nieuws

Regeling ‘Schuldloze derde’ is ook toepasbaar bij twee ongevallen

Archief

Bedrijfsregeling nr. 7 van de georganiseerde autoverzekeraars kan in het belang van de schuldloze derde ook door verzekeraars worden gevolgd wanneer deze betrokken is geweest bij twee ongevallen, aldus de Raad van Toezicht Verzekeringen.

Een whiplashpatiënt wordt arbeidsongeschikt verklaard. De whiplash is het gevolg van twee ongevallen waarbij hij in 1996 en 1999, buiten zijn schuld, betrokken was. Bij beide ongevallen zijn andere verzekeraars betrokken. Na het tweede ongeval is de klager volledig arbeidsongeschikt verklaard. Aan de bij het eerste ongeval betrokken verzekeraar doet het slachtoffer in augustus 1999 en nog enkele malen daarna het verzoek een regelende verzekeraar aan te wijzen in de zin van de Bedrijfsregeling nr. 7 (Schaderegeling Schuldloze Derde). Pas op 7 april 2000 laat de verzekeraar – na overleg met de bij het tweede ongeval betrokken verzekeraar – weten als regelende verzekeraar op te treden. Het slachtoffer verwijt om die reden de verzekeraar het verzoek niet voldoende actief te hebben behandeld en hem aan zijn lot over te hebben gelaten. Hij stelt dat twee grote verzekeraars hem niet kunnen verplichten aan te geven welke kosten voor rekening van welke partij dienen te komen. Voorts protesteert het slachtoffer tegen de weigering van de eerste verzekeraar om gedeclareerde buitengerechtelijke kosten te vergoeden. Deze kosten zijn volgens de verzekeraar het gevolg van het tweede ongeval.
Afwachtende houding
De Raad van Toezicht oordeelt dat bedrijfsregeling nr. 7 niet rechtstreeks van toepassing is wanneer de schuldloze derde schade heeft geleden door twee ongevallen. De situatie komt echter op zoveel punten overeen met de gevallen waarin de bedrijfsregeling wél voorziet, dat het onaanvaardbaar zou zijn dat de klager verstoken zou blijven van de hem toekomende schadevergoeding als gevolg van een meningsverschil tussen de WA-verzekeraars van de aansprakelijken. De betrokken verzekeraars kunnen er dan ook niet mee volstaan een afwachtende houding aan te nemen. Het is redelijk te veronderstellen dat het niet aan de schuldloze derde is te kiezen wie als regelend verzekeraar zal optreden. De betrokken verzekeraars moeten dit onderling overeenkomen.
De Raad acht de klacht met betrekking tot het niet met bekwame spoed treffen van een regeling voor de schuldloze derde gegrond. De klacht over de buitengerechtelijke kosten verklaart de Raad ook gegrond. De kosten moeten door de regelend verzekeraar aan de schuldloze derde worden vergoed.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.