nieuws

‘Standaardisatie gaat vele tientallen miljoenen kosten’

Archief

Het tot stand brengen van vergaande standaardisatie van processen in de verzekeringsbranche gaat naar verwachting tientallen miljoenen euro’s kosten. Dat zegt Niek Hoek, voorzitter van het e-Businessplatform en in het dagelijks leven bestuursvoorzitter van Delta Lloyd.

Het geld voor de standaardisatie moet door verzekeraars én tussenpersonen worden opgebracht. In eerste instantie zullen de vier grote verzekeraars vertegenwoordigd in het e-Businessplatform, Aegon, Fortis, Delta Lloyd en Nationale-Nederlanden, een voorschot financieren om een aantal projecten van de grond te krijgen. Daarna zal op basis van gebruik afgerekend worden.
Naast het geld dat gefourneerd wordt door de vier grote verzekeraars, zijn ook de “top-experts op dit terrein” ingezet om de klus te klaren. “We hebben nu ongeveer tien experts vanuit verzekeraars en intermediair aan het werk om de projecten vorm te geven. Dat is niet niks”, vindt Hoek. “Het is ook een beetje noblesse oblige. Kleinere partijen kunnen dit niet opbrengen.”
“Ook al lijkt het dat het e-Businessplatform de afgelopen twee jaar niet méér heeft voortgebracht dan gestandaardiseerde aanvraagformulieren, online polisvoorwaarden en een All Finance Datacatalogus, toch is er achter de schermen een hoop gebeurd”, vindt Hoek. “Het is al uniek dat vertegenwoordigers van verzekeraars en intermediair op basis van gelijkheid zitting hebben in dit platform en na twee jaar nog steeds on speaking terms zijn. Een paar jaar geleden was het nog ieder voor zich en God voor ons allen. In het eerste jaar van het platform hebben partijen zich ook ingegraven. Het gaat er soms hectisch aan toe, maar we praten nog steeds. Er is veel tijd geïnvesteerd in het elkaar leren vertrouwen. Dat is de basis waarop we verder moeten. Er is zonder meer sprake van een draagvlak voor de plannen die we onlangs gelanceerd hebben.” (zie AM 21, pag. 5)
Deelprojecten
In de jaren 2003 tot en met 2005 moeten er in de verzekeringsbranche een viertal standaards ingevoerd worden, waar de volledige verzekeringsbranche aan mee moet doen. Om dat te bewerkstelligen gaan negen deelprojecten van start die tot dit uiteindelijke resultaat moeten leiden. Die deelprojecten bestaan uit optimalisering van de werkprocessen bij intermediair en verzekeraars, het ontwikkelen van een generieke interface manager (een combinatie van de huidige GIM en standaarden zoals die bij Meeting Point gebruikt worden), bewerking en segmentatie van de markt, onderzoek naar de optimalisatie van het Assurantie Data Netwerk (ADN), het ontwikkelen van een stijlgids, uniformering van niet-ondersteunende processen, afhandeling van het restverkeer, de ontwikkeling van een digitale financiële kluis en de beveiliging.
“Om uit te vinden of deze projecten ook haalbaar zijn, gaan we al vroeg in het proces testen met een proefopstelling”, vertelt Niels Mourits, vice-voorzitter van het e-Businessplatform en directeur van de NVA. “We kunnen het in theorie allemaal wel leuk bedenken, maar het moet ook in de praktijk werkbaar zijn en technisch haalbaar. Aan het bouwen van zo’n proefopstelling wordt nu hard gewerkt en die moet begin volgend jaar klaar zijn”, aldus Mourits.
De negen deelprojecten moeten leiden tot standaarden op het gebied van gegevensuitwisseling tussen applicaties, het afwikkelen van transacties tussen applicaties, het bedienen van softwaremodules en de afwikkeling van automatisch ondersteunde processen in de branche.
Stekker eruit
De verzekeraars en intermediairorganisatie vertegenwoordigd in het e-Businessplatform gaan deze standaarden dwingend voorschrijven. De rest van de branche moet volgen. “Verzekeraars gaan volgens deze standaarden werken. Als een tussenpersoon hieraan niet meewerkt, gaat gewoon de stekker eruit”, vertelt Mourits. “Dan kunnen ze niet meer communiceren met de systemen van de verzekeraar en is het gewoon jammer. Het is kiezen of delen. Ik vind dat beide brancheorganisaties hierin al het intermediair vertegenwoordigen; ook degene die niet gebonden zijn”, aldus Mourits.
Over de houding van de verzekeraars maakt Hoek zich geen zorgen. “De vier grote verzekeraars in het platform vertegenwoordigen tachtig à negentig procent van de branche. De andere volgen. Bovendien zijn in het e-Businessplatform ook middelgrote en kleine verzekeraars vertegenwoordigd. Die hebben zich al geconformeerd aan deze plannen”, aldus Hoek.
Om de plannen over het voetlicht te brengen, zullen verzekeraars, intermediair, systeemhuizen en andere belanghebbenden, grondig bewerkt worden. “Wij moeten de markt overtuigen van de efficiency van standaardisatie en ketenintegratie. Over een paar jaar moet alle ellende die nu nog in het primaire proces plaatsvindt tot het verleden behoren. Er moet sprake zijn van eenmalige schone invoer, het moeten altijd de goede gegevens zijn en als de stijlgids die ontwikkeld wordt, goed wordt gebruikt zal het foutenpercentage drastisch teruglopen”, zegt Mourits.
In januari of februari zal een congres georganiseerd worden waar de All Finance Datacatalogus het belangrijkste onderwerp zal zijn. Hoek en Mourits sluiten niet uit dat er in de loop van volgend jaar een groot congres over ketenintegratie en standaardisatie gehouden zal worden. Beide heren zijn overigens zeer te spreken over de inzet van Branche Initiatieven. “Voorheen moest Frits Keij, directeur Branche Initiatieven, de klus zo ongeveer in zijn eentje klaren. Inmiddels is de club behoorlijk uitgebreid en veel verder van ABZ komen te staan. Dat is een positieve ontwikkeling. Daarmee is het e-Businessplatform ook een stuk professioneler geworden.”
Niek Hoek: “De afgelopen twee jaar is veel tijd gestoken in het elkaar leren vertrouwen. Het draagvlak is er nu”.
Niels Mourits: “Het intermediair dat niet wil meedoen, wordt afgekoppeld; de stekker gaat eruit”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.