nieuws

‘Reisverzekeraar heeft lange tenen’

Archief

Joop Rengers reageerde in AM 8 (pag. 47) op mijn artikel waarin ik bedenkelijke ontwikkelingen in de bagageverzekering signaleer, op een manier die exemplarisch is voor de wijze waarop onze bedrijfstak meent te moeten reageren op kritiek van binnen uit. Dat wil zeggen: wild om zich heen slaand, verdachtmakingen uitend en maling hebbend aan een juiste weergave van de argumenten van de ‘tegenstander.’

Het is uiterst onaangenaam, maar wel noodzakelijk om daar op te reageren want ook kennelijk impulsief op papier gekwakte beschuldigingen hebben de neiging een eigen leven te gaan leiden, zeker als ze uit de pen vloeien van een directeur van een vooraanstaande reisverzekeraar. Joop Rengers is niet de eerste de beste en ik zal, vriendelijk als ik altijd ben, maar aannemen dat hij een off-day had toen hij het eerste deel van zijn reactie schreef.
Maar blijkbaar heb ik toch op een paar pijnpunten gedrukt en omdat Rengers’ artikel verderop gelukkig wat evenwichtiger wordt, zie ik een mogelijkheid om de discussie voort te zetten.
Dat moet dan, wat mij betreft, gaan om twee hoofdzaken. Ten eerste: een algemeen aanvaardbare definitie van het begrip ‘normale voorzichtigheid’. Ten tweede: fraude- en schadepreventie in algemene zin.
Uitholling
In de eerste punt speelt de Raad van Toezicht een hoofdrol en wel door het formuleren van een stap voor stap verder gaande interpretatie van de verplichting tot ‘normale voorzichtigheid’. Aangezien van die verplichting niet een voor alle gevallen bruikbare definitie bestaat, zal de RvT zijn oordeel onder meer toetsen aan eerder gedane uitspraken en omdat de RvT uit eigen beweging geen stap terug zal doen, begint precies daar de door mij bedoelde uitholling. Naar te vrezen valt, eindigt dit tenslotte met het oordeel dat zowat elk verlies van bagage het gevolg is van onvoldoende voorzichtigheid.
Dat is voor een deel begrijpelijk, want naarmate de criminaliteit harder en algemener wordt, zal de burger een grote voorzichtigheid aan de dag moeten leggen, maar aan de andere kant mag van de Raad verwacht worden dat hij met beide benen op de grond blijft staan. Dat mag zeker verlangd worden als het gaat om duidelijk te goeder trouw zijnde verzekerden wier voorzichtigheid tenslotte toch niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.
Zulke en andere zaken komen natuurlijk niet zomaar bij de Raad van Toezicht terecht. Daar is een uitgebreide correspondentie aan vooraf gegaan en een competent hoofd schade-afdeling zal alles doen om dat te voorkomen. Bijvoorbeeld door een al te bijterige schadecorrespondent kort aan de teugels te houden. Ik heb al eerder betoogd dat afwijzing van schade moet worden voorbehouden aan leidinggevenden.
De verzekeraar staat immers steeds voor het dilemma om door regeling van een discutabele schade verdere uitholling van de branche te voorkomen of om maar te zien waar het schip strandt.
Sterke verhalen
Aan de andere kant zijn het de verzekerden zelf die vlijtig meehelpen bij de uitholling van de bagagedekking. Wie ook buiten de kring van branchegenoten zijn oor wel eens te luisteren legt, heeft geen enkele moeite om een paar ‘sterke verhalen’ zoals Rengers ze zou noemen, op te tekenen. Ik geef er nog een en niet om Rengers te pesten, maar om aan te tonen hoe dringend de noodzaak is om elke schade-aangifte uiterst kritisch tegen het licht te houden. Zonder aanzien des persoons nog wel. Ik sta persoonlijk voor de juistheid van dit voorbeeld in.
Een zeer welgesteld echtpaar krijgt tijdens een vakantiereis naar Skandinavië ernstige pech aan zijn vrijwel nieuwe auto. Zij maken gebruik van de SOS-regeling die hun automerk gratis aanbiedt en schakelen zekerheidshalve ook hun eigen autoverzekeraar in die een soortgelijke dekking biedt. Die dekkingen werken perfect en alle gemaakte kosten plus vervangend vervoer worden keurig vergoed. Een lang verhaal kort: het echtpaar dat toch al niets tekort komt, ziet kans om zich de repatriëringskosten per trein in de eerste klasse tweemaal te laten vergoeden. Kennelijk zonder enig gewetensbezwaar. Mijn gedachte toen ik dat hoorde was om te beginnen ‘zie je wel, dat bevestigt weer mijn vooroordeel dat vooral zij die het niet nodig hebben, het tillen van ‘de verzekering’ als een onschuldig tijdverdrijf beschouwen. Maar direct daar achteraan kwam de vraag of er nou echt niemand van al die mensen die dit soort schades beroepshalve regelen op het idee gekomen was om een expliciete schriftelijke verklaring te eisen inzake mogelijke dubbele verzekering. Want velen die het oplichten van een verzekeraar nog als sport beschouwen deinzen uiteindelijk toch terug voor valsheid in geschrifte.
Gebrek aan controle
Mijn conclusie moge duidelijk zijn: ófwel het aanscherpen van polisvoorwaarden, bijvoorbeeld door het uitsluiten van diefstalschade uit een onbeveiligde geparkeerde auto (waar tussen haakjes menige verzekerde begrip voor zal opbrengen), of een duidelijke en keiharde nieuwe formulering van het zorgvuldigheidsvereiste biedt uitkomst. Coulance kan dan altijd nog.
Maar in alle gevallen hebben we dringend behoefte aan schaderegelaars die iedere schademelding waar een klein luchtje aan zit nader en desnoods bij verzekerde thuis bekijken. Dat kost geld, ja. Maar zoals een leermeester mij al vroeg vertelde: je kunt beter honderd gulden aan controlekosten uitgeven dan je voor een tientje te laten flessen. Aan het gebrek aan controle zijn immers al vaker waardevolle instellingen ten gronde gegaan; denk maar aan de ziektewet en de WAO. En de reisverzekering hoeft tenslotte niet geprivatiseerd te worden.
Ton Gerritsen
Apeldoorn

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.