hoofd hebben om niet ergens in de verzekeringsbranche met open armen ontvangen te worden”, typeert Dick de Jong, docent verzekeringsleer aan de Hogere Economische School (HES) in Rotterdam, de gunstige uitgangspositie voor studenten in het wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs met verzekeringen in het pakket.

Volgens een Amerikaans onderzoek hebben (hoge)school- en universiteitsverlaters vooral een voorkeur voor het werken bij grote en bekende bedrijven. Voor de Nederlandse verzekeringsbranche gaat die Amerikaanse trend maar slechts ten dele op. Behalve voor de grote concerns kiezen studenten ook bewust voor middelgrote verzekeraars en makelaars en zelfs voor het werken op een assurantiekantoor, zo blijkt uit een steekproef onder laatstejaarsstudenten aan de Amsterdamse Academie, HES en de Ichthus Hogeschool, hun docenten/studiebegeleiders en HBO- en WO-ers die afgelopen jaar in de verzekeringsbranche zijn gaan werken.
HES-docent De Jong is één van degenen die onder studenten een duidelijke voorkeur waarneemt voor een baan bij grote concerns. Al erkent hij dat daarbij een rol speelt dat zijn school in Rotterdam is gevestigd. “HES-studenten in Leeuwarden of Eindhoven kunnen in hun regio uit minder grote concerns kiezen.” Hij vindt bijval bij een aantal ‘verzekeringsrookies’, die dit jaar bewust zijn gaan werken bij een groot verzekeringsbedrijf.
Sonja Janicijevic (trainee bij Aon), Sandor van Doorn (productmanager ABC Spaarplan bij Amev), drs. Kim de Graaff (marketing communicatiemanager bij Aegon), Wouter Claessens (functioneel beheerder bij Delta Lloyd Schade) en zijn Leven-collega mr. Maartje Los (afdeling privé-verzekeringen) noemen de grote variëteit aan functiemogelijkheden, de faciliteiten voor verdere ontplooiing en doorgroeikansen als voornaamste redenen voor hun keuze. Al geeft laatstgenoemde aan primair om een andere reden voor Delta Lloyd te hebben gekozen. “Ik wilde per se beginnen in de verzekeringsbranche, omdat ik tijdens mijn rechtenstudie werd gegrepen door het verzekeringsrecht. Mijn afstudeerscriptie ging er zelfs over. Tijdens diverse door mij bezochte bedrijvendagen was Delta Lloyd eigenlijk het enige verzekeringsbedrijf dat zich aldaar presenteerde. Daarbij sprak de informele bedrijfscultuur en de nadruk op teamwork mij bijzonder aan.”
Wouter Claessens voegt daar aan toe: “de platte organisatie en de ‘jeugdige geest’ in denken en doen. Als je hier een idee hebt, dan krijg je de ruimte en mogelijkheden om dat uit te werken”, aldus de afgestudeerde levensmiddelentechnoloog, die bij Delta Lloyd in feite de baan zegt te hebben die hem ooit voor ogen stond, zij het in een andere branche.
Sonja Janicijevic zegt voor Aon te hebben gekozen vanwege de mogelijkheid als trainee aan de slag te kunnen gaan. “Daarnaast speelden de directe klantencontacten, het internationale karakter van het werk en de tijdens mijn studie verkregen interesse voor riskmanagement een rol. Zo ook de leuke sfeer, die ik tijdens mijn stage reeds had ervaren.”
Het bedenken van allerlei marketingacties en -plannen voor grote groepen consumenten en de goede secundaire arbeidsvoorwaarden waren voor Sandor van Doorn aanleiding een baan bij Amev te aanvaarden. “Prettige bijkomstigheid is dat ik dichtbij huis kan werken.”
Kim de Graaff zegt bij Aegon vooral gecharmeerd te zijn van de brede opleidingsmogelijkheden en training on the job (niet eerst in een ‘klasje’); de flexibele werktijden vormden een pré. “Mij staat nog niet exact voor ogen naar wat voor baan of functie ik uiteindelijk wil toegroeien. Ik wil in elk geval verder leren, mezelf verder bekwamen in mijn werk en uiteindelijk ook hogerop.” Woorden waarmee zij in feite de ambities en instelling van de meeste verzekeringsstudenten en haar eerstejaars-collega’s weergeeft. Het salaris is niet onbelangrijk, doch doorgaans van secundair belang.
“Studenten stromen breed uit”
Bij zowel de Amsterdamse Academie als de Ichthus Hogeschool in Rotterdam zien ze bij de start van de opleiding dat de gedachten van studenten weliswaar in eerste instantie uitgaan naar grote verzekeringsbedrijven, maar ook dat dit naarmate de opleiding vordert minder wordt. “Studenten stromen na hun studie breed uit: zowel naar grote concerns, maar ook naar middelgrote verzekeraars en assurantiekantoren”, zegt Ad van Blokland van de Amsterdamse Academie.
Carin Visser, die bij de Amsterdamse Academie ging studeren omdat zij een baan in de accountancy of het bankwezen ambieerde, wist bijvoorbeeld na één week colleges zeker dat het de verzekeringsbranche zou worden. Stages bij een verzekeraar en twee assurantiekantoren maakten haar duidelijk dat zij bij een tussenpersoon wil werken. “Dat is helemaal top, vanwege de verscheidenheid aan werkzaamheden en vooral de persoonlijke band met klanten. Ik heb op beide stage-adressen veel geleerd en ervaring opgedaan. Bovendien is de sfeer bij het intermediair informeler dan bij een verzekeraar. Dat ligt mij beter”, aldus de studente, die nog zegt te twijfelen tussen een baan bij een kleiner assurantiekantoor of het werken op een schadeafdeling van een groter kantoor. “Dat lijkt me ook tof!”
Mr. Harrie de Bruin, programmamanager Insurance & Financial Planning bij Ichthus, heeft het idee dat de huidige, tevens eerste lichting in deze afstudeerrichting (acht personen) sterk de voorkeur heeft voor werken op een assurantiekantoor. Hij schrijft dat onder meer toe aan de stages bij assurantiekantoren, die doorgaans als veel interessanter worden ervaren dan bij verzekeraars. “Wat mij verder opvalt, is dat de studenten bij de start van de studie vooral geïnteresseerd zijn in een baan in de buitendienst of een andere commerciële functie, maar dat gedurende de studie ook belangstelling ontstaat voor andere management- en leidinggevende functies.”
Ichthus-studente Sabrina van Meijnsbergen is daar een voorbeeld van. “Voor een commerciële functie mis ik een vlotte babbel. Het liefst zou ik gaan werken op een schadeafdeling van een middelgrote makelaar of assurantiekantoor.” Ook medestudenten Hendrik-Jan Wind en Houria Bouallouch kiezen bewust voor een assurantiekantoor. Bij eerstgenoemde heeft dat mede te maken met het thuisfront: zijn vader heeft een assurantiekantoor in Heerenveen, dat hij in de toekomst wel zou willen overnemen. “Met name het advies- en buitendienstwerk trekt me aan. Bij het intermediair is bovendien geen dag hetzelfde. Dat maakt het werken er zo boeiend.”
Dat laatste heeft Houria ook ervaren tijdens haar stages. “Bij een assurantiekantoor houd je je met meer verschillende werkzaamheden en vakgebieden bezig dan op een afdeling van een verzekeraar. Je hebt er meer direct contact met klanten en ook meer verantwoordelijkheden. Dat vind ik leuker.”
Duale traject
Het is dan ook zo goed als zeker dat Houria na de zomer aan de slag gaat bij een assurantiekantoor. “Ik heb al diverse aanbiedingen op zak. Ik kan onder meer terecht bij het kantoor waar ik stage heb gelopen.” Haar verhaal staat niet op zich. Heel veel collega-studenten zijn al verzekerd van een baan na hun studie of kunnen kiezen uit diverse opties.
Zo ook Leonie Smit, die dit jaar afstudeert aan Amsterdamse Academie. Zij heeft inmiddels een baan aanvaard als business controller bij Zurich, het bedrijf waar zij momenteel stage loopt op de afdeling employee-benefits. “Ik wilde me graag bezighouden met financiële zaken, dus dit is in feite de baan die mij voor ogen stond. Bovendien zijn er voldoende mogelijkheden me hier verder te ontwikkelen en door te groeien. Bijkomend voordeel is, dat ik tijdens mijn stageperiode heb ervaren dat je hier geen nummer bent, de lijnen kort zijn en de sfeer prettig is.”
Een andere trend van de laatste tijd is dat studenten naast hun studie reeds werken bij een verzekeringsbedrijf. Volgens Dick de Jong voorziet dit ‘duale traject’, dat de HES een jaar of drie terug heeft ingevoerd, in een behoefte bij zowel studenten als het bedrijfsleven. “Met name middelgrote makelaars en verzekeraars zien hierin een middel om goede krachten binnen te halen én te houden.”
Dagmar Baars is daar één van. Vier dagen in de week werkt zij bij het jonge levenbedrijf Leidsche Verzekering Maatschappij in Rotterdam, één dag zit ze in de collegebanken. Het bevalt haar uitstekend. “In de praktijk leer je nu eenmaal veel meer. Doordat ik bij een klein bedrijf werk doe je van alles: van het maken van een kopietje tot het beoordelen van een aanvraag. Een groot bedrijf hoeft voor mij niet zo. Ik vind het prettig dat ik weet wie de directeur is en dat hij mij ook kent.” Dat ook haar werkgever tevreden is over de samenwerking, blijkt uit het feit dat de twee jaar durende stage wordt omgezet in een definitief arbeidscontract.
Stage als wervingselement
Van Blokland raadt werkgevers aan niet te wachten tot studenten in de eindfase van hun studie zitten, maar zich al in een eerder stadium aan studenten te profileren. Bijvoorbeeld door middel van het organiseren van bedrijvendagen (in house-dagen), het geven van gastcolleges en het bieden van stageplaatsen. “Stages worden steeds vaker ingezet als wervingsinstrument Een goede en aantrekkelijke presentatie naar studenten vergroot de kans op de gewenste nieuwe personeelsleden.”
Ook Dick de Jong adviseert verzekeringsbedrijven stageplaatsen aan te bieden. “Meer dan eens zie je dat studenten uiteindelijk gaan werken bij een bedrijf waar ze ooit stage hebben gelopen. Investeer daarom in stageplaatsen en maak ze leerzaam en attractief voor de studenten. Dat vergroot de kans op succes.”
Praktijkgerichter
Aan dat attractieve schort het nogal eens, zo blijkt uit de reacties van veel studenten. Carin Visser zegt mede op basis van opmerkingen van medestudenten het gevoel te hebben dat werkgevers onvoldoende nadenken over de invulling van een stage(opdracht) en zich hierbij soms zelfs met een Jantje van Leiden van afmaken.
Dagmar Baars vindt het jammer dat stage-opdrachten dikwijls los van het echte werk staan. “In mijn ogen hebben verzekeringsstudenten er veel meer aan te leren hoe het er bij een bedrijf echt aan toe gaat. Laat hen daarom gewoon meewerken.”
Die woorden zijn koren op de molen voor de drie Ichthus-studenten. “Bedrijven moeten ervoor zorgen dat een stage niet te eentonig of te saai wordt, bijvoorbeeld door stagiaires aan alle voorkomende werkzaamheden mee te laten doen”, vindt Sandra van Meijnsbergen. “Wij hebben hierdoor veel geleerd, meer dan op school”, vult Hendrik-Jan Wind aan. “Door daadwerkelijk mee te kunnen werken, was de stage bij het intermediair veel interessanter en leuker dan bij een verzekeraar”, zegt Houria Bouallouch.
De wens naar meer praktijkgerichtheid geldt overigens voor de gehele opleiding. “Maak die praktijkgerichter en stimuleer studenten relevante werkervaring op te doen”, raadt Sandor van Doorn opleidingsinstituten aan. Dat geldt vooral voor universiteiten. “Ik heb het idee dat ik in mijn huidige werk meer heb gehad aan wat ik op de Heao heb geleerd dan op de universiteit.” Kim de Graaff zegt het een goede zaak te vinden als er meer uitwisseling zou komen tussen opleidingsinstituten en bedrijfsleven. “Zodat studenten bijvoorbeeld bij bedrijven een lezing of andere belangrijke bijeenkomsten zouden kunnen bijwonen.”
Wouter Claessens zou het toejuichen als opleidingsinstituten hun praktijkervaring zouden vervroegen. “Ik vond tijdens mijn studie het vak levensmiddelentechnologie bijzonder leuk, maar ik ben er pas laat achtergekomen dat de wereld waarin ik dit vak zou moeten uitoefenen mij veel minder aanstond.”
Drie Ichthus-studenten Insurance & Financial Planning (v.l.n.r.) Houria Bouallouch, Hendrik-Jan Wind en Sabrina van Meijnsbergen.
Dick de Jong, docent verzekeringsleer aan de Hogere Economische School (HES).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.