nieuws

Schirmeister breekt lans voor systeem ‘no cure no pay’

Archief

Schirmeister breekt lans voor systeem ‘no cure no pay’

Waar de Orde van Advocaten vierkant stelling neemt tegen het honoreringssysteem ‘no cure no pay’ (zie AM 5, pag. 32), ziet mr. Frits Schirmeister, wetenschappelijk medewerker van de juridische faculteit van de Universiteit van Amsterdam vooral voordelen.
Schirmeister bracht dit naar voren tijdens het mini-symposium in Utrecht dat was gekoppeld aan het tekenen van de samenwerkingsovereenkomst tussen Slachtofferhulp Nederland en de vereniging van Letselschade-Advocaten LSA.
“Wij moeten ons hoeden om ons niet te vervreemden van de cliënt. Het is helemaal niet erg als de belangen van de advocaat en van de cliënt parallel lopen. De advocaat zal niet te veel uren schrijven, simpelweg, omdat hij geen uren hoeft te schrijven.” Schirmeister wees er in dit verband op, dat bij hantering van een uurtarief de belangen van de advocaat en van de cliënt niet parallel lopen. “De cliënt heeft immers belang bij zo weinig mogelijk uren.”
Hoogte uitkering
Hij ging ook in op het vaak gehoorde argument dat het onzin is om je van ‘no cure no pay’ te bedienen in gevallen waarin de aansprakelijkheid is erkend. “Daar ben ik het niet mee eens, want in zo’n situatie kan er nog over de hoogte van de uitkering enorm gesteggeld worden.”
Volgens Schirmeister heeft de onafhankelijkheid van de advocaat ten opzichte de cliënt niks met de honoreringsmethode te maken. “De advocaat maakt de dienst uit. Het is voor de cliënt van belang dat er geen financiële drempel is voor een gang naar de rechter. Maar het is de advocaat die de gang naar de rechter beperkt tot zaken met een redelijke kans van slagen.” Dat de advocaten bij hantering van ‘no cure no pay’ vooral zouden azen op zware zaken, vindt hij geen specifiek minpunt. “Dat gebeurt nu ook en dat is heel menselijk.”
Kiezen
Inleider Schirmeister vond principieel dat de consument moet kunnen kiezen tussen uurtarief en ‘no cure no pay’. Die keuzekwestie kwam ook aan de orde in de forumdiscussie die daarna werd gehouden onder leiding van mr. Theo Kremer (directeur van het Personenschade Instituut van Verzekeraars).
Men stond eerst stil bij de kwaliteit van de belangenbehartigers. Mevrouw Jacqueline Meyst-Michels, voormalig voorzitter van de LSA stelde: “Wij hebben bescherming voor slachtoffers gecreëerd door onder meer de verplichte jaarlijkse bijscholing. Het is heel vervelend, dat allerlei bureautjes als paddestoelen uit de grond schieten. Dat is niet in het voordeel van het slachtoffer, want die bureaus zijn niet gebonden aan normen en er geldt voor hen geen tuchtrecht.” Mr. Raoul van Dort, directeur van de Pals Groep, verklaarde “beslist geen tegenstander te zijn van de ontwikkeling van kwaliteitsnormen in de letselschaderegeling”. Hij wil ook best samen met de LSA aan opleidingen werken.
Reclame
Er werd uitvoerig stil gestaan bij reclame. Letseladvocaat mr. John Beer verhaalde van een moeilijke afweging. Een Amsterdams ziekenhuis zocht nog adverteerders voor een zuil in de hal en benaderde hiervoor zijn kantoor. “Het werd een grote discussie binnen ons kantoor. Het werd uiteindelijk nee.” Van de kant van het ziekenhuis werd gesteld: ‘Of u doet het, of een ander doet het. Wij hebben liever u, vanwege de kwaliteit.'”
Beer wees er op dat slachtoffers veelal een voorkeur hebben voor ‘no cure no pay’. “Door vast te houden aan het uurtarief, zie je vaak dat ze vluchten naar het ongeregelde circuit…”
Forumvoorzitter mr. Theo Kremer luistert geconcentreerd naar de woorden van de naast hem zittende mr. Raoul van Dort; geheel links mr. Jacqueline Meyst-Michels en geheel rechts inleider mr. Frits Schirmeister.
Slachtofferhulp werkt samen met organisatie letselschade-advocaten
Slachtofferhulp Nederland en de LSA, vereniging van letselschade-advocaten, hebben een samenwerkingovereenkomst gesloten. Slachtofferhulp Nederland, zal de 75 lokale Buro’s Slachtofferhulp aanbevelen gebruik te maken van de diensten van LSA-Advocaten.
De politie wijst veel (verkeers)slachtoffers op de hulp en advies van de medewerkers van de Buro’s Slachtofferhulp. Samen met het slachtoffer bekijkt een medewerker van zo’n bureau onder meer of juridisch advies nodig is.
Al geruime tijd verwijst Buro Slachtofferhulp (onder meer) naar de gespecialiseerde letseladvocaten die lid zijn van de vereniging LSA (ruim 200 leden).
Om deze verwijzing een stevige basis te geven, hebben de twee organisaties besloten de samenwerking te intensiveren en afspraken te maken over de kwaliteit van de dienstverlening en over de bevordering van kennis.
Vouwblad
Slachtoffers die in contact komen met Slachtofferhulp kunnen bij zo’n bureau een vouwblad krijgen, waarin de samenwerking wordt uiteengezet. De folder bevat een waardebon voor gratis advies van een letselschade-advocaat. (Opgemerkt kan worden dat een eerste gesprek altijd gratis is, maar het in handen hebben van een bon, kan uiteraard drempelverlagend werken.)
Behalve dat kennismakingsgesprek krijgt de cliënt bij aanvang van de werkzaamheden inzicht in de kosten. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd en het Buro Slachtofferhulp ontvangt een kopie.
Voorbehouden
Het laat zich raden dat het binnen de wereld van Slachtofferhulp gevoelig ligt dat de overkoepelende organisatie officieel gaat samenwerken met één van de groeperingen van professionele belangenbehartigers.
Dit komt ook tot uiting in het vouwblad. Daarin staat onder het kopje ‘Wat zijn de afspraken?’ onder meer dat LSA-advocaten worden aanbevolen. Er is wel het volgende aan toegevoegd: “De Buro’s Slachtofferhulp behouden de keuzevrijheid naar andere juridische belangenbehartigers te verwijzen”. Verder staat er in de marge vet gedrukt: “De samenwerking tussen LSA-advocaten en de medewerkers van Slachtofferhulp Nederland is gebaseerd op vrijwilligheid. Het staat beiden vrij nadere afspraken te maken dan wel de samenwerking op te zeggen.”
Profiel van Slachtofferhulp Nederland
Slachtofferhulp Nederland is een vereniging van 25 regionale organisaties met samen meer dan 75 lokale Buro’s Slachtoferhulp. De organisaties tellen in totaal 1.500 vrijwilligers en ruim 200 betaalde krachten. Van de bijna 100.000 slachtoffers die vorig jaar bij Slachtofferhulp terecht kwamen waren 20.000 verkeersslachtoffers en bijna 25.000 geweldsslachtoffers. Van Justitie ontvangt Slachtofferhulp jaarlijks ongeveer f 12 mln voor de hulp aan slachtoffers van misdrijven; voor verkeersslachtoffers tot nu toe circa f 800.000 op projectbasis. “De structurele financiering van de hulp aan verkeersslachtoffers baart ons zorgen. Deze hulp levert de maatschappij, overheid, bedrijven en verzekeraars enorme besparingen op, geschat tussen f 30 mln en f 90 mln per jaar. De investering krijg je ongeveer tien keer terug, zo leert het rendementsonderzoek naar de effecten van slachtofferhulp aan verkeersslachtoffers ons. Momenteel zijn we druk met de overheid in onderhandeling om de financiering van die hulp veilig te stellen.” Jager hoopt overigens ook bronnen buiten de overheid te kunnen aanboren.
Tevreden met de samenwerkingsovereenkomst: voorzitter mr. Meine Dijkstra van de LSA (links) en voorzitter mr. Michel Jager van Slachtofferhulp Nederland.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.