nieuws

‘Straks komt software uit de muur’

Archief

Anva-directeur Stoffel van Almkerk dicht Application Service Providing (ASP), waarbij de software op een centrale computer buitenshuis staat, een grote toekomst toe. Hij moet wel toegeven dat dit vooralsnog niet van de grond komt. “De tussenpersoon heeft nog altijd het gevoel dat zijn gegevens onder zijn bureau moeten staan.”

Door Manon Vonk
Anva, het bedrijf waar Van Almkerk al twintig jaar de scepter zwaait, is opgericht in 1975. Anva was ook een van de eerste systeemhuizen die zes jaar geleden ‘software uit de muur’ wilden aanbieden aan intermediair en verzekeraars. Twee jaar later was duidelijk dat het intermediair er nog niet aan toe was. Maar bij de overname van Cava Data haalde Anva wel dit ASP-concept binnen de eigen muren. Nog altijd beschikt het systeemhuis over deze software, waarbij de applicaties van de tussenpersoon draaien op een beveiligde server bij Anva. Het systeemhuis voert het beheer van de applicaties, maakt back-ups, installeert nieuwe versies, genereert overzichten en de tussenpersoon werkt via een beveiligde internetverbinding op deze server.
“We promoten deze Centrale aan alle kanten, maar de realiteit is dat het nauwelijks gebruikt wordt. Ik ben ervan overtuigd dat het gaat komen, de vraag is alleen wanneer.” De Anva Centrale is zeer recentelijk volledig vernieuwd en voldoet volgens Van Almkerk aan “alle eisen van deze tijd”. Zo is het systeem voorzien van koppelingen met onder meer Generieke Interface Manager (GIM), Screen, Anva Mail en Fish Extract. Ook ontsluiting van polisgegevens naar internet is mogelijk.
Een bedrijf als Finture, dat een ASP-concept draaiend heeft voor hypotheken- en levensverzekeringen, ziet Van Almkerk niet als bedreiging voor systeemhuizen. “Allereerst moet Finture zich nog bewijzen. Voor de particuliere schademarkt moeten ze het nog voor elkaar krijgen. Bij hen betaalt de leverancier en is het voor de tussenpersoon gratis. Voor hypotheken en Leven is dat wellicht te realiseren, voor Schade weet ik dat niet.”
Zere been
Het noemen van de woorden bedreiging of bestaansrecht is tegen het zere been bij Van Almkerk. “Ik ben behoorlijk pissig over dat ‘nagekakel’ in de branche als zouden systeemhuizen geen bestaansrecht meer hebben. Wat een onzin. Haal bij een tussenpersoon zijn backoffice weg en hij kan niet meer functioneren”, klinkt het geïrriteerd. “Natuurlijk hebben wij bestaansrecht. Onze belangrijkste toegevoegde waarde is de backoffice bij de tussenpersoon, waarmee hij zijn klanten en polissen beheert. En natuurlijk staan de klantgegevens ook bij de verzekeraar, maar die gebruikt ze alleen voor het bepalen van het risico. De tussenpersoon doet veel meer met die klantgegevens. Verder verzorgen wij de GIM-koppeling en koppelingen met allerlei andere applicaties. Al dit soort pakketten heeft een tussenpersoon nodig en dus heeft hij een systeemhuis nodig”, vindt Van Almkerk.
Wel is de rol van het systeemhuis anders geworden, vindt hij. “Tien jaar geleden stond bij een tussenpersoon alleen Anva op de machine en leverde we ook nog de hardware. Nu is het Anva-pakket onderdeel geworden van een groter geheel en is het gekoppeld aan bijvoorbeeld het Office-pakket van Microsoft. Het belang van Anva in de totale automatisering bij een kantoor is kleiner geworden.”
Van Almkerk is echter nog niet klaar met zijn tirade over hoe de branche omgaat met systeemhuizen. “Een tijdje terug hoorde ik NBVA-voorzitter Rob Groenemeijer op een congres zeggen dat ze met grootse automatiseringsplannen komen voor hun leden. Vervolgens zegt hij ook nog dat systeemhuizen maar beter mee kunnen doen, want anders missen ze de boot. Dan ben ik dus boos. Bel dan even met ons en vraag waar je ons voor nodig hebt. Dan valt er over te praten. En die grootse ICT-plannen houden, blijkt nu, een samenwerking met Meetingpoint in. Ik begrijp oprecht niet dat een brancheorganisatie ervoor kiest met zo’n beperkt aantal verzekeraars in zee te gaan.”
Overname
Gerekend naar aantal werkplekken is Anva het grootste systeemhuis in de branche. “Amedia is de grootste als je kijkt naar het aantal kantoren dat een pakket gebruikt, wij zijn de grootste als het gaat om het aantal werkplekken waarop Anva geïnstalleerd is”, stelt Van Almkerk. Het recente onderzoek van D&O waarbij de systeemhuizen onder de loep zijn genomen, bevestigt dat beeld.
Met 1.000 kantoren in de boeken, 131 personeelsleden en een “fors eigen vermogen”, doet Anva het goed. Over de cijfers wil Van Almkerk niet veel zeggen. “We maken een mooie winst en zijn kerngezond”, klinkt het afhoudend.
Om Anva gezond te houden zijn bij de overname van het softwarebedrijf ForeSure alleen de activiteiten overgenomen. “ForeSure had een negatief eigen vermogen van hier tot Tokio. Zij hadden niet het volume om marktontwikkelingen te volgen. Wij wel; met duizend klanten in de boeken beschikken we over voldoende volume.”
De overname van ForeSure is niet de eerste stap naar meer overnames. “Dit kwam langs. We hebben geen strategie ontwikkeld om systeemhuizen over te nemen.” Van Almkerk is dan ook niet in de markt om concurrent Amedia over te nemen. “Niet nu in ieder geval. Het is nooit goed om een bedrijf over te nemen dat nog in een herstelfase verkeert van een fusie.” Volgens Van Almkerk is er ook geen sprake van dat Anva verkocht zou worden. “Misschien is er ooit wel belangstelling geweest, maar de NVA verkoopt Anva niet.”
Belonen
Ketenintegratie en vooral het niet van de grond komen daarvan, is Van Almkerk een doorn in het oog. Zijn oplossing is al voorgesteld in de verzekeringsbranche: beloon de tussenpersoon die alles elektronisch aanlevert bij een verzekeraar. “Het gaat te ver om te zeggen dat ketenintegratie mislukt is, maar het slaat nog niet aan. Beloon een tussenpersoon die elektronisch aanlevert en dan moet je eens zien hoe goed de GIM-koppeling gaat lopen”, is de stellige overtuiging van de Anva-directeur.
“Verzekeraars zijn niet geïnteresseerd in de GIM, die zijn alleen geïnteresseerd in hun eigen extranet. Zoals het nu gaat, tikt de tussenpersoon gewoon de gegevens over in zijn eigen administratiepakket. Het zal de verzekeraar worst zijn. Het GIM-gebruik is echt minimaal.”
Volgens Van Almkerk moet het standaardisatie-instituut Sivi daarin een rol gaan spelen. “Het Sivi moet er bij verzekeraars op aandringen dat zij al hun producten laten voldoen aan de GIM. Een tussenpersoon heeft bijna een Excel-sheet nodig om te weten welk product bij welke verzekeraar in elektronische vorm via GIM is te verwerken. Daarnaast zijn veel verzekeraars nog niet zo ver. Aegon begint net. Er is nog geen tussenpersoon die via de GIM met Aegon zaken kan doen. En de verzekeraars spinnen er garen bij, want het wordt wel allemaal door het intermediair in hun extranetten ingetikt. Zij besparen daardoor op mankracht.”
Volgens Van Almkerk moet het Sivi geld vrijmaken om bij tussenpersonen langs te gaan om de GIM te promoten. “Ik kan geen tien mensen vrij maken om bij de tussenpersonen langs te gaan. Nationale-Nederlanden doet dat wel en met succes.”
Onder water
Van Almkerk is een warm voorstander van ketenintegratie, maar vraagt zich oprecht af of dat via de huidige methode zo efficiënt is. “De Vereniging Nederlandse Assurantie Beurs gaat een koppeling ‘onder water’ realiseren met de assurantiebeurs. Dat is voor tussenpersonen ook mogelijk. Systeemhuizen moeten zo’n onderwaterkoppeling, in vakjargon webservices genoemd, inbouwen in de systeemhuispakketten. Dat betekent dat de gegevens rechtstreeks bij de verzekeraar binnenkomen en weer terugkomen in het administratiepakket van de tussenpersoon en deze niet eerst allerlei schermpjes van extranetten van verzekeraars voor zich krijgt. Maar ja, die extranetten zijn de reclame-uithangborden van de verzekeraars. Dus die lopen niet zo hard”, meent Van Almkerk. “Er moet een verzekeraar opstaan die zegt ‘zo gaan we het doen’.”
Modern ogen
Ook over internet valt volgens de Anva-directeur veel te zeggen. “Het is niet meer weg te denken uit de verzekeringsbranche. Het is het mooiste communicatiemiddel dat er is en men moet er fors op inspelen.” Hij tekent daarbij wel aan dat het niet zozeer gaat om de internettechnologie, maar om het gebruik. “Het gaat erom of de consument internet gaat gebruiken voor het sluiten van verzekeringen of het raadplegen van zijn polissen. Als dat het geval is, moet je er als branche op inspelen.”
“Zo moet de tussenpersoon internet gaan gebruiken om de klant te laten zien dat hij meegaat met zijn tijd. Hij moet de klant bijvoorbeeld inzage bieden in zijn portefeuille. Dan oog je op zijn minst modern en hoef je aan de achterkant nog niet veel te regelen.” Overigens vraagt Van Almkerk zich af of verzekeraars er veel baat bij hebben om het internetgebruik van tussenpersonen te promoten. “De tussenpersoon test de extranetten van de verzekeraars, vervolgens draaien die verzekeraars zich een kwartslag om en bieden deze extranettechnologie aan aan de consument. NN wordt straks ING Direct. Als verzekeraars via het intermediaire kanaal hun product niet meer kunnen afzetten, dan gaan ze toch andere kanalen gebruiken. Dat is niet meer dan logisch.”
“Als de tussenpersoon internet niet gaat gebruiken, prijst hij zichzelf uit de markt en kan hij opdoeken. Daar gaan verzekeraars niet op wachten.”
Rol van ABZ
Volgens de Anva-directeur is concurrentie een groot goed in de verzekeringsbranche. “Dat houdt je scherp. Dat is de reden dat er ook altijd meerdere systeemhuizen zullen blijven bestaan.”
Van Almkerk was dan ook niet blij toen ABZ het administratiepakket Emma kocht uit de boedel van het failliete bedrijf Aspiratie. “Wij waren in gesprek met ABZ om de Informatie Stekker ABZ (ISA-stekker) waarmee op eenduidige wijze gezocht kan worden in diverse databanken – zoals de Rijksdienst voor het Wegverkeer – te koppelen aan het Anva-pakket. Ik heb dat onmiddellijk stopgezet en ben in zee gegaan met RDC Datacentrum voor het auto-informatieproduct. Toenmalig ABZ-directeur Gerrit Schipper zei ooit in AssurantieMagazine niet in de race te zijn om Amedia te kopen omdat hij dan een concurrent van zijn klanten in huis zou halen. Hij deed dat wel met Emma. Dat is volgens mij precies hetzelfde.”
De rol van ABZ in de branche beperkt zich tegenwoordig tot het ADN-berichtenverkeer, is de mening van Van Almkerk. “De komst van Timbras met een goedkope oplossing voor dit verkeer voor het intermediair gaat ABZ de kop kosten als ze daar niet op inspelen. Maar dat zullen ze wel doen, neem ik aan.”
Toekomst
Anva is in de ogen van Van Almkerk over vijf jaar nog groter gegroeid. “Ik geloof in het volmachtkanaal. Als dat kanaal groeit, groeit Anva mee”, is zijn stellige overtuiging. Bedreigingen ziet hij niet. “Er wordt wel geroepen dat het volmachtkanaal zijn langste tijd gehad heeft. Als dat zo is, wordt het voor Anva ook moeilijk. Tweederde van de gevolmachtigden is Anva-klant. Maar ik geloof daar niet in. Lees de bladen maar. De ene na de andere volmacht wordt uitgereikt.”
Of Van Almkerk over vijf jaar nog aan het roer staat bij Anva, is voor hem geen vraag. “De pensioengerechtigde leeftijd voor mij is 62. Dus ik heb nog zeker vier jaar te gaan en als het aan mij ligt langer.” Maar met het eerste kleinkind op komst, wil hij tegen die tijd ook naar de dierentuin kunnen.
prijst hij zichzelf uit de markt en kan hij opdoeken.”
[Kader]
Stoffel van Almkerk (58) heeft in zijn jonge jaren zijn SPD-diploma’s gehaald. “Zeg maar HBO Economie.” In 1981 solliciteerde hij bij de NVA op de functie van bedrijfsadviseur en werd aangenomen. “De technische kant van de Anva-automatisering werd in die tijd op last van de NVA uitgevoerd door General Electric. In 1991 werd dat door de NVA in huis gehaald en zijn we alles zelf gaan doen. Daarmee werden we een echt bedrijf, Anva.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.