nieuws

Sivi pleit voor nationaal polisregister

Archief

“Binnen twee jaar maken consumenten gebruik van een digitaal polisregister. Via dit register kan de consument al zijn polissen raadplegen. Ik zie het als mijn taak om dat voor elkaar te krijgen”, zegt Sivi-directeur Hein Aanstoot. Verder vindt Aanstoot dat de administratie van polisgegevens op termijn bij de verzekeraar moet liggen en niet bij de tussenpersoon.

Hein Aanstoot is inmiddels driekwart jaar aan het werk als directeur van het standaardisatie-instituut Sivi. Makkelijk is het niet, vindt hij. “Bij London kon ik gewoon zelf de knopen doorhakken, hier ben ik continu bezig met polderen.”
Aanstoot, die benoemd is voor twee jaar, wil in die periode een nationaal polisregister voor de consumenten tot stand brengen. “Voorwaar geen makkelijke klus.” Via dit register worden alle polissen inclusief alle bijbehorende stukken digitaal ontsloten. De klant moet niet alleen tussen 9 en 5 zijn polissen kunnen inkijken, maar 24 uur per dag. “De tussenpersoon vindt dat de klant die gegevens bij hem moet inkijken. Ik vind van niet, maar de consument moet dit wel via de site van de tussenpersoon kunnen doen. Bij de constructie die wij voor ogen hebben, ligt de informatie bij de verzekeraar. Zie het maar als één groot draaiplateau. De tussenpersoon ziet alleen die polissen die bij hem zijn ondergebracht. De klant ziet uiteraard alleen die polissen die bij hem horen, maar wel alle polissen. Dus niet alleen de polissen die hij bij een tussenpersoon heeft ondergebracht, maar op den duur ook die bij een direct writer.”
“Een breed samengestelde werkgroep is dit nu aan het onderzoeken”, vertelt Sivi-adviseur Gerhard Gerritsen. “Sivi ontwikkelt enerzijds de standaard die het mogelijk maakt dat een polis gevonden wordt. Wij ontwikkelen anderzijds ook een standaard voor een ‘authenticatieserver’. Deze zoekt uit of jij bent die je zegt dat je bent. Wij bekijken daarvoor bestaande wereldstandaarden. Vervolgens maken we een set afspraken zodat dit ook in Nederland kan werken.”
Gevoelig
“Straks tik je je naam in zo’n polisregister en vervolgens krijg jij al je polissen te zien die aan jouw naam hangen. We gaan het zo maken dat ook familieleden die onder een ander polisnummer hangen, zichtbaar zijn”, zegt Gerritsen.
“Maar deze ontwikkeling ligt heel gevoelig. Want wie is eigenaar van zo’n register en wie beheert zo’n register? Het wordt zo ontwikkeld dat geen enkele verzekeraar zijn polissen hoeft af te staan. We gaan dus niet één centrale database bouwen waar alle polissen inzitten. Nee, zo’n polis moet alleen maar gevonden kunnen worden.”
Administratie
Volgens Aanstoot is de keten in hoge mate gedigitaliseerd, maar nog niet geoptimaliseerd. Polisgegevens zouden op een termijn van vijf tot acht jaar maar op één plek geadministreerd moeten worden. En wel bij de verzekeraar. Hij realiseert zich terdege dat dit vloeken in de kerk is. “Ja, dat levert natuurlijk de nodige discussie op. Maar het is volstrekt zinloos om de administratie op twee plekken te doen. De tussenpersoon moet de handen vrij krijgen voor adviseren en sluiten van polissen. Ik vraag mij in alle oprechtheid af hoe wij het met alle digitalisering en informatie van tegenwoordig voor elkaar hebben gekregen om steeds minder van de klant te weten. Dat moeten we omkeren. Het is nog altijd goedkoper om een klant te behouden dan om een nieuwe te moeten werven.”
Aanstoot realiseert zich dat tussenpersonen en verzekeraars hele duidelijke afspraken moeten maken. “De NAW-gegevens van de klant zijn voor de tussenpersoon. De verzekeraar mag deze gegevens niet gebruiken om de klant te benaderen en op een andere manier binnen te halen. De verzekeraar mag deze gegevens alleen gebruiken om te communiceren over het product. Dit moet in de agentuurovereenkomst geregeld worden.”
De systeemhuizen worden hierdoor niet buitenspel gezet, vindt hij. “De systeemhuizen moeten hun pakketten verder ontwikkelen naar volledige CRM-systemen. In zo’n systeem moet alles over de klant te vinden zijn en niet alleen zijn adresgegevens, zoals nu vaak het geval is. ”
Ballon
Vorig jaar op het tweede Sivi-congres zei NVA-en Sivi-voorzitter Niels Mourits dat het Sivi studeerde op zijn rol. Dit moest wellicht een regierol worden.
Nu, een jaar later, blijkt dat een regierol niet is weggelegd voor het Sivi. “Dat is inderdaad een moeilijke situatie. Niet alle partijen binnen het Sivi vinden dat wij de regie moeten voeren. Het standaardisatie-instituut moet partijen stimuleren de regie te nemen, maar moet niet zelf de regie nemen”, verwoordt Aanstoot het standpunt van het Sivi-bestuur.
“Ik blijf continu benadrukken dat het Sivi is opgezet voor het ontwikkelen van standaarden. Wij zijn een non-concurrentieel instituut. Wij moeten ons niet te pompeus presenteren om dingen op gang te brengen. Vergelijk Sivi maar met een ballon. Als je die teveel opblaast, knalt hij uit elkaar. Dat moeten we niet willen.”
Kip-ei-verhaal
Het onderwerp ketenintegratie en GIM (Generieke Interface Manager) kan niet ontbreken in een gesprek met de Sivi-directeur, die zich terdege realiseert dat de GIM zo langzamerhand een bottleneck wordt. “Maatschappijen blijven achter met productontwikkeling, systeemhuizen hebben het systeem te ingewikkeld gemaakt en de tussenpersoon is onvoldoende gemotiveerd”, somt Aanstoot de problemen bij ketenintegratie op.
“De systeemhuizen kunnen loepzuiver inregelen wat welke maatschappij met welke producten doet met behulp van de GIM. CCS heeft het al. Amedia en Anva zijn het aan het ontwikkelen. Ook systeemhuis Online is op dat vlak – al is het niet via de GIM – prima bezig en streeft dezelfde doelstellingen na. Daar komt bij dat het aanbod van de verzekeraars nog te gering is en dat zorgt ervoor dat tussenpersonen niet aanhaken. Het bekende kip-ei-verhaal”, verzucht Aanstoot.
“De GIM is technisch onomstreden”, vult Gerritsen aan. “Er zijn enkele honderden tussenpersonen die de GIM heel goed gebruiken en ja, zo’n 80% die de GIM niet en zeker niet dagelijks gebruikt.”
Laagdrempelig
Om ervoor te zorgen dat maatschappijen massaler aanhaken bij de GIM, zal deze laagdrempeliger gemaakt worden. “Wij onderzoeken momenteel hoe we de gegevens die op het extranet bij de verzekeraar staan via de traditionele weg weer bij het intermediair kunnen krijgen. Dat zit nu ingebakken in het GIM-protocol, maar dat hindert de maatschappijen. Wat wij doen, is kwaliteit van de aloude P-view (traditionele berichtenverkeer) ophogen. Bij de ontwikkeling van de GIM is dit achtergebleven. Dus uiteindelijk komen de gegevens vanuit de verzekeraar wel weer bij de tussenpersoon terecht, maar niet via het GIM-protocol. Daarmee hopen we dat er meer maatschappijen gaan meedoen”, aldus Gerritsen.
moet op termijn bij de verzekeraar liggen en niet bij de tussenpersoon.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.