nieuws

Serieus

Archief

Onthutsend zijn de bevindingen van de Verzekeringskamer naar aanleiding van haar onderzoek naar het gebruik van derivaten door levensverzekeraars

Afgaande op zowel de snelheid als inhoud van hun respons borrelt de vraag op of verzekeraars de nationale toezichthouder voldoende serieus (willen) nemen. Gelet op de wijze waarop de bedrijfstak omgaat met richtlijnen van de Verzekeringskamer moet die vraag ontkennend beantwoord worden. Drie voorbeelden ter illustratie. Jaarlijks moeten verzekeraars vóór 1 juli hun verslagstaten insturen, maar een klein percentage houdt zich daadwerkelijk aan dit wettelijk voorschrift. Vorig jaar bleef liefst 60% van verzekeraars in gebreke. De invoering van de Regeling Informatieverstrekking aan Verzekeringnemers per 1 augustus 1999 werd door driekwart van alle levensverzekeraars niet gehaald. Het jongste bewijs is de zwaar ondermaatse respons op de derivaten-enquête! Verzekeraars zijn er kennelijk niet voldoende van doordrongen dat de Verzekeringskamer in hun belang (continuïteit bedrijf en bescherming polishouders) haar toezicht uitoefent. Met name het toenemende gebruik van (risicovolle) derivaten als gevolg van grotere verwevendheid met beleggingsproducten en noodzaak van efficiënter vermogensbeheer dwingen de toezichthouder om regulerend op te treden. Te uitbundig gebruik van derivaten strookt immers niet met een solide beleggingsbeleid dat de Verzekeringskamer voorstaat. Dat de vinger aan de pols moet worden gehouden, bewijzen het geruchtmakende verlies destijds van de Britse bank Barings en enkele woningbouwcorporaties in eigen land. Ook een onderzoek door de Erasmus Universiteit eind 1995 wees op het gevaar dat het gebruik van derivaten als speculatie-instrument “een verslavend karakter heeft” en derhalve vraagt om aanscherping van regelgeving. De Verzekeringskamer kan tegengeworpen worden dat het tijdstip van enquêteren onzorgvuldig is gekozen. Richtlijnen in 1995 uitsturen en pas vier jaar later meten of, en zo ja in welke mate, die richtlijnen worden nageleefd, is niet wijs. Te meer, omdat al in 1996 duidelijk werd dat een soortgelijk onderzoek onder pensioenfondsen tegenvallende resultaten had opgeleverd. Dat de enquête – met de verplichting om binnen vier weken te reageren – vlak voor de zomervakantie wordt uitgestuurd, is eveneens vragen om moeilijkheden. Bij tal van bedrijven is dan de (directie)bezetting teruggelopen tot een minimaal niveau. Meer dan bedenkelijk is evenwel dat bijna 20% van verzekeraars zelfs na een rappel begin september niet heeft gereageerd. Ten dele mag de Verzekeringskamer dat zichzelf aanrekenen: een te slap toezicht leidt min of meer automatisch tot ‘zelfbestuur’. Om orde op zaken te kunnen stellen, zal de Verzekeringskamer haar autoriteit moeten (her)bevestigen, indien nodig door gebruik te maken van de dit jaar ingevoerde boeteregeling. Slechts een toezichthouder die in woord en daad geloofwaardig is, kan verwachten dat haar onderdanen hun plichten getrouw vervullen. Het strenge toezichtsbeleid van De Nederlandsche Bank mag de Verzekeringskamer daarin tot voorbeeld zijn! Wim Abrahamse

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.