nieuws

Schaalvergroting

Archief

Schaalvergroting is aan de orde van de dag binnen de expertisewereld. Dit indikkingsproces als gevolg van fusies en samenwerking geldt vooral in de sfeer van de behandeling van materiële schade. Als het echter gaat om de mens (arbeidsongeschiktheid en letsel) is er juist groeiruimte voor bestaande en nieuwe bureaus. Begin deze maand opende Van Brunschot-Van Summeren-Hagoort, bureau voor arbeidsdeskundige adviezen en letselschaderegeling, het nieuwe kantoor in het Noord-Brabantse Uden. Grondlegger Wil van Brunschot begon april 1992 in z’n eentje. Inmiddels telt het bureau zestien medewerkers, van wie er vier medevennoot zijn.

Arbeid en gezondheid steeds meer centraal
door Richard Vroom
Doordat zijn broer bij een verkeersongeval betrokken was geraakt, kwam arbeidsdeskundige Wil van Brunschot in aanraking met het begrip letselschade. “Ik wist er niet veel meer van dan dat de veroorzaker van schade – en in zijn verlengde een verzekeraar – verplicht was schade te vergoeden.”
Uit interesse is Van Brunschot toen de opleiding Motorrijtuigverzekering en Schadebehandeling (M&S) gaan volgen. “M&S riep vooraf associaties met de kledingbranche op, maar daar kwam ik snel van terug toen ik het opleidingspakket te zien kreeg.” Tijdens die cursus kwam hij in contact met docent H. Forrer, die Van Brunschot vroeg bij hem in dienst te treden. Dat betrof het Regresbureau/Assuraad in Ermelo.
Van Brunschot, die bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD) werkte en al plannen koesterde om eigen baas te worden, hapte gretig toe. “Voor mij waren het twee vliegen in één klap. Ik kon het geleerde, waar ik veel interesse in had gekregen, in de praktijk gaan waarmaken en daarin een arbeidsdeskundige inbreng leveren. Tevens kon ik – gelet op mijn wens om zelfstandig te worden – de sfeer en vooral de cultuur bij verzekeraars gaan proeven.”
Van Brunschot zegt dat hij vanaf het begin kenbaar heeft gemaakt dat hij graag eens een eigen arbeidsdeskundig adviesbureau wilde opzetten. Hij werkte overigens met veel plezier bij het Regresbureau als letselschaderegelaar, maar werd na bijna vijf jaar voor het blok gezet toen hij, anticiperend op het ondernemerschap, zich bij de Kamer van Koophandel had laten inschrijven. “Dat vond het Regresbureau bedreigend en ik moest toen kiezen.”
Maanden wachten
In zijn woonplaats Erp kon hij een ruimte huren bij een tussenpersoon, maar het duurde enkele maanden voor de eerste opdracht kwam. “Elke verzekeraar kent expertisebureaus waarmee hij vaak werkt en in dit soort zaken zijn de opdrachten veelal persoonsgebonden. Wil je daar dan als nieuw bedrijf opdrachten binnenhalen, dan moet je toch wel met een andere visie komen. De prijs is daarbij het laatste middel.” Nadat hij een proefopdracht had gekregen en deze tot grote tevredenheid van de betrokken maatschappij had uitgevoerd, begon de stroom werk op gang te komen. “Het ging toen razendsnel en ik kon na een half jaar de werkzaamheden niet meer alleen behappen. Binnen een jaar werd het bureau versterkt met Ton van Summeren en Bas Hagoort, die ik allebei uit mijn GMD-tijd kende.” Van Brunschot koesterde hierbij een doordachte filosofie: “Omdat er bij de diverse expertisebureaus sprake was (en nog is) van een groot verloop van bekwame experts, is vanaf het begin gekozen voor uitbreiding in de vorm van vennoten: uitvoerders binnen de onderneming die tevens eigenaar zijn.” Al telt de bedrijfsnaam er nog steeds slechts drie, het aantal vennoten is inmiddels uitgebreid tot vijf. Toegetreden zijn Edy Delvaux (in 1994), afkomstig van Winterthur, en in juli van dit jaar Noud Arts, die bij Interpolis werkzaam was.
‘De kamer vullen’
Van Brunschot heeft een duidelijk visie op de eisen waaraan arbeidsdeskundigen en letselschaderegelaars moeten voldoen. Het is volgens hem van essentieel belang dat zij over zeer goede communicatieve vaardigheden beschikken. “In contacten met mensen moet de arbeidsdeskundige/letselschaderegelaar immers in korte tijd het vertrouwen kunnen winnen. Vertrouwen is noodzakelijk om de juiste informatie boven water te krijgen. Hij moet in deze vaak moeilijke contacten zijn deskundigheid uitstralen, wat wij kort gezegd omschrijven als ‘de kamer kunnen vullen’.”
“Daarbij mag hij nooit vergeten, dat de mensen met wie hij in aanraking komt op een of andere manier gehandicapt of slachtoffer zijn; dat wil zeggen emotioneel bij de zaak zijn betrokken. Als intermediair tussen de opdrachtgever en de betrokken persoon moet hij tevens de relatie tussen de opdrachtgever en de verzekerde (bij aov-zaken) of de gelaedeerde (bij aansprakelijkheidskwesties) niet verstoren.” Van Brunschot stelt verder dat het technische deel van het werk van de arbeidsdeskundige voor misschien wel het overgrote deel door ervaring en door uitbouw van de basiskennis geleerd kan worden. “Naar onze inschatting is dit technische deel slechts 50% van ons werk. Ik bedoel hiermee dat naar onze mening de persoonlijke invulling van de arbeidsdeskundige, de benadering van mensen, van doorslaggevende betekenis is voor het eindproduct.”
Oog voor verwachtingspatroon
Verzekerden en slachtoffers hebben zelf een verwachtingspatroon ten aanzien van bijvoorbeeld de mate van arbeidsongeschiktheid. Van Brunschot vindt dat men bij arbeidsdeskundige schattingen de betrokkene niet in het ongewisse mag laten, als de verwachting van verzekerde/slachtoffer daar in aanzienlijke mate van afwijkt. “Zeker in gevallen waarin iemand meent volledig of grotendeels arbeidsongeschikt te zijn, terwijl er objectief medisch slechts lichte beperkingen zijn aangegeven, moet die discrepantie bespreekbaar worden gemaakt. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de uiteindelijke beslissing niet totaal onverwachts komt en daarmee de eerste reactie naar de opdrachtgever vaak milder zal zijn. De betrokkene heeft er immers al over kunnen nadenken.” Het is de taak van de arbeidsdeskundige om vast te stellen wat iemand nog wél kan en voorts om de weg aan te geven hoe je met die wetenschap moet omgaan. Van Brunschot: “Door her- en omscholing kan worden bereikt dat mensen in een, maatschappelijk gezien, betere situatie komen. Daar hebben alle betrokkenen baat bij: het slachtoffer voelt zich prettiger, de verzekeraar hoeft wellicht minder uit te keren en voor de arbeidsdeskundige is er de voldoening een rol in dit proces te hebben gespeeld.”
Mede om de kwaliteit van de dienstverlening op peil te kunnen houden, is het Udense bureau aangesloten bij de relevante beroepsorganisaties zoals de NVVA, het NIS en het Nivre.
Cultuurverschil
De particuliere verzekeringswereld heeft voor arbeidsdeskundigen een heel ander werkklimaat dan de wereld van de sociale verzekeringen, vindt Van Brunschot. Mensen die afkomstig zijn uit de sociale verzekeringen hebben een jaar nodig om de cultuur te kunnen begrijpen, is zijn ervaring. “In de particuliere verzekering is sprake van een meer zakelijke benadering, maar dat wil niet zeggen dat dit afstandelijker is dan in de sociale verzekering. Zeker in onze filosofie is de bezochte persoon minder een nummer.”
Een ander cultuurverschil schuilt onder meer in de sfeer van ‘controleren en verifiëren’. “Als bijvoorbeeld een boer zegt, dat hij zich zodanig arbeidsongeschikt voelt dat hij voor meer werkzaamheden een loonwerker moet inschakelen, dan moet dat later boekhoudkundig te controleren zijn.”
Toekomstvisie
Van Brunschot is ervan overtuigd dat het thema ‘arbeid en gezondheid’ in de nabije toekomst steeds meer een centrale rol gaat spelen. “Hierbij is enerzijds van belang welke informatie de behandelend en keurend artsen op dit terrein tot hun beschikking hebben. Anderzijds is het van groot belang welke informatie de arbeidsdeskundige van de medici nodig heeft om hier zo goed mogelijk op te kunnen inspelen.”
Een specifiek aspect waar hij op wijst, is het gegeven dat de opleidingsgraad van de werkende bevolking in de afgelopen decennia aanzienlijk is toegenomen. Van Brunschot: “Dit zal vaker tot discrepanties tussen de opleidingsgraad en de uiteindelijke werkplek leiden.”
Hij voorziet diverse probleemgebieden bij arbeidsongeschiktheid en (re)integratie, zoals bijvoorbeeld de omvang van arbeidsongeschiktheid waaraan arbeidsconflicten ten grondslag liggen. “Welk beleid zal dan worden gevoerd ten aanzien van arbeidsongeschikten die een beroep doen op bijvoorbeeld een particulier gesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering?”
Een ander probleem dat hij bij de beleidsmakers op tafel wil leggen, is: wat is het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium? Van Brunschot: “Een diagnose zegt immers niets over de mate waarin iemand kan functioneren. Er zijn vaak twijfel- of grensgevallen tussen sociale problemen en ziekte. Kan iemand arbeidsongeschikt zijn zonder dat dit objectief medisch is vast te stellen?” Hij geeft een praktijkvoorbeeld van iemand die uit de running is geraakt en tegenover een arbeidsdeskundige de verzuchting slaakt: “Als ik morgen een baan zou hebben, weet ik zeker dat mijn arbeidsongeschiktheid over is”. Van Brunschot: “Is zo iemand dan in verzekeringstechnisch opzicht op dit moment wél of niet arbeidsongeschikt?”
Wiens brood men eet…?
Een actueel vraagstuk is, of je als expertisebureau zowel voor verzekeraars als voor gelaedeerden kunt werken. Een bureau als Cunningham Boschman heeft recentelijk de knoop doorgehakt: het treedt niet langer voor gelaedeerden op (zie AM 17, pag. 23).
Van Brunschot vertelt dat zijn bureau het een keer of tien bij de hand heeft gehad, dat zich een gelaedeerde tot het bureau wendde en dat later bleek dat de schuldige verzekerd was bij een maatschappij waarvoor zijn bureau veel werk verricht.”Wij hebben hierover steeds met gelaedeerden en de betrokken maatschappij gesproken. In acht van die tien gevallen wilde men desondanks dat wij de zaak bleven behartigen.”
Van Brunschot: “Het technische deel is slechts vijftig procent van ons werk”.
W.L. (Wil) van Brunschot (51) is geboren in het Noord-Brabantse Helvoirt. Hij volgde opleidingen aan de politieschool en de Sociale Academie en later de gerichte cursussen Sociale Verzekeringen I en II.Zijn eerste functie was die van adviseur Bijstandszaken bij een regionaal samenwerkingsverband van gemeenten in Noord-Oostbrabant. Vervolgens was Van Brunschot van 1980 tot en met 1986 arbeidsdeskundige bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst. Na de cursus Motorrijtuigverzekering en Schadebehandeling gevolg te hebben, trad hij begin 1987 als letselschaderegelaar in dienst bij het Regresbureau/Assuraad in Ermelo. In 1992 stichtte hij zijn eigen bureau.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.