nieuws

Quo vadis assurantiestudent?

Archief

Elk jaar voltooien zo’n 1.600 jongeren met het vak ‘verzekeringen’ in het pakket hun schoolopleiding. Wat ze precies gestudeerd hebben, is niet bekend. En waar ze heen gaan al helemaal niet.

Dat jaarlijks ongeveer 1.600 jongeren met ‘verzekeringsbagage’ de school verlaten, is ‘natte-vingerwerk’. Want cijfers zijn er niet. Dik van Velzen, stafadviseur Nibe-SVV (onlangs ontstaan uit de fusie van beide instituten), schat dat op mbo-niveau jaarlijks tweeduizend leerlingen kiezen voor het vak assurantiën. “Deze opleidingsvariant, wordt ruw geschat, door zo’n zeventig procent van de leerlingen voltooid.” Van Velzen baseert zich mede op het lesmateriaal dat de scholen bij de SVV bestellen. Hij schat, dat in het hbo elk jaar zo’n drie- tot vierhonderd studenten met ‘verzekeringen’ start. “Van hen voltooit ongeveer zestig procent de assurantie-opleiding.”
In- en uitstroomcijfers over studenten met assurantiën in het pakket, zijn niet voorhanden. Ook het Verbond van Verzekeraars heeft, aldus voorlichter Maarten Uri, hiervan geen cijfers of schattingen. De landelijke organisaties van mbo en hbo idem. De Informatie Beheer Groep in Groningen zegt geen zicht te hebben op de materie. “We weten wèl hoeveel economiestudenten er zijn, maar we splitsen deze niet uit naar mbo, hbo en wo. En we weten al helemaal niet of ze verzekeringen als keuzepakket hebben”, aldus woordvoerder Erik Wijnen. Hetzelfde zegt het CFI van het Ministerie van Onderwijs, het instituut dat vergoedingen administreert die de scholen ontvangen voor hun leerlingen op basis van leerjaar en studierichting. Voorlichtster Carla Overkamp: “Voor de bekostiging hebben wij zulke details niet nodig.” De landelijke organisaties van mbo en hbo beschikken eveneens niet over cijfers.
Veranderingen
Het Centraal Bureau voor de Statistiek CBS) kan ook geen gegevens over de jaarlijkse uitstroom van ‘assurantieleerlingen’ verstrekken. Wèl weet het CBS hoeveel leerlingen er instroomden in de nieuwe assurantie-opleiding, die in het studiejaar 1997/98 van start ging. Tot dat jaar kende het mbo de afstudeervariant ‘Bank- en Verzekeringswezen. Door invoering van de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) werden met ingang van het studiejaar 1997/98 het mbo en het leerlingwezen samengevoegd. Meao werd toen mbo-administratie. Sindsdien kunnen de leerlingen binnen mb-administratie de opleiding ‘Commercieel Medewerker Verzekeringen’ en ‘Commercieel Medewerker Bankbedrijf’ volgen en daar twee aparte diploma’s voor halen. Sinds de wijziging is het mbo-onderwijs gebundeld in 46 regionale opleidingscentra (ROC’s). Binnen een aantal ROC’s wordt de studie ook gecombineerd aangeboden. Volgens het CBS namen in 1997/98 aan de verzekeringsstudie 487 leerlingen deel (over 1998/99 heeft het CBS nog geen gegevens) en volgden 852 leerlingen de gecombineerde opleiding. Deze aantallen zeggen niets over het totale aantal leerlingen met assurantie in het pakket: een aantal volgt immers nog de oude opleiding.
De veranderingen zijn nog niet afgelopen. Het is de bedoeling dat in het studiejaar 2000/2001 de opleidingen ‘verzekeringen’ en ‘banken’ worden samengevoegd net als het betreffende schoolexamen. “Deze zomer moet daarvoor een ministeriële beschikking afkomen”, zegt Martin Kollenburg van Ecabo. Wordt de zomer niet gehaald, dan start die nieuwe studie een jaar later.
Schoolexamen
Tot een paar jaar geleden leidde het mbo de assurantieleerlingen op voor het B-examen van de Stichting Examens Assurantiebedrijf (SEA). “De strenge SEA-normen leidden tot abonimabele resultaten”, zegt Dik van Velzen. “Inmiddels worden er schoolexamens afgenomen op ongeveer gelijk niveau. De exameneisen zijn uniform, maar de interpretatie van de eisen verschilt per school en/of per docent. Het kennisniveau is dan ook zeer verschillend. Er speelt mee dat tegenwoordig de financiering van een school mede afhankelijk is van het geslaagdenpercentage. Geen enkele school kan zich een desastreus percentage geslaagden veroorloven.”
Van Velzen denkt dat een minderheid van de 1.400 mbo-leerlingen met assurantiën in het pakket, terecht komt in de verzekerings- of banksector. “Van die minderheid gaan het meeste naar de verzekeringssector. En daarvan gaat het meeste naar het intermediair.” Serieus onderzoek is hier volgens Van Velzen nooit naar geweest. Dat kan kloppen, want Verbond, NVA en NBVA zeggen niet goed te weten waar de ‘assurantie’-mbo-ers blijven.
Convenant hbo’s
In het hbo sluiten jaarlijks zo’n tweehonderd studenten met verzekeringen in het pakket, hun studie met goed gevolg af. “Van hen zoekt ongeveer een kwart meteen een baan”, zegt Dik van Velzen. “De rest gaat iets anders doen. Doorstuderen. Reizen. Uiteindelijk komt een meerderheid van die afgestudeerden in de bedrijfstak terecht, wel vaker bij banken dan bij verzekeraars of intermediair.” Van Velzen acht zijn ‘hbo-schattingen’ betrouwbaarder dan zijn ‘mbo-schattingen’. Want: “Er is in het hbo een gecontroleerd circuit in overleg met de bedrijfstak.”
Acht hbo’s, al dan niet ondergebracht in een hogeschool, hebben een convenant met het verzekeringsbedrijf en bieden identiek assurantieonderwijs. Ze zijn gevestigd in: Amsterdam, Arnhem (stopt 1999/2000), Eindhoven, Groningen, Leeuwarden, Utrecht, Rotterdam, en Zwolle. De hbo’s bieden de afstudeervariant Bank- en Verzekeringswezen, die bestaat uit vijf modules (verzorgd door Nibe-SVV): verzekeringsleer 1 en 2, bankleer 1 en 2 en bedrijfskunde bank- en verzekeringswezen. De afstudeervariant vergt 550 uur studie. De student die slaagt, krijgt naast zijn hbo-diploma een ‘aantekening Bank en Verzekeringswezen’. Zijn assurantie-opleiding ligt qua niveau tussen het reguliere A- en B-diploma.
Meer naar banken
Aldert Jonkman van de Hogeschool voor Economisch Studies (HES) in Rotterdam, een van de acht genoemde convenant-hbo’s, heeft wèl een goed zicht op zijn studenten ‘bank/verzekeringen’. “De instroom was zestig en de uitstroom vijftig. Het jaar daarvoor was dat ongeveer hetzelfde.” De schoolverlaters zijn rond de 22 en 23 jaar. “Van hen gaat ongeveer negentig procent in de branche banken/verzekeringen werken. Meer naar banken dan naar verzekeraars. Van degenen die in het verzekeringsbedrijf gaan werken, gaat zo’n 65 procent naar verzekeraars en de rest naar intermediair.” Een paar jaar geleden gingen de hbo-ers met assurantiën in het pakket vooral bij verzekeraars werken. Nu het kennisniveau bij het intermediair toeneemt, neemt ook de vraag naar hbo-ers toe.
Veertig procent van Jonkmans studenten vindt na de studie werk op het vroegere stage-adres. “Het bankbedrijf pakt de stages actiever aan, vandaar dat er meer afgestudeerden naar banken gaan dan naar verzekeraars. De laatste jaren zie je steeds vaker dat studenten als hun stage is afgelopen, naast hun studie een paar dagen per week op het stage-adres blijven werken.” Hierop inhakend biedt de school sinds het laatste studiejaar een duaal stelsel. “Ze kunnen nu ook kiezen voor vier dagen werken en één dag school. Wèl met veel ruimte voor extra vakken.”
AM bij de les
Behalve de acht hbo’s die identiek assurantieonderwijs geven, zijn er een aantal hogescholen met een eigen opleiding. De Haagse Hogeschool bijvoorbeeld. Deze biedt ‘verzekeringen’ als keuzevak bij het derde en vierde jaar bedrijfseconomie (tot en met het afgelopen studiejaar ook bij commerciële economie en bij management en recht. “Het niveau is gelijk aan A-algemeen en B-mkb en B-particulier”, zegt docent Bob Verlaan. “De studenten worden in de gelegenheid gesteld tevens het B-examen (van de SEA) te doen. Verlaan heeft enthousiaste studenten. “Als ze op bedrijfseconomie binnenkomen zijn ze meestal niet van plan om ‘verzekeringen’ te kiezen. En ondanks dat ze vinden dat ze erg veel leerstof krijgen, wil een kwart van hen ook het B-diploma halen.” Verlaan bespreekt in zijn lessen het verzekeringsnieuws aan de hand van Assurantie Magazine.
Ook Verlaan kent het verloop van zijn studenten. “Het afgelopen studiejaar was de instroom 90 en de uitstroom 88. In ’97/’98 was dat vrijwel gelijk.”
De Ichtus Hogeschool in Rotterdam startte het afgelopen studiejaar – met steun van NN, Aon en Stad Rotterdam – met een assurantie-opleiding. De opleiding – ongeveer A-niveau – is ingebed in de laatste twee jaar van de vierjarige opleiding Insurance & Financial Planning. “In het afgelopen studiejaar waren er acht studenten”, zegt woordvoerster Hilde Eugelink. “Voor het komend studiejaar zijn dat er dertig en voor de jaren hierna verwachten we jaarlijks zo’n zestig tot zeventig aanmeldingen.”
Op eigen wijze
Ook de Amsterdamse Academie doet het op geheel eigen wijze. De Academie geeft een vierjarige opleiding toegespitst op de financiële sector. Na een eerste propedeusejaar kan worden gekozen voor een studie op hbo- of wo-niveau. Het niveau van de hbo-opleiding ligt tussen het reguliere A- en B-niveau. “De leerlingen wordt de mogelijkheid geboden om naast het schooldiploma het B-diploma van de SEA te halen”, zegt stage-coördinator drs. Peter Versluys. “Maar de opleiding is veel breder. De studenten verlaten de school met veel bagage.” Versluys kent de in- en uitstroom. “Er komen er jaarlijks zo’n driehonderd binnen en hiervan sluiten er zo’n honderd de studie met succes af. Het gaat daarbij om ongeveer vijftig hbo- en vijftig wo-studenten die de studie ‘bedrijfskunde van de financiële sector’ hebben gevolgd. Van de studenten komt 55% terecht bij het bankwezen, 15%-20% bij het verzekeringsbedrijf, vooral bij verzekeraars, en de overigen gaan werken bij consultancybedrijven, waarvan een klein deel IT-consultancybedrijven.”
Universiteit
Ook de Erasmus Universiteit in Rotterdam levert ‘assurantiestudenten’ af (buiten beschouwing blijven de specifieke studies actuariaat leven, actuariaat schade aan de Universiteit van Amsterdam en verzekeringsstatistiek aan de Universiteit van Groningen). Mr. Ferry Blom is aan de Erasmus Universiteit wetenschappelijk docent verzekeringsrecht en transportverzekering. “Binnen de privaatrechtelijke studie zijn dit twee van de ongeveer dertig keuzevakken. Verzekeringsrecht wordt gevolgd door ongeveer tachtig studenten en Transport door ongeveer zeventien studenten. Er zijn geen uitstroomcijfers, want het is geen studierichting.”
In 1997/98 heeft de Erasmus Universiteit negentien studenten verzekeringseconomie afgeleverd. Deze studie herbergt ook het vak ‘Waarderings- en verslaggevingsvraagstukken van het verzekeringsbedrijf’, waarvoor een aparte leerstoel is. Verder studeerden nog eens zeven studenten bedrijfseconomie af met verzekeringseconomie als keuzevak. Hoewel uit het jaarverslag van het Erasmus Finance & Insurance Centre anders zou kunnen worden begrepen, is dit aantal volgens docent drs. Hans Bouman elk jaar ongeveer hetzelfde. Het instroomcijfer in dit jaarverslag blijkt wat ongenuanceerd. Het is volgens Bouman moeilijk om er achter te komen hoeveel studenten de studie volgen. “Het is een onrustig volkje. Ze shoppen. Ze volgen soms wat colleges in een andere studierichting en houden daar dan weer mee op. Veranderingen geven ze vaak niet door aan de faculteit.” Het Finance & Insurance Centre heeft geen gegevens over de loopbaan van de studenten. In het jaarverslag is een lijstje opgenomen van enkele verzekeraars waar studenten ooit terecht zijn gekomen, maar het bestrijkt volgens Bouman een periode van meerdere jaren en is niet volledig. ……………………………………………………..
Verzekeringskennis geen must
De grote verzekeraars maakt het minder uit of verzekeringskennis tot de bagage van de schoolverlaters behoort. Zij leiden de afgestudeerden zelf wel verder op.
,Schoolverlaters die verzekeringen in hun pakket hebben gehad, hebben een streepje voor, maar persoonlijkheid en enthousiasme zijn belangrijker”, zegt Amev-woordvoerder Leo Wolff.
“Bij mbo-leerlingen”, zegt Hans Koeleman, voorlichter van Delta Lloyd, “vinden we verzekeringskennis belangrijker dan bij schoolverlaters met een hogere opleiding. Maar het is niet het belangrijkste, want we leiden onze werknemers zelf uitstekend op.”
Bij Nationale-Nederlanden denken ze er net zo over. Woordvoerder Han-Paul van Westing: “Zo’n opleiding is een voordeel doordat er een snellere ingang is naar het werk. Maar we hebben een eigen opleiding die iedereen moet doorlopen, ongeacht de schoolopleiding.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.