nieuws

Provisievoorbeeld in kredietbemiddeling

Archief

Het fiscale standpunt van de Belastingdienst ten opzichte van doorlopende provisie bij levensverzekeringen kent een vergelijkbaar voorbeeld. In 1987 kregen de bemiddelaars in consumptief krediet ook te horen dat doorlopende provisie moest worden afgerekend als afsluitprovisie.

Die praktijk werd ingegeven door een uitspraak van het Gerechtshof in Leeuwarden (16 oktober 1987). Tot 1981 betaalden financieringsbedrijven alleen afsluitprovisie bij het sluiten van een kredietovereenkomst. Sindsdien wordt de provisie gespreid over de looptijd van de overeenkomst uitbetaald en beëindigd bij tussentijdse stopzetting van het krediet. Die nieuwe provisieregeling werd destijds vastgelegd in de ‘Overeenkomst provisieuitbetalingsstructuur’ van 3 december 1980, gesloten tussen de koepelorganisaties van financieringsmaatschappijen en -adviseurs.
In 1992 kwam een einde aan deze fiscale praktijk door de komst van de Wet op het Consumptief Krediet (WCK). Die bepaalde dat doorlopende provisie de enige beloningsvorm is voor kredietbemiddelaars. Belasting wordt derhalve alleen geheven over de provisie die in een jaar daadwerkelijk is ontvangen.
Niet opschortend
De belastinginspecteur én het Hof in Leeuwarden oordeelden in 1987 dat in de provisieovereenkomst geen sprake was van ‘opschortende provisievoorwaarden’, maar van een ‘provisievordering onder tijdsbepaling’. Het Hof zei letterlijk: “Niet is vastgelegd onder welke omstandigheden het recht op provisie ontstaat, doch slechts de tijdstippen waarop provisie wordt uitbetaald en de omstandigheden waaronder de provisiebetalingen worden gestaakt”. Dat de provisiebetalingen stoppen bij een betalingsachterstand of overlijden van de kredietnemer, was volgens het Hof slechts een “voorwaardelijke verplichting tot restitutie van te vorderen provisie”.
Werkzaamheden
Het Hof ging expliciet in op het argument dat de bemiddelaar gedurende de looptijd van het contract nog werkzaamheden moet verrichten. “Noch het recht op provisie, noch de hoogte ervan is afhankelijk of hangt samen met de omvang en intensiteit van die werkzaamheden”, zo stelde het Hof. “Er wordt uitsluitend een percentage van het netto kredietbedrag of de kredietvergoeding uitbetaald. Deze grootheden worden in het contract vastgelegd en staan dus reeds bij de totstandkoming ervan vast.”
Het Hof stelde nog wel dat er een mogelijkheid is een deel van de doorlopende provisie pas in het jaar van ontvangst aan de winst toe te voegen. Belastingplichtigen moeten, ter bepaling van ‘het niet-verdiende deel van de provisievordering’, zelf aantonen wat de verhouding is tussen de werkzaamheden bij het sluiten van de overeenkomst en de later te verrichten werkzaamheden.
Wel mochten kredietbemiddelaars een voorziening treffen voor de kans dat de nog te vorderen provisie uiteindelijk niet zou worden uitgekeerd. De belastingplichtige moet zelf aantonen hoe groot die kans is.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.