nieuws

Rechtsbijstandsverzekeraar was onvoldoende doortastend en toonde

Archief

te weinig initiatief

Een particulier heeft een gezinsrechtsbijstandsverzekering. Op 13 juni 1990 is verzekerde tijdens de avondvierdaagse met zijn racefiets op een rijwielpad in botsing gekomen met een 11 jaar oude voetganger. Verzekerde raakte hierbij gewond. De man verzocht de rechtsbijstandverzekeraar om de schade voor hem te verhalen, maar de verzekeraar zag hiervan af. Verzekerde maakte hier bezwaar tegen. Toen de verzekeraar bij zijn standpunt bleef, heeft de verzekerde met beroep op de geschillenregeling de kwestie aan een advocaat voorgelegd. De verzekeraar weigerde hieraan mee te werken hetgeen tot een klacht van verzekerde voor de Raad van Toezicht leidde.
De klacht
De klager deed het volgende relaas. Na het ongeluk heeft klager zich tot de verzekeraar gewend met het verzoek de door hem geleden schade voor hem te verhalen. De verzekeraar besloot al vrij snel dat hij de schade niet zou kunnen verhalen. Verzekeraar beriep zich onder meer op het onderzoeksrapport dat namens de aansprakelijkheidsverzekeraar van de voetganger was opgesteld. Toen klager hiertegen bezwaar aantekende, veranderde verzekeraar wel zijn motivatie, maar niettemin ondernam hij geen verdere stappen om de ware toedracht van het ongeval te onderzoeken.
Klager deed beroep op de geschillenregeling waarin bepaald is dat verzekerde bij onenigheid met de verzekeraar zelf op kosten van de verzekeraar een advocaat mag inschakelen teneinde zijn belangen te behartigen. Klager stelt dat verzekeraar het werk van zijn advocaat bij voortduring willens en wetens heeft gedwarsboomd, vertraagd en welhaast onmogelijk gemaakt.
Meerdere malen zou de verzekeraar bepaalde kosten hebben geweigerd te vergoeden ofschoon hij daar blijkens de geschillenregeling toe verplicht was. Klager stelt voorts dat de verzekeraar geen enkele moeite deed om contact met hem te zoeken. Om de kosten te drukken zou verzekeraar, tegen de wens van klager en tegen het advies van zijn advocaat in, de zaak hebben willen laten afhandelen door een eigen schaderegelaar. Verzekeraar zou ook in gebreke zijn gebleven daar hij niet de wettelijke rente zou hebben aangezegd.
Standpunt verzekeraar
De verzekeraar stelt zich op het standpunt dat hij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kon worden om de ware toedracht van het ongeval te achterhalen. Verzekeraar beschikte in eerste instantie over de schriftelijke verklaringen van verschillende getuigen. Later beschikte verzekeraar over de verklaringen van de getuigen zoals deze waren afgelegd tegenover een medewerker van het onderzoeksbureau dat namens de aansprakelijkheidsverzekeraar van de voetganger onderzoek deed naar de toedracht van het ongeluk. Verzekeraar stelt zich op het standpunt dat het rapport van het onderzoeksbureau niet partijdig is, daar het slechts een weergave is van de door partijen afgelegde verklaringen. Verzekeraar voegt hieraan toe dat hij de conclusies van het rapport niet klakkeloos heeft overgenomen maar zelfstandig de zaak heeft beoordeeld. Het verhaal van klager bleek op essentiële punten af te wijken van de verklaringen van de getuigen. Op basis hiervan is de verzekeraar tot de conclusie gekomen dat er niet voldoende uitzicht op resultaat aanwezig was.
Verzekeraar meent in tegenstelling tot de klager dat hij zijn beslissing uitgebreid heeft gemotiveerd.
De discussie tussen verzekeraar en klagers advocaat over de declaraties van de advocaat zijn ontstaan, omdat de advocaat niet conform de hiervoor geldende richtlijnen van de Orde voor Advocaten zijn declaraties specificeerde.
Commentaar van verzekerde
Klager handhaaft zijn klacht en merkt op dat de verzekeraar de declaraties van klagers advocaat, waaronder de voorschotnota, -welke declaraties klager voldoende gespecificeerd vindt- niet dan wel niet volledig heeft betaald. Bovendien heeft verzekeraar de vaststelling van klagers schade door een onafhankelijke deskundige geblokkeerd.
Ter zitting is de klacht met de verzekeraar besproken.
Verzekeraar stelt dat hij bereid is de declaraties te voldoen mits hij een naar de richtlijnen van de Orde van Advocaten opgestelde kostenspecificatie ontvangt. Ook stelt verzekeraar dat hij bereid is alsnog op te komen voor de schade die is voortgevloeid uit het niet aanzeggen van de wettelijke rente. In een brief aan de klager erkent de verzekeraar dat hij onvoldoende doortastend is opgetreden en onvoldoende initiatieven heeft ontplooid om de toedracht van het geval duidelijk te krijgen. Verzekeraar zegt klager toe zich niet te zullen mengen in de bij het verhalen van de schade door klager en zijn advocaat te volgen strategie -waaronder ook de keuze van de schaderegelaar en/of medisch adviseur- onder de restrictie dat verzekeraar vasthoudt aan de in de polis gestelde eis dat er een redelijke kans op succes moet zijn. In reactie op het bovenstaande heeft klager toch zijn klacht gehandhaafd.
Raad van Toezicht
De Raad stelt dat hij reeds eerder heeft geoordeeld dat een rechtsbijstandsverzekeraar in gevallen waarbij hij zelf rechtsbijstand verleent -en deze niet opdraagt aan een advocaat of andere rechtshulpverlener- uit het oogpunt van een goede naam van het schadeverzekeringsbedrijf ervoor moet zorgen dat deze rechtsbijstand aan overeenkomstige normen voldoet als de door de advocatuur verleende rechtsbijstand. Verzekeraar heeft zelf inmiddels erkend dat de door hem verleende rechtshulp onder de maat is gebleven. Door deze handelwijze heeft verzekeraar de goede naam van het schadeverzekeringsbedrijf geschaad. Tegen deze achtergrond stelt de Raad dat de klacht van verzekerde deels gegrond is.
Verzekeraar had zelf een nader onderzoek moeten laten instellen of een voorlopig getuigengehoor moeten houden, teneinde een verdere strategie te bepalen, nu verzekerde gemotiveerd kenbaar had gemaakt het niet eens te zijn met de weigering de schade te verhalen. Verzekeraar heeft bovendien nagelaten om tijdig de wettelijke rente aan te zeggen. Nu verzekeraar echter zelf heeft toegezegd deze alsnog te vergoeden, zullen hier geen financiële consequenties aan worden verbonden.
De Raad oordeelt dat het niet aan de rechtsverzekeraar is om met de advocaat in uitvoerige discussie te gaan omtrent de juridische merites van de zaak, de daarin te nemen stappen en verder in te schakelen deskundigen. Met betrekking tot de discussie rond de declaraties oordeelt de Raad dat verzekeraar niet het recht ontzegd kan worden nauwkeurige specificaties van de advocaat te verlangen teneinde de declaraties op hun juistheid te kunnen toetsen en op dit onderdeel is de klacht ongegrond. Conclusie: de klacht is deels gegrond, deels ongegrond verklaard.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.