nieuws

Spaarbeleg over Koersplan-eis: ‘Wie is hier nu de weg kwijt?’

Archief

Aegon-dochter Spaarbeleg moest zich vorige week voor de rechtbank in Utrecht andermaal verantwoorden voor de verkoop van spaarkasproduct Koersplan. Eisende partij is de stichting Koersplandewegkwijt, waarin zich enkele duizenden Koersplan-houders hebben verzameld.

Het is de tweede maal dat Koersplan ter discussie staat. In 2003 trof Aegon al voor 325.000 polishouders een schikking met de Stichting Spaardersbelangen. Dat kostte toen _ 55 mln. Bovendien zijn in de loop der tijd de overlijdensrisicopremies verlaagd. Twee jaar terug kwamen echter opnieuw vierhonderd klanten in het geweer via Koersplandewegkwijt. Dat aantal is inmiddels gegroeid tot zo’n tienduizend.
De eisers willen dat Aegon hen schadeloos stelt voor het deel van de inleg dat is gebruikt als premie voor de overlijdensrisicodekking. Zij stellen dat tussen 1989 en 1998 nooit duidelijk is gemaakt dat hun ingelegde gelden, behalve voor de inleg in de spaarkas, ook voor een overlijdensrisicoverzekering zijn aangewend. “De aard van de overeenkomst is onduidelijk. Is het een belegging of een verzekering of een hybride overeenkomst?”, vraagt advocaat Eric Lutjens zich af namens de eisers. “Uit de enkele aanwezigheid van een uitkering bij overlijden hoefden de deelnemers aan Koersplan niet te begrijpen dat er sprake zou zijn van een verzekeringsovereenkomst.”
Ingebouwd
Volgens Lutjens wordt dat idee versterkt doordat Spaarbeleg in brochures steeds het accent legt op ‘sparen door te beleggen’. “Het product wordt als een beleggingsproduct geadverteerd. Bij een dergelijk product hoeven de deelnemers in het geheel geen rekening te houden met een premie voor een verzekering. Dat het ingelegde geld in geval van overlijden met 3% of 4% wordt uitgekeerd, kan als een normaal onderdeel van dit beleggingsproduct worden gezien”, vindt Lutjens. “De deelnemers mochten deze beperkte uitkering bij overlijden als ingebouwd onderdeel van het beleggen zien, mede omdat zulks ook zo letterlijk in de brochures is genoemd, ingebouwde zekerheid heet het dan.”
Omdat op het bewijs van inschrijving geen overlijdensrisicopremie wordt vermeld, mochten de deelnemers ervan uitgaan dat zij geen overlijdensrisicopolis hadden gesloten, stellen de eisers. Wel erkent Lutjens dat in de algemene voorwaarden wordt gesproken over een verzekering voor overlijden. Hij gaat verder in op de verschillen in risicopremies voor de deelnemers.
Verweer
Advocaat Willem van Baren stelt namens Spaarbeleg in zijn verweer dat kenmerkend voor de spaarkasovereenkomst nu juist is dat bij overlijden geen uitkering volgt. “Die komt uit de overlijdensrisicoverzekering.” Hij wijst er verder op dat sinds 2001 in de jaarrapportages is vermeld welk deel van de inleg is gebruik voor de overlijdensrisicodekking. “Voor op dwaling gebaseerde vorderingen is daarmee de kous af: die zijn inmiddels verjaard.”
Van te optimistische rendementsprognoses wil Van Balen niet weten: “Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze conservatief zijn.” Van drie deelnemers zijn de voorbeeldrendementen opnieuw berekend, uitgaande van de persoonlijke situatie, en vergeleken met die in de brochures. “De verschillen zijn marginaal”, concludeert Van Balen. “Het is volstrekt onaannemelijk dat deze drie eisers, waren zij op de hoogte geweest van de voor hun geval herberekende historische rendementen, de overeenkomst niet zouden zijn aangegaan.”
Compenseren
Volgens Van Balen heeft Spaarbeleg altijd volgens de tussen 1989 en 1998 geldende normen gehandeld. “In de kern is deze zaak een poging op rendementen die tegenvallen door de daling van de beurskoersen achteraf via de overlijdensrisicopremie te compenseren.” De advocaat wijst op de verantwoordelijkheid van de klant om te proberen de betekenis van de overeenkomst die hij aangaat, te doorgronden.
“Wie is er nu de weg kwijt?”, vraagt Van Balen zich af. Hij stelt dat de statuten van de stichting onvoldoende het doel ervan duidelijk maken en dat de vordering te algemeen is geformuleerd. Daarnaast is er sprake van onvoldoende gelijksoortige belangen. “Of iets al dan niet duidelijk is, vergt een individuele beoordeling, die zich niet leent voor een bundeling van belangen.” De rechter doet op 14 maart uitspraak.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.