nieuws

Rechtshulp nog hard nodig onder vierde WAM-richtlijn

Archief

Deze zomer is in ons land officieel de vierde Europese WAM-richtlijn in werking getreden. De richtlijn is opgesteld ter bescherming van slachtoffers van aanrijdingen in de Europese Unie. Yda Matthijssen van ANWB Rechtshulp beschrijft de eerste ervaringen met de nieuwe richtlijn, die vooral bij letselschade juridische hulp nog niet bepaald overbodig heeft gemaakt.

“Iedereen die slachtoffer is van een ongeval veroorzaakt door een motorvoertuig, heeft te maken met de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). In het kader van de totstandkoming van de Europese Gemeenschappen en later de Europese Unie is een aantal belangrijke zaken geregeld met betrekking tot de motorrijtuigenverzekering en de verkeersschaderegeling. Inmiddels is er in vier WAM-richtlijnen – de eerste is van 1972 – een aantal belangrijke zaken geregeld waaraan de nationale wetgeving van de lidstaten moet voldoen.
Op 20 januari 2003 is de vierde WAM-richtlijn in werking getreden. In Nederland is de richtlijn op 15 juli 2003 met vertraging geïmplementeerd in de nieuwe WAM en in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf. Deze richtlijn is de eerste die betrekking heeft op de wijze van afhandeling van schade.
Volgens de richtlijn moet iedere lidstaat een informatiecentrum oprichten. Voor Nederland fungeert het Nederlands Bureau der Motorrijtuigenverzekeraars als informatiecentrum, waar de verzekeringsgegevens van het buitenlandse voertuig en de gegevens van de schaderegelaar zijn op te vragen.
Elke autoverzekeraar in de Europese Unie moet in alle andere EU-landen een schaderegelaar aanwijzen bij wie het slachtoffer in eigen land en in de eigen taal een vordering kan indienen. De schaderegelaar moet het slachtoffer binnen drie maanden een gemotiveerd antwoord sturen. Reageert de schaderegelaar niet binnen de gestelde termijn, dan kan het slachtoffer zich wenden tot het schadevergoedingsorgaan. Het slachtoffer kan ook naar het schadevergoedingsorgaan gaan als er geen schaderegelaar benoemd is, als het schadeveroorzakende voertuig niet binnen twee maanden kan worden geïdentificeerd of de verzekeraar niet kan worden gevonden. In Nederland fungeert het Waarborgfonds als schadevergoedingsorgaan.
Juridische hulp
De ANWB is intensief betrokken bij het afwikkelen van verkeersschades, zowel zaak- als personenschades, in het buitenland. ANWB-leden met een Internationale Reis- en Kredietbrief hebben recht op gratis rechtshulp bij het verhalen van schade in het buitenland. De vraag was natuurlijk of de vierde WAM-richtlijn deze juridische hulpverlening overbodig heeft gemaakt en of slachtoffers nu zelf hun schade kunnen verhalen.
In het verleden was het vaak moeilijk om verzekeringsgegevens te krijgen als er alleen een kenteken van de tegenpartij bekend was. Sinds de invoering van het informatiecentrum is dit een stuk eenvoudiger geworden. Nog niet alle landen zijn even ver gevorderd met de informatiecentra, maar met name in Duitsland en België verloopt het opvragen van gegevens goed. Frankrijk heeft wel een informatiecentrum, maar geen centraal kenteken- en verzekeringsregister. Bij een ongeval met een Frans motorrijtuig neemt het Nederlandse informatiecentrum contact op met het Franse informatiecentrum, dat vervolgens alle verzekeraars aanschrijft om te achterhalen waar het betreffende motorrijtuig verzekerd is. Zodra de Franse verzekeraar bekend is, verloopt de afwikkeling met de schaderegelaar goed.
In Oostenrijk is een website geopend waar met behulp van het kenteken de verzekeraar kan worden achterhaald. Ierland en Portugal lopen nog achter met de implementatie van de richtlijn: in die landen is nog geen informatiecentrum. De website van het Nederlandse informatiecentrum www.nlbureau.nl is duidelijk, wordt veel geraadpleegd en de tijdwinst bij het achterhalen van verzekeringsgegevens is groot.
Rechtsstelsel
Het slachtoffer moet natuurlijk nog steeds de aansprakelijkheid van de tegenpartij bewijzen en heeft daarvoor bijvoorbeeld het proces-verbaal nodig. In veel landen is het nog moeilijk om dat te verkrijgen: in met name Frankrijk, België, Italië en Spanje is hiervoor een advocaat nodig.
De aansprakelijkheid en de schade moeten bovendien nog steeds vastgesteld worden naar het recht van het land waar het ongeval heeft plaatsgevonden. De rechtsstelsels van de aangesloten landen zijn niet geharmoniseerd en dat is nog steeds een complicerende factor bij het verhalen van schades in andere landen.
Ook de medische maatstaven die van belang zijn bij de afwikkeling van letselschade verschillen per land. Dit heeft tot gevolg dat de medische schade in veel gevallen niet door een Nederlandse arts vastgesteld kan worden. Slachtoffers van een aanrijding in Frankrijk moeten naar Frankrijk voor een medische expertise naar Franse maatstaven en door Franse artsen. Voor een Nederlands slachtoffer is dat nog steeds een grote belasting. De verschillen in rechtsstelsels en de verschillen in medische waardering van de schade maken dat deskundige bijstand voor een slachtoffer nog steeds van groot belang is.
Meldingen
Het Nederlandse schadevergoedingsorgaan heeft tot medio oktober enkele tientallen meldingen gehad; het grootste deel daarvan heeft betrekking op niet-geïdentificeerde voertuigen. Bij een deel van de meldingen is sprake van termijnoverschrijding door de schaderegelaar. Het aantal overschrijdingen is echter nog te klein om er conclusies aan te verbinden.
De praktijk bij de ANWB lijkt erop te wijzen dat zeker materiële schades in de landen waar de meeste ongevallen met Nederlandse toeristen plaatsvinden (Duitsland, België en Frankrijk) sneller en efficiënter kunnen worden afgewikkeld. Het record voor deze zomer staat op een materiële schade in Duitsland die na elf dagen afgewikkeld en betaald was. Daarentegen verloopt de afwikkeling van ongevallen in Spanje nog steeds moeizaam: daar lijkt er in de persoon van de schaderegelaar een schakel bij gekomen te zijn.
Bovendien zal de afwikkeling van letselschades altijd een langdurig traject blijven, omdat eerst de zogeheten consolidatie moet worden bereikt: het moment waarop het letsel is genezen of niet meer vatbaar is voor verbetering door medische behandeling. De voordelen van de vierde WAM-richtlijn bij de afwikkeling van letselschades zullen dan ook nog moeten blijken. Voor slachtoffers met letsel is wel een verbetering dat de schaderegelaar binnen een periode van drie maanden een voorstel moet doen tot een voorschot.
Grotere verschillen
De verschillen in wetgeving hebben ook tot gevolg dat er grote verschillen zijn in de bedragen die bij letsel worden uitgekeerd; hier is van enige harmonisatie geen sprake. De vergoeding voor een gebroken been in Griekenland is bijvoorbeeld vele malen lager dan in België of Oostenrijk. Te verwachten is dat de onderlinge verschillen bij uitbreiding van de EU nog groter worden.”
Yda Matthijssen is medewerker publiciteit en collectieve rechtshulp bij ANWB Rechtshulp.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.