nieuws

Stichting Vie d’Or en accountants Deloitte & Touche in hoger beroep

Archief

Accountantskantoor Deloitte & Touche gaat in hoger beroep tegen de veroordeling door de Haagse rechtbank medeschuldig te zijn aan het faillissement van Vie d’Or en derhalve tot schadevergoeding verplicht. De Stichting Vie d’Or gaat ook in beroep. Zij hoopt actuaris Heijnis en Koelman, de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) en de Nederlandse staat nog aansprakelijk te kunnen stellen.

In juni dit jaar oordeelde de Haagse rechtbank dat de accountants van Deloitte & Touche bij Vie d’Or in strijd met de geldende normen en gedragsregels hebben gehandeld en daarmee onrechtmatig zijn geweest ten opzichte van de polishouders. Volgens de rechtbank is Deloitte & Touche daarom aansprakelijk voor de ontstane schade, door de Stichting Vie d’Or geschat op ( 197,5 mln. De stichting vertegenwoordigt 11.000 polishouders. De rechtbank vindt wel dat de schade per individuele polishouder moet worden berekend. Om een jarenlange procedure te voorkomen stuurt de stichting aan op een schikking met Deloitte & Touche; uit voorzorg is aan de 11.000 polishouders wel gevraagd hun rechten over te dragen aan de stichting.
De stichting is overigens – vooral uit voorzorg – in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechter over de actuarissen, toezichthouder PVK en de Nederlandse staat. “Hoewel wij het hoger beroep met vertrouwen tegemoet zien, bestaat de kans dat de accountants niet, of slechts voor een gedeelte van de schade, aansprakelijk zijn. Wellicht kan dan nog bij de andere partijen verhaal worden gezocht.” In juni achtte de rechter het handelen van de actuarissen onrechtmatig, zonder daar aansprakelijkheid aan te verbinden.
Strafzaak
De Stichting Vie d’Or heeft overigens een nederlaag moeten slikken in de strafzaak tegen de voormalige directeuren Frans Maes en Gerard van Santen, alsmede tegen de tussenpersonen Blokland en Willemsen. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft namelijk te kennen gegeven het hoger beroep tegen hen niet door te zetten. Dit beroep was noodzakelijk geworden, doordat het OM in eerste instantie de redelijke termijn van vervolging had overschreden. De rechtbank had het OM daarom niet-ontvankelijk verklaard.
In een eerder stadium had het OM nog schikkingen getroffen met de verdachten, maar op aandringen van de Stichting Vie d’Or wees het Gerechtshof in Den Bosch die schikking af en gebood alsnog strafvervolging. “Die vervolging is nu dus op niets uitgelopen. Wij hebben geen goed woord over voor de handelswijze van het OM”, aldus een verbolgen woordvoerder Hans van Ronkel namens de stichting. Om daar met gelatenheid aan te moeten toevoegen: “We hebben juridisch geen middelen meer en zullen ons hier dus bij neer moeten leggen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.