nieuws

‘Rendement Achmea kan beter’

Archief

Maarten Dijkshoorn viert met een tweeslachtig gevoel z’n langste vakantie in 27 jaar. Dat heeft hij te danken aan de mededeling dat hij Nationale-Nederlanden gaat verlaten en aan de slag gaat bij concurrent Achmea. Dijkshoorn moet zijn “enorme oranjegevoel” afschudden en onderwijl zijn ongeduld tot 2 september intomen. Pas dan mag hij zijn verzekeringskennis en -ervaring met Achmea delen.

Door Henri Drost
Een volslagen verrassing was het, toen Dijkshoorn eind juli aankondigde Nationale-Nederlanden te verlaten. Niet alleen voor de buitenwereld. Ook in het eigen NN-huis werd menig wenkbrauw gefronst. “Ik heb veel mailtjes gekregen na mijn mededeling te zullen vertrekken. Op zo’n moment merk je pas hoeveel mensen je hebt leren kennen in die 27 jaar. De reacties waren voor mij persoonlijk leuk. ‘Leuk voor jou, jammer voor NN’, was de teneur. Een collega van buiten mailde: ‘Nu ga je Achmea versterken en daar ben ik helemaal niet blij mee’. Ook dat was leuk.”
Dijkshoorn zelf was evenzeer verrast toen hij enkele maanden eerder een telefoontje kreeg van een headhunter. “Ik zei nog: ‘u weet toch dat ik een enorme oranje-man ben? Als ik mijn vinger snijd, bloed ik oranje!’ Dat was bekend, werd gezegd, maar ze wilden toch graag praten. Was trouwens wel grappig, want die meneer begon met een verhaal over een grote verzekeraar in het midden van het land met een omzet van zoveel. Tja, ik wist natuurlijk direct dat het om Achmea ging. Vervolgens hebben we de naam maar gewoon genoemd.”
Andere cultuur
“Een mooie kans om iets in een andere bedrijfscultuur te doen”, zo motiveerde Dijkshoorn zijn overgang in de vorige editie van AM. Maar u werkt al 27 jaar binnen hetzelfde concern en in die jaren is dit toch nooit een bezwaar geweest? Het blijft opmerkelijk dat een NN’er bij uitstek zo maar overstapt naar Achmea…
“Nou, ik heb al heel wat verschillende bedrijfsculturen meegemaakt hoor. Zo ben ik eens van RVS Leven overgestapt naar schadeverzekeraar De Zeven Provinciën. Neem van mij aan, dat was een grote verandering. Net als de overstap van RVS naar Nationale-Nederlanden. Bij RVS knokte je voor elke post, voor elke gulden premie. NN was daarentegen ongenaakbaar, een beetje arrogant zelfs. Toen in 1984 Amfas/RVS werd overgenomen door NN, zag je de NN’ers denken: Wat is dat voor volk?”
“Maar ik moet zeggen, RVS’ers hebben wel een eerlijke kans gehad binnen NN. Durk Brands en Gerard van Staveren – die mij als afdelingschef bij RVS nog eens een vakantiebaantje heeft gegeven – hebben bijvoorbeeld fraaie carrières bereikt. Trouwens, ook Bert Richaers (de huidige eerste man van NN – red.) is ooit bij Amfas/RVS begonnen.”
Cultuurverschillen trof Dijkshoorn bovendien binnen NN zelf aan. “Vanaf 1996 is NN zwaar gaan werken aan een eenheid tussen Schade, Zorg en Leven. Ik ben toen veel meer aan Leven en Pensioen gaan doen en ik kan zeggen dat de Rotterdamse en Haagse cultuur heel verschillend zijn.”
Caravan
Twee dagen na de bekendmaking van zijn vertrek bij NN was zijn bureau opgeruimd. “Die vrijdag heb ik nog een gesprek gehad met de externe accountant over de halfjaarcijfers en daarna ben ik uit Den Haag vertrokken. Ik kom er alleen nog om afscheid te nemen.”
Was u niet langer gewenst?
“Ach, dat gaat van beide partijen uit. Ik ga immers naar de concurrent. Verder weet iedereen om je heen dat je binnenkort vertrekt en dus kun je geen leiding meer geven. Eigenlijk heb je er niets meer te zoeken en moet je gewoon weggaan.”
Twee weken is-ie inmiddels thuis. De caravan wordt momenteel door hem en z’n vrouw ingepakt voor een reis naar Spanje. Een topman uit de verzekeringswereld op een camping aan de Costa Brava; geen alledaags beeld en tekenend voor de persoon Maarten Dijkshoorn. “Ik vind Spanje een heerlijk land met heerlijke mensen.”
In beweging
Zin heeft Dijkshoorn zeker in zijn nieuwe baan bij Achmea. “Ik zit nu tien jaar op een directiestoel bij NN en had er best m’n pensionering kunnen halen. Daar had ik me niet voor hoeven schamen. Maar na tien jaar heb je het allemaal wel meegemaakt. Ik krijg nu de kans bij een bedrijf dat volop in beweging is, in de sociale zekerheid, in de zorg en met pensioen. Daar kijk ik naar uit.”
De dag voor het interview is Dijkshoorn door Achmea’s bestuursvoorzitter Paul Overmars rondgeleid in het hoofdkantoor in Zeist. Dijkshoorn raakte onder meer onder de indruk van de talloze fitness-mogelijkheden. “Daar ga ik zeker gebruik van maken. Ik ben zestienduizend sigaretten geleden namelijk gestopt met roken en ben sindsdien vijftien kilo aangekomen. Daar moet ik wat aan doen.”
Zestienduizend sigaretten geleden?
“Ja, dat klinkt wat imposanter dan vijftien maanden terug; voor de buitenwereld én voor mezelf. Ik ben eens gaan tellen hoeveel sigaretten dat waren in vijftien maanden tijd en kwam toen op zestienduizend uit. Dat zet je wel even aan het denken.”
Wat hij inhoudelijk gaat doen als lid van de raad van bestuur van Achmea is nog niet duidelijk. “Ik begin op 2 september en zal dan, net als het andere nieuwe bestuurslid Gerard van Olphen, eerst gaan kennismaken met de diverse business-units. Onderwijl zullen we als raad van bestuur goed gaan nadenken over de taakverdeling, maar dat heeft geen haast. Kijk, mijn grote liefde ligt bij employee-benefits. Maar andere facetten van het verzekeringsbedrijf heb ik evenzeer erg leuk gevonden. Ik ben in veel onderwerpen geïnteresseerd, verspreid over een breed vlak en dat kan in deze branche. Wij schijnen maar niet van het imago van saai en duf af te kunnen komen, terwijl dit vak juist volop met de actualiteit bezig is. Op vrijwel elke krantenpagina tref je een onderwerp aan waar deze bedrijfstak bij betrokken is.”
Wat denkt u te kunnen toevoegen aan Achmea?
“Ach, ik probeer gewoon mijn bijdrage te leveren. Laat ik zeggen dat het rendementstechnisch beter kan.”
Als voorzitter van het Centrum voor Verzekeringsstatistiek kunt u het weten.
“Nou, daar zie ik wel veel marktcijfers voorbijkomen, maar die zijn niet terug te voeren naar individuele maatschappijen. Nee, bij NN werden er altijd hele goede studies gemaakt van de groei en het rendement van onze concurrenten in alle deelmarkten. Van de Achmea-bedrijven kun je zeggen dat het rendement hoger moet kunnen.”
“Meer rendement behalen kan op verschillende manieren. Je kunt in omvang toenemen en alleen daardoor al meer winst maken. Je kunt veel doen aan de kostenkant. Zo heeft Achmea een enorme kans te benutten op het vlak van synergie. En als verzekeraar is er veel te winnen bij een goede schadelastbeheersing. Wat dat laatste betreft, moet ik zeggen dat we bij NN nog wel eens jaloers waren op Achmea. De schadelastbeheersing van Centraal Beheer is toonaangevend in de markt.”
Een redelijk winstniveau is volgens Dijkshoorn noodzakelijk voor het voortbestaan van ieder bedrijf. “Ik kom uit een organisatie die resultaatgericht is. Dat is een manier van denken. Wellicht kan ik op dat vlak een bijdrage leveren. Als Eureko (het Europese moederbedrijf van Achmea) in de toekomst naar de beurs gaat, zal ook de financiële markt meer eisen stellen aan de winstgevendheid. Ik geloof heilig in aandeelhouderswaarde. Maar ik merk er wel bij op dat die niet ontstaat zonder waarde te hechten aan de klant en aan de medewerkers die graag bij een bedrijf moeten werken. Aandeelhouderswaarde op de derde plek, na klant- en medewerkerswaarde, kan dus wel eens de goede volgorde zijn.”
Reïntegratie
Dijkshoorn is als directielid van NN en als voorzitter van de Verbondssector Zorg nauw betrokken geweest bij de veranderingen in de sociale zekerheid. Een onderwerp dat Dijkshoorn inleidt met een voor hem typerend uitstapje. “De discussie over de sociale zekerheid begon in 1991: op 13 juli, toen ontstond er veel tumult over een SER-rapport. En op die dag ben ik jarig.”
Dijkshoorn heeft vele veranderingen aan zich voorbij zien trekken, zoals het WAO-gat, de Ziektewet, de Pemba en de Wet Poortwachter. Eén ding staat voor hem voorop: “Ik had verwacht dat we nu al verder waren geweest.” De klok kan zelfs nog worden teruggedraaid, zo denkt hij. “Sleutelwoord voor de komende tien jaar is reïntegratie. Als dat tot meetbare successen leidt, dan komt er veel meer los. Anders komt er vanzelf een kabinet dat zal zeggen: ‘privaat is ook niet alles’.”
Pijnpunt is de arbodienstverlening?
“Jawel, maar het gaat steeds beter. Vergeet niet waar we vandaan komen, met die oude ambachtelijke bedrijfsgezondheidsdiensten. In zeven, acht jaar tijd is een wereld van verschil gemaakt.”
Zwalken
Weten waar je vandaan komt, dat ontbreekt er volgens Dijkshoorn in politiek Den Haag veelvuldig aan. “Daarom ben ik blij met de aanstelling van Aart-Jan de Geus als minister van Sociale Zaken. Als voormalig CNV-bestuurder en lid van de SER heeft hij het proces zelf meegemaakt. Het is belangrijk dat iemand begrijpt wat er is gebeurd en daar een logisch vervolg aan kan geven.”
Het beleid rond lijfrente en pensioen ziet hij daarom hoofdschuddend aan. “Het is bijna onbestaanbaar wat op dat vlak gebeurt. We hadden nog niet zo lang geleden een enorm vut-probleem in dit land. Vooral door ondersteunende wetgeving van bedrijfssparen en de Wet fiscale behandeling van pensioen (commissie Witteveen) is dat prachtig opgelost. Aan de Wet fiscale behandeling van pensioen zijn jaren van studie voorafgegaan. En door deze samenhangende wetgeving zou dit kabinet zomaar even een streep zetten? Dat is geen zwabberen, maar zwalken!”
“Wat dat betreft, mag er best wat meer begrip zijn voor de administratieve problemen van verzekeraars. Moet je zien waarmee we geconfronteerd zijn geweest. Doe daar nog even een eurootje en een millenniumpje bij, plus de rekenrente. Dat zijn gigantische klussen en die zijn allemaal goed uitgevoerd. Er is alleen veel werk blijven liggen.”
Het jongste probleem heet de voorgenomen afschaffing van de vrije aftrek van lijfrentepremies. “We hebben als verzekeraars aan burgers nog amper duidelijk gemaakt wat begrippen als basisaftrek, jaarruimte en inhaalruimte betekenen en zonder enige evaluatie wordt het roer weer omgegooid. Kijk, een kabinet is niet gehouden aan het beleid van een voorganger, dat begrijp ik nog wel. Maar enige consistentie van beleid is toch niet te veel gevraagd? Hoe kom je ook over bij verzekerden? Je kunt als verzekeringsmaatschappij toch niet elke brief beginnen met ‘De onbetrouwbare overheid…’?”
“En pas op met de levensloopverzekering. Voor we het weten, draait dat uit op een uitholling van onze pensioenreserves. Let op.”
Ongeduldig
U kunt natuurlijk zelf stuurman gaan worden in Den Haag?
“Een politieke functie voor mij? Het zou wel gezellig worden in de Tweede Kamer. Maar nee, ik zou als minister absoluut te ongeduldig zijn in verhouding tot het parlement. Als ik zie hoe de minister van Justitie en die van Volksgezondheid voor elk onbenullig wissewasje naar de Kamer worden geroepen. Nee, daar ben ik niet geschikt voor.”
“Men houdt zich in Den Haag te graag met details bezig. Dat is natuurlijk wel lekker, want het is overzichtelijk en tastbaar voor de achterban. Maar het gaat om de lange termijn.”
Maarten Dijkshoorn: “Ik had bij NN best m’n pensionering kunnen halen; daar had ik me niet voor hoeven schamen”.
Een extra weekeinde verlof uit militaire dienst in het Duitse Hohnen bracht Maarten Dijkshoorn (52) in de verzekeringsbranche. Hij kreeg dat verlof namelijk omdat hij gereageerd had op een advertentie van RVS voor een medewerker op de afdeling Wiskunde. Hij werd aangenomen. “Na twee jaar dacht ik: leuk werk, maar niet voor altijd.” In 1973 ging hij Econometrie studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Later, terug bij RVS, volgde nog een studie Actuariaat. Dijkshoorn was een tijdje certificerend actuaris van NN Schade en NN Zorg en trad in 1994 toe tot de directie. Hij heeft een voorliefde voor sociale zekerheid en zorg, maar zijn laatste functie was financieel directeur (CFO). Dijkshoorn is voorzitter van het Centrum voor Verzekeringsstatistiek (CVS) en was tot begin dit jaar voorzitter van de sector Zorg van het Verbond van Verzekeraars.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.