nieuws

Raad van Toezicht verlangt hard bewijs ‘regelmatige bestuurder’

Archief

Als een verzekeraar of zijn gevolmachtigde te weinig acht slaat op de invulling van een aanvraagformulier, moet hij niet gek opkijken als een beroep op verzwijging faalt. Dat geldt zeker bij een gevoelige kwestie als ‘de regelmatige bestuurder’, zoals onlangs een verzekeraar ten overstaan van de Raad van Toezicht Verzekeringen ervoer.

Ook al is iemand in een periode van ruim een jaar drie keer als bestuurder betrokken bij schades met een auto, dan kun je hem louter op grond daarvan nog niet als ‘geregelde bestuurder’ bestempelen, meent de Raad van Toezicht.
De feiten: per 30 mei 1997 verzekert een man een Volkswagen Golf GTI onder de condities WA-casco. De auto is vervolgens op 22 april 1998 bij een aanrijding beschadigd en omstreeks vier weken later wordt het voertuig gestolen.
Volgens de betrokken verzekeraar blijkt uit het rapport van het door hem ingeschakelde expertisebureau dat de stiefzoon van de verzekeringnemer als feitelijk gebruiker van de auto moet worden aangemerkt. Reden voor de verzekeraar om een beroep te doen op verzwijging.
‘Stroman’
In een toelichting op zijn klacht bij de Raad van Toezicht stelt de verzekeringnemer, dat de stiefzoon (die geen eigen auto heeft) wisselend gebruik maakt van de VW Golf en van de auto van zijn moeder. Voor het woon-werkverkeer maakt hij gebruik van een bedrijfsbus.
De verzekeraar wil de diefstalschade (vastgesteld op f 13.000) niet vergoeden, omdat klager als stroman zou hebben gefungeerd om zijn stiefzoon met de VW Golf GTI bij verzekeraar onder te brengen. Klager betwist dit.
Verhoogd risico
Volgens de verzekeraar geeft het aanvraagformulier aan, dat de verzekeringnemer (klager) als enige regelmatig bestuurder optreedt. Hierbij past volgens verzekeraar de nodige scepsis, omdat de destijds 22-jarige stiefzoon niet alleen de aanrijding op 22 april 1998 heeft veroorzaakt, maar ook ten tijde van de diefstal omstreeks 19 mei 1998 de auto onder zich had.
De verzekeraar stelt, dat hij nimmer de polis had gesloten indien hij had geweten dat de jongeman tot de kring der regelmatige bestuurders behoorde. “Ook het feit dat het hier gaat om een Volkswagen van het type GTI is een aspect dat in de overweging moet worden meegenomen. Bestuurders van jeugdige leeftijd die in het bezit zijn van een dergelijke auto, vormen een verhoogd risico. Het is algemeen bekend en aanvaard in de verzekeringsmarkt dat in dit soort situaties premies worden geoffreerd, die veel hoger zijn dan hetgeen normaal voor motorvoertuigen van deze klasse wordt aangeboden.”
Niets ingevuld
In zijn verweer voert klager aan, dat op het aanvraagformulier onder het hoofd ‘Geregelde bestuurder’ niets is ingevuld. Het had volgens hem op de weg van de verzekeraar gelegen destijds daaromtrent navraag te doen.
Hij blijft erbij, dat de stiefzoon de auto slechts incidenteel bestuurde. “Voorts is het niet ongewoon dat kinderen de auto van een ouder incidenteel gebruiken. Van een verzekeringnemer kan niet worden verwacht dat hij alle eventuele toekomstige gebruikers aan zijn verzekeraar opgeeft. De onderhavige polis bevat geen grond voor het aannemen van een dergelijke verplichting.”
Nieuwe informatie
In het overleg met de Raad van Toezicht heeft de verzekeraar gevraagd hem in de gelegenheid te stellen de gronden voor afwijzing van de claim nader aan te vullen met nieuwe informatie.
De Raad heeft de verzekeraar er overigens op gewezen, dat klager volgens vaste rechtspraak van de Raad recht heeft op inzage van een rapport van expertise/onderzoek. Klager had verzekeraar hier om gevraagd.
Nadien heeft verzekeraar de Raad bericht, dat de onderhavige Volkswagen op 5 april 1997 (destijds was deze elders verzekerd) in botsing is gekomen met een andere auto. De voor dit ongeval verantwoordelijke bestuurder was… de stiefzoon.
In een reactie hierop stelt klager, dat hij genoemde schade keurig heeft gemeld in zijn aanvraagformulier bij verzekeraar.
Oordeel Raad
Naar het oordeel van de Raad valt uit de betrokkenheid van de stiefzoon van klager bij de aanrijdingen in april 1997 en april 1998, alsmede de omstandigheid dat de auto ook ten tijde van de diefstal in mei 1998 bij de stiefzoon in gebruik was, niet zonder meer af te leiden dat de stiefzoon van klager ‘geregelde bestuurder’ van de auto was.
De Raad wijst er op, dat in de verzekeringsvoorwaarden is vermeld dat een ander dan de verzekeringnemer van het motorrijtuig gebruik kan maken. “Ook in dat verband heeft verzekeraar niet vermeld onder welke omstandigheden een andere gebruiker als ‘geregelde bestuurder’ heeft te gelden.”
De onderhavige klacht kwam de verzekeraar op een dubbele bestraffing te staan. Ten eerste dient hij op last van de Raad van Toezicht de diefstalschade van f 13.000 alsnog te vergoeden, ten tweede heeft hij de goede naam van het verzekeringsbedrijf geschaad door aan klager inzage van het onderzoeksrapport te weigeren. Uitspraak nr. 2000/40 Mo.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.