nieuws

Promovendus ontwikkelt nieuw pensioenstelsel voor 21e eeuw

Archief

‘Visie op pensioenen in de 21e eeuw’ is de titel van het proefschrift waarmee drs Ewald A. Breunesse (40) deze week zijn doctorsbul heeft gehaald aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

In een lijvig boek (281 pagina’s) geeft hij een beschrijving en beoordeling van het huidige pensioenstelsel en presenteert hij een stelsel voor de toekomst.
Het huidige pensioensysteem staat onder zware druk van de vergrijzing, die het omslagstelsel bemoeilijkt, en van de individualisering, die onderlinge subsidiëring afbreekt, stelt Breunesse. Een toekomstig stelsel tekent zich volgens hem nog niet af.
De promovendus is sinds begin 1993 verbonden aan het Shell Pensioenfonds en heeft vóór die tijd 10 jaar bij Shell marktonderzoek in olieprodukten gedaan en daarvoor in bankprodukten.
Hij heeft vanuit deze marketingachtergrond een ontwerp pensioenstelsel ontwikkeld met de leidende gedachte dat de toekomstige consumptie veiliggesteld moet worden.
Breunesse ontvouwt de volgende visie op het pensioenstelsel voor de 21e eeuw: ‘De pensioenregelingen zijn gebaseerd op het principe van uitgesteld loon, zijn vèrgaand geïndividualiseerd, zijn flexibel op pensioenonderdelen en in pensioneringsleeftijd. Ze worden ondergebracht bij een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij naar vrije keuze. De overheid verstrekt geen pensioenvoorzieningen maar begunstigt deze slechts via beperkte wetgeving en legt de elementaire plichten en rechten op van zowel werknemers als werkgevers.’
In zijn ontwerp onderscheidt de promovendus drie generaties: de 2015-generatie, de overgangsgeneratie en de pensioengeneratie.
2015-generatie
De 2015-generatie is geboren vanaf 1 januari 2000 en zal in 2015 beginnen met de opbouw van een basispensioen. Voor hen is de AOW afgeschaft. Zij bouwen een basispensioen op dat verplicht is voor alle ingezetenen. Het basispensioen is kapitaalgedekt en zo mogelijk waardevast. Voorts kunnen de werknemers vrijwillig een arbeidspensioen opbouwen, eveneens kapitaalgedekt en zo mogelijk waardevast. De pensioenen vormen communicerende vaten. Met behulp van het arbeidspensioen wordt de welvaartsontwikkelingg in het basispensioen op peil gehouden. Omgekeerd kan een surplus in het basispensioen aangewend worden om de premie van het arbeidspensioen te verlagen of de uitkomsten te verhogen. De gelijke behandeling wordt gerealiseerd door de toepassing van gemengde sterftetafels voor mannen en vrouwen zodat de actuariële uitkomsten voor allen gelijk zijn.
Overgangsgeneratie
De overgangsgeneratie – de volwassenen die nog geen 65 zijn – behoudt het tot dat moment opgebouwde AOW-recht. Er worden geen nieuwe AOW-rechten meer opgebouwd. Voor de toekomst wordt deelgenomen in het basispensioen. Het eindloonsysteem wordt vervangen door een opbouwsysteem (op basis van gemiddeld loon) dat geïndexeerd wordt met de algemene loonstijging. De individuele carrière kan door de werknemer desgewenst in de pensioenopbouw mede verzekerd worden.
Pensioengeneratie
De pensioengeneratie – de gepensioneerden – gaat meebetalen aan de afbouw van de AOW. De AOW wordt waardevast in plaats van welvaartsvast. Bovndien wordt de AOW-premie in de belastingheffing opgenomen zodanig dat 65-plussers in feite ook bijdragen.
Met het voorgestelde pensioenstelsel wil de auteur de zwakke kanten van het huidige stelsel vermijden en rekening houden met te verwachten ontwikkelingen. De opzet ligt dicht tegen de huidige individuele pensioenverzekering. Het realiteitsgehalte van het nieuwe stelsel is onder meer getest op carrière en inflatie omdat de economische risico’s van het collectief resp. de werkgever overgeheveld worden naar het individu. Hieruit blijkt dat inflatie, vooral tegen het eind van het werkzame leven, de grootste vijand is van pensioenbesparingen. Er zal een sterke drijfveer zijn om de inflatie zo laag mogelijk te houden.
Kostenraming
De auteur heeft een kostenraming gemaakt voor de overgang van het AOW-omslagstelsel naar het kapitaalgedekt basispensioen. “Het blijkt dat de veronderstelde ‘dubbele lasten’ voor de betrokken actieve generatie niet leiden tot verdubbelde lasten. Bij een jaarlijkse inflatie van 3% is de contante waarde van de kosten van het voorgesteld stelsel even hoog als die van het huidige stelsel voor het tijdvak 2015 – 2050. Zonder inflatie is de contante waarde van de kosten van het voorgestelde stelsel zelfs 17% lager dan die van het huidige stelsel”.
Stellingen
De Vrije Universiteit heeft de stellingen bij dissertaties afgeschaft om discussies tussen hoogleraren hierover te voorkomen. Op de bladwijzer van zijn boek heeft Breunesse toch tien stellingen laten afdrukken. Enige hiervan volgen.
In een geliberaliseerde pensioenmarkt maken de pensioenfondsen een steile leercurve door in het hanteren van het marketinginstrumentarium. De concurrerende verzekeraars zullen de ‘wet van de remmende voorsprong’ aan den lijve ondervinden.
Tegenstanders van ‘beschikbare premie’-systemen beargumenteren hun standpunt door te wijzen op Engelse of Amerikaanse ‘toestanden’. De risicomijdende aard van de Nederlander garandeert dat wij daar niet in terecht zullen komen.
De synergetische werking van de Pensioen- en Spaarfondsen Wet en de fiscale definitie van pensioen leiden tot een monocultuur in het pensioenlandschap. Een pluriforme cultuur kan alleen tot stand komen als ‘dichtspijkeren’ plaatsmaakt voor de ramen flink open zetten.
De ‘verpakking’ van het pensioenprodukt zal sterk in belang toenemen.
De verborgen AOW-schulden van de Staat dienen jaarlijks als pensioenverplichting te worden gepubliceerd.
De dissertatie kan bij de auteur thuis besteld worden via tel./fax-nummer 03480-21538. De prijs incl. kosten bedraagt f 87.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.