nieuws

Struisvogels

Archief

Alle belangenorganisaties uit de wereld van de financiële dienstverlening hebben gereageerd op de Consultatienota ‘Bemiddeling in financiële diensten’

Er wordt in vrijwel alle reacties veel gezegd over de bewaking van de kwaliteit van het intermediair, met name over de aspecten ‘deskundigheid’ en ‘integriteit’. Ten aanzien van de vergunningverlening wordt duidelijk afstand genomen van het oude adagium ‘eens gegeven, blijft gegeven’. Niet alleen de Consumentenbond is voorstander van tussentijdse kwaliteitsmeting, ook verzekeraars en het intermediair pleiten voor een periodieke toetsing. De NVA-opvatting over tussentijdse toetsing van deskundigheid is in ‘Binnenhof-taal’ verwoord. “Centrale kaderstelling ligt op dit aspect in de rede, nader door de bedrijfstak zelf uit te werken”, staat er cryptisch. Het Verbond van Verzekeraars is aanzienlijk concreter: “Wij kunnen ons goed voorstellen dat de toezichthouder handhaving van de SER-inschrijving zou koppelen aan het periodiek deelnemen aan nascholingscursussen”. De NBVA is hier het meest helder: jaarlijkse controle op het bezit van een beroepsaansprakelijkheidspolis, op permanente educatie en op het aangesloten zijn bij de Stichting Klachteninstituut Verzekeringen. Op Zalms vraag omtrent ‘uw ervaringen met de integriteit en het gedrag van bemiddelaars’ reageert de NBVA met de opmerking, dat “de neiging bestaat om de incidenten waarbij fraude wordt geconstateerd, buitenproportioneel op te blazen”. De organisatie pleit “voor terughoudendheid als het gaat om extra vormen van toezicht op dit gedragsaspect”. De NVA reageert op dit punt als volgt (let op de voltooide tijd!): “Onze ervaringen met de integriteit en het gedrag van bemiddelaars zijn positief. Een enkele keer is er sprake geweest van ‘onteger’ gedrag, maar dat is gelukkig een uitzondering”. Dat de integriteit alleen bij de inschrijving in het SER-register wordt getoetst, vindt de NVA te mager. “Dat zou anders moeten”, is haar magere meedenk-bijdrage. Dat tussenpersonen niet allemaal boeven zijn, is voor iedereen duidelijk. Maar het is verdraaid jammer dat NVA en NBVA hier ‘strategisch bagatelliseren’. Want ook al kan men het aantal faillissementen onder het intermediair nog kwalificeren als ‘incidenten’, het zijn er de laatste twee jaar zoveel dat het zorgen moet baren. Geluiden uit het veld leren, dat er nog heel wat ellende in de lucht zit. En op wie zouden de banken en financieringsondernemingen toch doelen, waar zij in hun gezamenlijke reactie schrijven: “Het commercieel kortetermijndenken prevaleert vaak, waardoor de aanbieder de relatie niet verbreekt met een ‘commercieel interessante’ bemiddelaar die de regels overtreedt. Of, als hij dat wel doet, daarover zijn collega’s niet informeert. Aangifte bij de politie vindt soms uit commerciële overwegingen niet plaats”? Dat laatste spoort met de kritiek van de SER, die blijft stellen dat zij slechts in een beperkt percentage van de gevallen op de hoogte wordt gesteld van ontspoorde intermediairs. Dat NVA en NBVA bij het vraagstuk ‘integriteit’ de struisvogel uithangen, is gevaarlijk. Door de kop in het zand te steken, geven zij de opportunisten onder de verzekeraars te veel gemoedsrust. Richard Vroom rvroom@kluwer.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.