nieuws

Staatssecretaris geeft antwoord op ‘verzekeringsvragen’ IB 2001

Archief

door Alfred Lagendijk

Staatssecretaris van Financiën Bos heeft nog voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet IB 2001 antwoord gegeven op tal van in de praktijk levende vragen, onder meer op verzekeringsgebied. Dit past in een trend in de uitvoeringspraktijk dat vragen over specifieke onderdelen van fiscale belastingwetten worden verzameld en met een antwoord daarop worden gepubliceerd.
Toch is het opvallend is dat die beantwoording nu al gebeurt; niet alleen voordat de wet in werking is getreden, maar ook voordat de uitvoeringsbesluiten zijn gemaakt. Zelfs de Veegwet is nog niet eens bij het parlement ingediend. Het geeft in elk geval aan, hoezeer Nederland met IB 2001 bezig is. Hieronder een greep uit de reeks van vragen die betrekking hebben op kapitaalverzekeringen en lijfrente.
Kapitaalverzekeringen
Op de vraag aan welke formele eis voldaan dient te worden in het geval dat de begunstigde de uitkering zal aanwenden ter aflossing van de schulden die zijn aangegaan ter verwerving van eigen woning, wordt geantwoord dat op de polis de wettekst kan worden opgenomen. Daarnaast is het mogelijk om een betalingsopdracht uit te schrijven die de verzekeraar verplicht om de uitkering te betalen aan de verstrekker van de geldlening. Aan het bovenstaande moet worden voldaan, wil men in aanmerking komen voor een vrijstelling in Box 1. Naar mijn mening is het onvoldoende een verpanding van de rechten van de polis op te nemen.
Ten aanzien van de kapitaalverzekering eigen woning geldt de wettelijke eis dat de polis moet voorzien in een eenmalige uitkering bij leven of ten gevolge van overlijden. Daarnaast kent de wet kapitaalvrijstelling na een premiebetaling van twintig jaar en een kapitaalvrijstelling na een premiebetalingsduur van vijftien jaar. De staatssecretaris keurt goed dat de kapitaalvrijstelling ook geldt voor polissen waarbij zowel een kapitaal na 15 jaar als een kapitaal na twintig jaar is verzekerd. Omdat dit een standpunt contra legem is zou het passend zijn om dit in de Veegwet expliciet vast te leggen.
Op de vraag hoe op de polis tot uitdrukking moet komen dat de kapitaalverzekering die dient tot aflossing van een lening voor eigen woning daadwerkelijk betrekking heeft op de eigen woning wordt geantwoord: “de woning dient in de polis te worden vermeld. Daarbij kan worden volstaan met adresgegevens of, bij gebreke daarvan, de kadastrale gegevens. Bij wijziging van eigen woning is het noodzakelijk de desbetreffende gegevens op de polis te wijzigen”.
Als commentaar op dit standpunt van de staatssecretaris kan worden gegeven dat, als de eigen woning op elke polis separaat vermeld zou moeten worden, dit een enorme administratieve lastenverzwaring voor verzekeringsmaatschappijen betekent. Meestal zullen op de polis de adresgegevens van de verzekeringnemer vermeld staan. Het lijkt mij voldoende te volstaan met een verwijzing in de polisvoorwaarden naar dit adres, omdat dit adres in de meeste gevallen de woning zal betreffen die tot hoofdverblijf dient. Lijfrenteverzekeringen
Ten aanzien van de lijfrente nieuwe stijl zijn op enkele vragen antwoorden gegeven die neerkomen op het intrappen van open deuren. Gezegd is dat de basisruimte niet overdraagbaar is tussen partners. Een en ander is uitdrukkelijk aan de orde geweest tijdens de parlementaire behandeling van de Wet IB 2001. Daarnaast wordt er nog eens nadrukkelijk op gewezen dat de basisruimte en de jaarruimte niet kunnen cumuleren, hetgeen in de wet wordt uitgewerkt door de basisruimte in mindering te brengen op de jaarruimte. Tot slot wordt opgemerkt dat op een lijfrentepolis zelf niet hoeft te worden opgenomen dat lijfrenteaftrek wordt verkregen ter compensatie van een pensioentekort. Het pensioentekort zal derhalve uit de berekening moeten blijken.
Belangrijk is dat de wetgever de gevolgen van een pensioenverbetering door de werkgever voor het terugnemen van de lijfrenteaftrek afzwakt. De staatssecretaris antwoordt op de vraag of een collectieve pensioenverbetering leidt tot een negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen: “tijdens de parlementaire behandeling is uitdrukkelijk aangegeven dat artikel 3.133, 2e lid, onderdeel k van de Wet IB 2001 louter is bedoeld om oneigenlijk gebruik van fiscaal begeleide oudedagsvoorzieningen en dergelijke te voorkomen. Daarvan is in het geval van een pensioenverbetering in de collectieve sfeer – ervan uitgaande dat dit een reële situatie betreft – geen sprake”. Hoewel dit een bijzonder plezierige mededeling is, zal dit voor de praktijk weinig betekenis hebben. Collectieve pensioenverbeteringen hebben immers zelden terugwerkende kracht, maar werken bijna louter en alleen voor de toekomst. Ze hebben dan ook nauwelijks effect op de stand van de opgebouwde oudedagsvoorziening. Een collectieve pensioenverbetering zal dan ook zelden leiden tot een negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen. Lijfrente huidige regime
De staatssecretaris geeft nog eens aan dat het noodzakelijk is om lijfrentepolissen aan te passen om voor premieaftrek in 2001 en volgende jaren in aanmerking te komen. Dat hier het een en ander op af te dingen is, blijkt wel uit een onlangs gepubliceerd rapport van het Verbond van Verzekeraars. De conclusie van dit rapport luidt dat een polishouder met een verzekeringscontract van vóór 16 oktober 1990 wel eens een beroep zou kunnen doen op de toezegging van de toenmalige staatssecretaris dat het destijds geldende fiscale regime van toepassing zou blijven. Polissen die zijn gesloten onder de Brede Herwaardering hoeven echter niet aangepast te worden aan het regime vanaf 2001.
Kapitaalverzekeringen huidig regime
Ook ten aanzien van de vragen en antwoorden over de reeds lopende kapitaalverzekeringen is er weinig nieuws onder de zon. De staatssecretaris geeft aan dat ten aanzien van lopende kapitaalverzekeringen bij de aangifte over het jaar 2001 – te doen in voorjaar 2002 – dient te worden aangegeven of de kapitaalverzekering geplaatst moet worden in Box 1 of Box 3. De Belastingdienst geeft ook verder geen assistentie of advies aan de belastingplichtige bij het maken van een dergelijke keuze. Inderdaad: makkelijker kunnen we het niet maken.
Daarnaast wordt nog bevestigd dat op alle lopende kapitaalverzekeringen die gesloten zijn vóór 1 januari 2001 het bestaande regime van toepassing is, behalve, naar ik aanneem, kapitaalverzekeringen bij de eigen BV en kapitaalverzekeringen die in Box 3 vallen. Lopende kapitaalverzekeringen mogen ook verhoogd worden als dit gebeurt op grond van optie- en indexclausules die bestonden op 13 september 1999. De algehele conclusie is dat de staatssecretaris niet alleen hier en daar wel wat tipjes van sluiers oplicht, maar tevens verwarring zaait. Tal van onduidelijkheden blijven nog bestaan. Dit doet veronderstellen dat voornoemde vragen en antwoorden onderdeel zijn van een lange reeks van vragen en antwoorden die nog volgen.Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers in Amsterdam.
Miljoenennota 2001: geen verrassingen
De op Prinsjesdag gepresenteerde plannen van het kabinet bevatten op fiscaal terrein geen verrassingen. In de bijlage van de Miljoenennota 2001 wordt uitvoerig aandacht besteed aan de fiscale positie van de eigen woning. Geconcludeerd wordt dat de regering de eigen woning niet zwaarder wil belasten en niet aan de hypotheekrenteaftrek zal tornen. De regering streeft er naar dat in het jaar 2010 circa 65% van het totale woningbestand uit koopwoningen zal bestaan. Daarnaast wordt de kapitaalsbelasting in 2001 met 0,35% verlaagd.
De verlaging van de autobelasting is relatief bescheiden en ziet alleen op het stimuleren van schone auto’s. Met ingang van het jaar 2002 worden niet alleen de autobelasting verder gevariabiliseerd maar streeft de regering ook naar een verlaging van de vaste autolasten.
Opmerkelijk in de Miljoenennota is een mededeling over internationale belastingconcurrentie. Nederland is van mening dat voor de beoordeling van de belastingconcurrentie niet zozeer het nominale belastingtarief van belang is, maar het effectieve belastingtarief. Volgens recent onderzoek van de Universiteit van Maastricht bedraagt de effectieve belastingdruk in Nederland 27% terwijl het officiële tarief 35% is. De gemiddelde officiële belastingdruk in de Europese Unie is iets hoger dan in Nederland, 36%, terwijl de gemiddelde effectieve belastingdruk lager is dan in Nederland (24%).
Van de reeks van gepubliceerde maatregelen en voornemens is nog het vermelden waard dat er ondersteuning zal gaan plaatsvinden van meer flexibele arbeidsbeloning (prestatieloon, winstdelingsregeling, eenmalige uitkering) als instrument voor een verantwoorde loonkostenontwikkeling.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.