nieuws

‘Schrappen dekking contra-expertise leidt tot Amerikaanse toestanden’

Archief

In AM 14 stond een artikel over het contra-expertiseburau van Anton Coolen. René Tishauser van EMN Expertise stelde in AM 15 dat toenemende concurrentie bij contra-experts ertoe zou kunnen leiden dat verzekeraars de dekking voor de kosten van contra-expertise gaan schrappen. Eddy Albers van Lengkeek, Laarman & De Hosson vraagt zich af of dit niet juist een averechts effect zal hebben.

“Blijkens recente publicaties staat het fenomeen contra-expertise volop in de schijnwerpers. Contra-expertise Nederland van Anton Coolen is voornemens om het recht op contra-expertise zoals dat in de meeste Nederlands brandpolissen is geregeld, middels een grootscheepse campagne meer onder de aandacht van het publiek te brengen.
Frank Olijslagers van de Bartok Groep nuanceert de noodzaak en het nut van contra-expertise door te stellen dat hier alleen gebruik van zou moeten worden gemaakt bij een enkel probleemgeval en bij schades van grote importantie. Hij denkt dat veel maatschappijen gedwongen worden om het recht op een contra-expert anders in hun polisvoorwaarden te omschrijven.
van contra-expertise en concludeert ook dat verzekeraars zouden kunnen gaan overwegen om de, uniek in de wereld zijnde, polisdekking voor de kosten van contra-expertise te laten vervallen.
De vraag rijst of het laten vervallen van het recht op contra-expertise een oplossing is, of juist tot het tegenovergestelde resultaat leidt. De Amerikaanse toestanden waaraan Tishauser refereert, hebben zo hun eigen problematiek. De contra-expert laat zich daar door een gedupeerde engageren tegen een aanzienlijk percentage (10%) van het schadebedrag. De contra-expert heeft daardoor belang bij een zo hoog mogelijke schadeclaim waar bovendien zijn 10% nog wordt bijgeschreven. Resultaat is dat er echt op zijn Amerikaans deals worden gesloten die niets meer te maken hebben met schadevaststelling en alles met koehandel. Komt men er niet uit, dan volgen ellenlange en kostbare procedures waar niemand echt wijzer van wordt.
Professionals
De Nederlandse situatie is zo slecht nog niet, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Als er een contra-expert wordt benoemd, volgt er ingevolge de polisvoorwaarden een akte van benoeming waarin ook een derde expert wordt benoemd die in geval van een geschil tussen de beide experts een bindende uitspraak over de hoogte van de schade doet. In de meeste polissen is dit ongeveer zo vastgelegd, zij het dat de redactie soms wat verschilt. Juridische procedures worden hierdoor op een enkele uitzondering na voorkomen.
Een belangrijke voorwaarde om dit proces soepel te laten verlopen, is dat het professionals zijn die zich met de schadevaststelling bezig houden. In dat opzicht hebben verzekeraars nog iets te regelen. In geen enkele polis wordt aandacht besteed aan de kwalificaties waaraan een expert en een contra-expert moeten voldoen. Voor de individuele kwalificaties is er al meer dan tien jaar het Nivre en voor de bureaus het BCE, twee instanties die borg kunnen staan voor een hoge kwaliteit van kennis en dienstverlening.
Maar in geen enkele polis staat dat een in te schakelen expert aan enige kwalificatie moet voldoen, terwijl een loodgieter of een elektricien over een vakdiploma moet beschikken om zijn beroep te mogen uitoefenen en zijn baas een erkenning moet hebben om zijn bedrijf te mogen voeren. Voor installaties vragen verzekeraars ineens wel om een erkenning c.q. certificering in de vorm van Borgcertificaten en ISO-certificeringen: het kan dus wel.
Vraag indammen
In het jaarverslag 2002 van de Ombudsman Verzekeringen wordt onder het hoofdstuk Schadeverzekeringen ook uitvoerig ingegaan op de situatie rond contra-expertise. Vastgesteld wordt dat het principe van equality of arms geschaad wordt als een verzekerde niet over dezelfde professionele bijstand kan beschikken als de verzekeraar, omdat de kosten slechts ten dele worden vergoed. Hierbij wordt mede gerefereerd aan het fenomeen prijsafspraken voor bulkschades die een adequate honorering van een eventueel in te schakelen contra-expert belemmeren.
Voor kleine schadegevallen zou een contra-expert niet nodig moeten zijn. Met een professionele aanpak van de expert namens verzekeraars, door daar waar nodig tijd te besteden aan de getroffen verzekerde, hoe klein de schade ook is, kan de vraag om contra-expertise in ieder geval worden ingedamd.
Ik deel de mening van Tishauser dat er voor het overgrote deel sprake is van een adequate schadebehandeling, maar stel wel vast dat de zaken waarin het niet helemaal goed gaat een onevenredig groot tijdsbeslag leggen op alle betrokkenen, ook bij verzekeraars. Het idee om de regeling voor de kosten van een contra-expert in de polis te laten vervallen, omdat van een toegevoegde waarde geen sprake meer is, lost echter niets op. Er zullen dan evengoed contra-experts worden benoemd, maar dan met een Amerikaanse benadering.
Het zou een slechte zaak zijn als de zogenaamde Amerikaanse toestanden hun intrede gaan doen in Nederland, niet in de laatste plaats omdat verzekeraars er uiteindelijk veel slechter mee af zullen zijn. Als een expert niet tot overeenstemming komt met een verzekerde en er is in de polis geen contra-expertise geregeld, rest verzekerde alleen nog de weg naar het klachteninstituut. Uitspraken van de Raad van Toezicht laten zien dat, zodra er een conflict ontstaat over een schaderegeling, buitengerechtelijke kosten wel degelijk op het bordje van verzekeraars terechtkomen (VR 1999/138). Dat zullen dan ook de kosten van de contra-expert en/of een belangenbehartiger zijn. Als er dan geen kwaliteitscriteria zijn gesteld waaraan door die personen moet worden voldaan, is het hek van de dam.”
Ing. E.W. Albers re FCILA
Firmant bij Lengkeek, Laarman & De Hosson

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.