nieuws

Rechtsbijstandsverzekeraars verdeeld over doorbreken monopolie advocaten

Archief

De plannen van het kabinet om de advocatuur toegankelijker te maken voor juristen in loondienst hebben de gemoederen enigszins verhit bij de advocatuur en de rechtsbijstandsverzekeraars. De discussie over het al dan niet afschaffen van het exclusieve recht van advocaten (domeinmonopolie) om cliënten in gevallen waarbij procesvertegenwoordiging wettelijk verplicht is te vertegenwoordigen werd grotendeels via de media gevoerd. Hieronder worden de verschillende meningen en aspecten van partijen kort naast elkaar gezet.

In het kader van de huidige beleidslijn van de regering waarin termen als ‘marktwerking’, ‘deregulering’ en ‘wetgevingskwaliteit’ de toon aan geven, wil het kabinet af van de beperkende regels in de advocatuur. In opdracht van het kabinet is door de werkgroep Cohen onderzocht of het aantal gevallen waarin mensen verplicht zijn zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen (verplichte procesvertegenwoordiging) kan worden verminderd. Bovendien heeft de commissie bekeken hoe de mededinging tussen de verschillende aanbieders van rechtsbijstand kan worden bevorderd. Een van de wijzen om deze mededinging te bevorderen zou het verbreden van de toegang tot de advocatuur zijn. Hierdoor zou het zogenoemde ‘domeinmonopolie’ voor de huidige advocaten ophouden te bestaan.
Opheffing
De commissie Cohen is geen voorstander van een opheffing van de verplichte procesvertegenwoordiging. Wel is zij van menig dat het domeinmonopolie van de advocatuur opengebroken worden moet worden. Op grond van een in 1977 door de Nederlandse Orde van Advocaten (NOVA) vastgestelde verordening kunnen juristen die in loondienst zijn van een bedrijf of een organisatie niet tot de advocatuur toetreden. Hierdoor mogen juristen in dienst van bijvoorbeeld rechtsbijstandsverzekeraars, bureaus voor rechtshulp, consumentenorganisaties, vakbonden, bedrijfsleven, overheid e.d. in civiele en strafzaken waar advocaten een procesmonopolie hebben, niet zelf procederen. De meeste rechtsbijstandsverzekeraars achten deze situatie nadelig voor hun dienstverlening omdat zij zo gedwongen zijn de diensten van dure advocaten in te roepen terwijl zij menen dat hun eigen bedrijfsjuristen prima in staat zijn de belangen van hun cliënten zèlf te behartigen.
Exclusieve aangelegenheid
De orde van advocaten stelt zich echter op het standpunt dat de verplichte procesvertegenwoordiging een exclusieve aangelegenheid voor de advocatuur moet blijven. Alleen dan zou de kwaliteit en onafhankelijkheid van de procesvertegenwoordiger kunnen worden gewaarborgd. De Orde vindt dat als juristen in dienstbetrekking advocaat mogen worden dit aan strenge voorwaarden moet worden gekoppeld.
Juristen in dienstbetrekking die willen procederen in zaken waarvoor verplichte procesvertegenwoordiging geldt, zouden moeten voldoen aan de beroepsregels van de advocaat waaronder beroepsopleiding, de verplichte advocatenstage en de tuchtrechtspraak. Bovendien zou de onafhankelijke beroepsuitoefening door advocaten in dienstbetrekking door de werkgever moeten worden gegarandeerd in een professioneel statuut. De Orde vreest echter wel dat met name bij de rechtsbijstandsverzekeraars sprake zal zijn van een belangentegenstelling waarbij het belang van de werkgever voor zou kunnen gaan boven het belang van de cliënt.
Marktmechanisme
ARAG-directeur mr P.F. Heuperman denkt dat de verruiming van de toetreding tot de advocatuur gunstig kan zijn omdat zo het marktmechanisme zijn werk zal gaan doen. Hij merkt op dat hij er geen probleem mee heeft dat medewerkers van een non-profit organisatie het werk van een advocaat kunnen overnemen, maar dat dit voor een jurist bij een commercieel bedrijf anders ligt. Heuperman stelt dat de jurist die in loondienst is bij een rechtsbijstandsverzekeraar per definitie niet onafhankelijk is, hetgeen bij een dagelijks voorkomende belangentegenstelling problemen oplevert: de verzekeraar wil uit kostenoverwegingen een schikking treffen en de cliënt wil doorprocederen hetgeen extra kosten met zich meebrengt.
Heuperman stelt dat zijn bedrijf de afgelopen twee jaar volumecontracten heeft afgesloten met meerdere middelgrote advocatenkantoren. Hierdoor zouden de gemiddelde advocatenkosten per dossier gedaald zijn van 11.000 gulden in 1993 tot 3500 gulden nu. Hij is van mening dat de kwaliteit daarbij gehandhaafd is doordat ARAG voor het gros van hun zaken eist dat er een advocaat met minimaal drie tot vijf jaar ervaring op wordt gezet.
Het merendeel van de rechtsbijstandsverzekeraars verwacht echter niet dat de kwaliteit van de rechtsbijstand te lijden zal hebben van de op handen zijnde veranderingen. SRK-directeur mr S.A. ten Have stelde al eerder tijdens een interview (AM 14, 1994) naar aanleiding van het verschijnen van de jaarcijfers, dat het verschil in kostprijs tussen een ‘declarabel uur’ in de advocatuur en een vergelijkbaar equivalent binnen de schadebehandeling door de rechtsbijstandsverzekeraar zó groot is, dat het eigenlijk niet mogelijk is voor de advocatuur om “tegen een tarief dat voor de rechtsbijstandsverzekeraar interessant is” nog een verantwoorde kwaliteit te leveren. Het basisuurtarief van een advocaat varieert van driehonderd tot achthonderd gulden terwijl een jurist in dienstbetrekking maximaal tweehonderd gulden per uur kost.
Ten Have dat denkt de advocatenkantoren die met sommige verzekeraars vaste bedragen per zaak hebben afgesproken in ruil voor een jaarlijks gegarandeerd volume, zich na verloop van tijd genoodzaakt zullen zien om de kosten te drukken door onervaren en weinig gespecialiseerde stagiaires in te zetten bij de behandeling van de zaken. Dit zou de kwaliteit van de rechtsbijstandverzekering kunnen schaden. In een telefonische reactie stelt Ten Have dat de cliënt juist “meer waar voor zijn geld zal krijgen” als de rechtsbijstandsverzekeraar zèlf zoveel mogelijk de procesvoering doet. Juristen in dienst van de rechtsbijstandsverzekeraar zijn doorgaans echte specialisten waardoor zij een kwalitatief zeer hoog produkt kunnen leveren. “Een overdracht van een zaak aan een advocaat geeft altijd verlies, daar de zaak dan zowel bij de rechtsbijstandsverzekeraar als bij de advocaat weer ingeschreven en bekeken dient te worden hetgeen veel dubbel werk oplevert”, aldus ten Have. Hij is dan ook zeer verheugd over de aanbeveling van de Commissie Cohen de verordende bevoegdheid van de Nederlandse Orde van Advocaten te beperken en te herzien.
Een logisch gevolg hiervan zou kunnen zijn dat de opleidingseisen gaan veranderen, zodat juristen niet meer de algemene advocatenopleiding hoeven te volgen maar zich al in een vroeger stadium van de opleiding kunnen specialiseren in één van de rechtsgebieden. Dit zal de kwaliteit van de rechtshulp aanzienlijk kunnen verbeteren, aldus Ten Have.
Besparingen
Algemeen DAS-directeur mr R.A.M. Kootker verwacht een zeer grote kostenbesparing als de eigen juristen van DAS ook toegang tot de balie zouden kunnen krijgen. Kootker meent dat de besparing voor de gehele branche weleens zo’n 25 tot 30 miljoen gulden per jaar zou kunnen opleveren. Dat zou neerkomen op 10% van het totale premie-inkomen (in 1994 f 327 mln). Deze kostenbesparingen zouden kunnen worden gebruikt om de premies te verlagen of de dekking uit te breiden. Het inhuren van externe advocaten is relatief duur, stelt Kootker. Van de 187.000 verzoeken tot rechtsbijstand die in 1993 bij de branche binnenkwamen, werden er 4.500 (3%) door advocaten behandeld. Dit kostte de rechtsbijstandsverzekeraars f 48 mln. 97% van alle gevallen werd door de rechtsbijstandsverzekeraars zelf gedaan tegen een totaal bedrag van 100 miljoen gulden.
Heuperman: “De jurist in loondienst is per definitie niet onafhankelijk”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.