nieuws

Reïntegratiemythe

Archief

“Naar aanleiding van het hoofdredactioneel commentaar getiteld ‘Reïntegratiemythe’ in AM 7 (29 maart) moet mij het volgende van het hart. Uiteraard heb ik respect voor uw verantwoordelijkheid als journalist om de bedrijfstak kritisch te volgen. Groot bezwaar heb ik echter tegen de suggestie als zou het Verbond van Verzekeraars gebruik maken van inadequaat cijfermateriaal. Ik ga inhoudelijk op drie punten in.

Ten eerste beweert u dat op de conclusies in het rapport nogal wat valt af te dingen. Volgens u wordt de toename van het aantal reïntegratiepogingen logisch verklaard door de groei van het aantal verzuimpolissen. De cijfers in het rapport geven aan dat het aantal reïntegratiepogingen van 1999 naar 2000 verdubbelde en in 2001 nog weer eens lijken te zijn verdubbeld. Twee jaar op rij betekent dit een groei van 100%. Cijfers uit de jaarlijks door het CVS gehouden enquête overige medische varia geven echter aan dat de premie in de markt van verzuimverzekeringen van 1999 naar 2000 en van 2000 naar 2001 met respectievelijk 14% en 13% is gegroeid. Deze groei wordt ook nog eens voornamelijk veroorzaakt door verhogingen van de premie en dus niet door het sluiten van meer verzekeringen. De resultaten in de ziekteverzuimbranche waren immers jarenlang slecht te noemen. De groei in het aantal reïntegratiepogingen laat zich dus in het geheel niet verklaren door de groei van de verzuimportefeuille.
Ten tweede schrijft u dat het succespercentage van 43% in 2000 louter een momentopname is, omdat de cijfers van voorgaande jaren ontbreken. Verzekeraars zijn pas sinds 1996 serieus actief op het gebied van ziekteverzuimverzekeringen toen de loondoorbetalingsperiode verlengd werd van twee of zes weken naar één jaar. Na enkele jaren van forse verliezen besloot men al snel pogingen te ondernemen om het verzuim te beperken. In 1998 werd professioneel begonnen met reïntegratie en vanaf 1999 zijn de eerste resultaten bekend, logisch dus dat een verdere historie ontbreekt. Deze ‘momentopname’ beschrijft dus de gehele periode dat verzekeraars actief aan reïntegratie in het eerste ziektejaar doen.
Steekproef
De betrouwbaarheid van het succespercentage hangt daarnaast in het geheel niet af van het feit of het percentage betrekking heeft op één jaar of meerdere jaren. Betrouwbaarheid wordt bepaald door de omvang van de steekproef. De ziekteverzuimportefeuille van de onderzochte verzekeraars bedroeg meer dan de helft van de markt van private verzekeraars op ziekteverzuimgebied en is dus groot genoeg om met de nodige nauwkeurigheid uitspraken over het succespercentage te doen. Alhoewel het rapport reeds aangeeft dat het onderzoek onder een aantal grote verzekeraars is gehouden en deze wellicht actiever zouden kunnen zijn dan kleinere verzekeraars, betekent dit niet dat de cijfers maar met een korrel zout genomen moeten worden. Ook kleinere verzekeraars doen immers aan reïntegratie.
Tot slot merkt u op dat de resultaten van verzekeraars zich niet laten vergelijken met de sociale sector. Hoofdstuk 2 van het onderzoeksrapport begint echter met het volgende: Om inzicht te krijgen in de resultaten van verzekeraars op het gebied van reïntegratie is het nuttig de reïntegratieactiviteiten van de uvi’s nader te bestuderen. De doelgroep en de omvang van de populatieverschillen en ook de aard van de instellingen (uvi en verzekeraar) verschillen dusdanig dat een goede vergelijking onmogelijk is. Om de activiteiten van de verzekeraars op waarde te kunnen schatten is inzicht in de activiteiten van de uvi’s echter zeer nuttig.
Nergens in het rapport wordt dan ook beweerd dat verzekeraars beter of slechter reïntegreren dan de sociale sector aangezien een vergelijking vrijwel onmogelijk is. Het is echter nuttig om de sociale sector in kaart te brengen om iets van een referentiepunt te hebben.”
Drs. M.W. Dijkshoorn,
voorzitter Centrum voor Verzekeringsstatistiek.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.