nieuws

SKHB neemt met nieuwe eisen voorschot op WFD

Archief

De Stichting Keurmerk Hypotheekbemiddeling (SKHB) heeft de eisen aan de 575 aangesloten kantoren aangepast. “Aangesloten kantoren voldoen gegarandeerd aan de eisen van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD)”, zegt directeur John Pennink. Bovendien gaan keurmerkkantoren waarschijnlijk een lagere bijdrage betalen voor het toezicht dan andere tussenpersonen.

De stichting is 1998 opgericht en stelde toen een pakket keurmerkeisen samen dat een vuistdikke pak papier opleverde. Dat is na herziening aanzienlijk geslonken. “Na vijf jaar was het tijd om te evalueren of onze eisen nog beantwoordden aan de behoefte van de markt”, zegt directeur John Pennink. “Van kantoren kregen wij geregeld de vraag of wij bepaalde eisen nu echt moesten stellen. Zo hadden wij bijvoorbeeld de bepaling dat het kantoor bij de ingang een bordje met openingstijden moest hebben, die aansloten bij de openingstijden van de winkels in de omgeving. Daarvan zeggen wij nu: dat is iets wat de ondernemer zelf moet bepalen.”
De eisen zijn vanuit twee invalshoeken bekeken: “Ten eerste zijn wij een certificerende instelling voor bedrijfsprocessen. Het keurmerk moet een managementinstrument zijn. In dat kader gaan wij meer open normstellingen hanteren. Wij willen niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten en gaan bepalen wanneer hij open mag zijn. Ten tweede hebben wij de systematiek van het keurmerk anders ingericht. We hebben acht bedrijfsprocessen onderkend en tien kwaliteitscriteria. Die zijn tegen elkaar afgezet, zodat je in beeld krijgt, welke eisen worden gesteld aan welke bedrijfsprocessen”.
Productiespreiding
De nieuwe eisen vloeien mede voort uit de invoering van de WFD volgend jaar. “Ook met de ‘oude’ keurmerkeisen werd overigens al voldaan aan de eisen van de WFD”, aldus Pennink, die zelf lid is van de commissies die zich bezighouden met deskundigheid, zorgplicht en transparantie, klachtenregeling en de inrichting van de uitvoering van het toezicht.
Vooral met betrekking tot klantbeheer en documentatie zijn aanpassingen gedaan. “We wilden het keurmerk minder bureaucratisch maken. De leidende gedachte is, dat het keurmerk gericht moet zijn op de klant. Die moet verzekerd zijn van keuzevrijheid. Bij ons moet elk bedrijf een verklaring tekenen dat hij geen productieverplichtingen heeft.”
Aandelenbelangen of leningen van verzekeraars en geldverstrekkers hoeven niet gemeld te worden. “Daar heeft de klant geen boodschap aan en bovendien is het moeilijk daar een vinger achter te krijgen”, zegt Pennink. In plaats daarvan moet een keurmerkkantoor opgeven in hoeverre zijn productie is gespreid. In de segmenten geldverstrekkers, levensverzekeraars en leveranciers van andere bancaire producten moet een opgave worden gedaan van de top-5 waarmee zaken worden gedaan. “Wordt in enig segment meer dan 60% ondergebracht bij één aanbieder, dan volgt een gesprek waarin het kantoor moet aangeven waarom dat zo is. Overigens moet voor elke partij gemotiveerd worden, waarom daarmee zaken worden gedaan.”
Aanvragen
Een andere vernieuwing is de digitalisering van het aanvraag- en herbeoordelingsproces. “Tot nu toe waren een dikke set aanvraagformulieren en veel kopieën nodig voor een aanvraag. Dat was voor veel kantoren een grote barrière”, zegt Pennink. “Bovendien komt die papierwinkel bij de tweejaarlijkse herbeoordeling steeds weer terug. De aanmeldprocedure verloopt nu via internet. De aanvrager hoeft nu nog maar één formulier te printen en op te sturen. “Wij controleren nu zelf de SEH- en KVK-gegevens. Daardoor kan de beoordelaar tijdens de (her-)beoordeling meer aandacht besteden aan het bedrijf zelf.”
Een belangrijk onderwerp in de beoordelingscyclus is verbetermanagement. “Een kantoor komt bij ons binnen op het minimale kwaliteitsniveau dat wij eisen. De keurmerkhouder moet vervolgens zelf kijken waar verbetering mogelijk is. We streven ernaar bij alle bedrijven het kwaliteitsniveau te verhogen. Als een kantoor echter zegt, dat het huidige kwaliteitsniveau gemeten aan de keurmerkeisen voldoende is en onze beoordelaar is het daarmee eens, dan is dat ook goed. Natuurlijk moet wel uit de – verplichte – klanttevredenheidsonderzoeken blijken dat er geen zaken misgaan. De procesbewaking moet in orde zijn en er moet een klachtenregistratie zijn.”
Blijkt het kantoor niet aan de kwaliteitseisen te voldoen, dan moet de ondernemer een verbeterplan maken. “Wij hebben een onafhankelijke beoordelingscommissie die een termijn kan stellen waarbinnen de verbetering bereikt moet worden. Lukt dat niet, dan kan het keurmerk worden ingetrokken.” Volgens Pennink is dat in de afgelopen vijf jaar drie- of viermaal gebeurd.
WFD
Hoewel in de WFD-commissies nog wordt gediscussieerd over de deskundigheidseisen die de nieuwe wet zal stellen, weet Pennink al wel dat kantoren met het SKHB-keurmerk zeker aan die eisen zullen voldoen. “Wij eisen dat alle in een kantoor werkzame adviseurs een door de SEH erkende hypotheekadviseur zijn. De WFD schrijft voor dat een vergunninghouder zelf, of één van zijn adviseurs, in het bezit moet zijn van een diploma op hypothekengebied. Die vergunningseis zal zeker niet hoger worden dan de SEH-erkenning. Wij gaan dus breder en dieper dan de WFD. Dat is ook meteen onze toegevoegde waarde: onze kantoren zijn zeker WFD-proof en wij hebben een vaste verificatiesystematiek. Het is nog maar de vraag of de AFM dat kan. Verder is nog niet duidelijk of de WFD zo ver gaat als wij op het gebied van dossiervorming.”
Toezichtskosten
SKHB-kantoren gaan waarschijnlijk ook een lagere bijdrage betalen aan de toezichtskosten dan andere bemiddelaars. “De AFM hoeft namelijk minder kosten te maken om toezicht te houden; wij zorgen al voor een stuk controle. Daarom verwacht ik dat de kosten van het toezicht voor SKHB-kantoren lager zullen zijn.”
De hoogte van de heffing hangt ook af van de regeldichtheid die de AFM wil aanbrengen op het gebied van de zorgplicht. “In de WFD wordt die omschreven in termen als ‘handelen in het belang van de klant’. Er wordt nu gestudeerd op de vraag hoe je daar handen en voeten aan geeft. De begrippen moeten worden uitgesplitst en er moeten regeltjes aan gehangen worden. Hoe meer regels, hoe hoger de kosten van het toezicht.”
Aanbieders moeten veel meer gaan segmenteren op basis van kwaliteit, verwacht Pennink. “Ook voor verzekeraars en geldverstrekkers komt er een zorgplicht. Zij moeten bij de AFM melding maken van zaken die bij tussenpersonen verkeerd gaan. Dat zet de relatie meer op scherp. Een verzekeraar moet er nu wel op gaan letten dat hij met goede tussenpersonen zaken doet. Ik vind dat verzekeraars en geldverstrekkers ook het keurmerk mee moeten nemen in hun segmentatiebeleid. Bovendien worden met de WFD alle bemiddelaars op één lijn gesteld; dan ontstaat de behoefte om je te onderscheiden en die mogelijkheid bieden wij.”
Aansluiting bij het keurmerk kost een kantoor éénmalig e 950 en daarna jaarlijks e 1.150. Naast de 575 aangesloten kantoren staan er nog bijna 500 kantoren ‘in de wacht’: zij hebben informatie gevraagd of hebben zich al aangemeld. “We hebben de acceptatie even stopgezet, omdat we met de nieuwe eisen bezig waren”, zegt Pennink. “Maar nu zijn we klaar voor de grote sprong.”
John Pennink: “Onze eisen gaan verder dan die van de WFD”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.