nieuws

RVS in beroep tegen toewijzing avp-claim wegens seksueel misbruik

Archief

Schadeverzekeraar RVS legt zich niet neer bij een uitspraak in kort geding waarbij de maatschappij is verplicht tot honorering van een avp-claim wegens door de verzekeringnemer gepleegd seksueel misbruik.

Het onderhavige vonnis van de president van de rechtbank in Arnhem, mr. M.L. Drabbe, ligt in de lijn van het geruchtmakende Hoge Raad-arrest van 6 november 1998 (NJ 1999, 220), waarin letselschade als gevolg van een geweldsdelict door de aangesproken avp-verzekeraar moest worden vergoed. Kernargument van de toewijzing was, dat de verzekerde het letsel niet had beoogd). Dat arrest was voor avp-verzekeraars aanleiding om de opzetclausule expliciet uit te breiden met uitsluiting van crimineel gedrag alsmede seksuele misdragingen.
Jaren tachtig
In de zaak waar RVS nu als avp-verzekeraar partij is, had de raadsvrouw van het slachtoffer op 14 maart van dit jaar de betrokken man aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van door hem gepleegde ontuchtige handelingen in de periode 1982-1989. Tevens was hem gevraagd of hij in die periode over een WA-verzekering beschikte. In dit geval wilde de raadsvrouw via cessie in de gelegenheid worden gesteld om de zaak rechtstreeks met de verzekeraar af te handelen.
Op 18 mei berichtte de advocaat van de man, dat de avp geen dekking bood voor de onderhavige claim. Op 14 september werd de man veroordeeld tot betaling van een bedrag van ( 30.000 aan de vrouw, bij wijze van voorschot op schadevergoeding wegens materiële en immateriële schade. Hij heeft geen hoger beroep aangetekend.
In oktober heeft de man zijn vordering op RVS aan de vrouw gecedeerd. RVS wees vervolgens haar claim af op grond van de opzetclausule.
Goede zeden
In het daaropvolgende kort geding bracht RVS naar voren, dat dekking door een avp van een schade als de onderhavige in strijd moet worden geacht met de openbare orde en de goede zeden (artikelen 3:40 en 3:41 van het Burgerlijk Wetboek). Bovendien zou het in strijd zijn met de bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst in acht te nemen redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW) dat een verzekering dergelijke schade dekt.
Rechtbankpresident Drabbe was het niet eens met deze stellingname. “Niet van dekking is uitgesloten de aansprakelijkheid voor schade als gevolg van geweldsmisdrijven. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld mishandeling, maar ook aan seksueel misbruik.” “Hoewel B (de dader, red. AM) wellicht had moeten weten dat zijn handelen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid traumatische en psychologische klachten zou veroorzaken, is niet aannemelijk dat zijn handelen op dat gevolg en dat letsel was gericht. Sterker nog, ingeval van mishandeling zal het handelen van een dader eerder zijn gericht op het toebrengen van bepaald letsel (men wil de ander bijvoorbeeld uitschakelen danwel bezeren/verwonden) dan bij seksueel misbruik (het plegen van ontuchtige handelingen) het geval zal zijn. Het is zonder meer aannemelijk dat laatstgenoemde handelingen in de eerste plaats gericht zijn op het eigen belang (het bevredigen van een behoefte) en niet of nauwelijks op de uiteindelijke gevolgen daarvan.” Op grond van deze beoordeling kon Drabbe niet anders dan tot toewijzing van de claim besluiten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.