nieuws

Prinsjesdag 2003: We gaan maar sparen?

Archief

Op Prinsjesdag heeft de regering de begroting voor 2004 en haar beleid voor de komende jaren gepresenteerd. Om de economie weer op gang en de overheidsfinanciën op orde te krijgen, is een pakket ingrijpende maatregelen opgesteld. Onderdeel ervan is het wetsvoorstel Belastingplan 2004, dat op 16 september 2003 bij de Tweede Kamer is ingediend.

Door Alfred Lagendijk en Micha Hoofiën
In dit artikel worden een aantal elementen van het wetsvoorstel op hoofdlijnen belicht, waarbij de lamp vooral wordt gezet op de voorstellen die de regering heeft gedaan om de arbeidsparticipatie te vergroten. Aan het slot komen in het kort nog enkele wijzigingen op het gebied van de sociale zekerheid aan de orde.
Prepensioen en VUT
Door vergroting van de arbeidsparticipatie tracht de regering de te verwachten lastenverzwaring voor AOW, zorg en pensioenen te beperken. Om de arbeidsparticipatie van vooral oudere werknemers te verhogen worden per 1 januari 2005 de fiscale faciliteiten voor VUT en prepensioen afgeschaft. Werknemers dienen langer aan het werk te blijven.
Concreet houdt dit in dat vanaf 1 januari 2005 premies voor dergelijke regelingen niet langer aftrekbaar zijn. Vanaf dezelfde datum betaalde premies voor prepensioen zijn ook niet meer aftrekbaar. Omzetting van deze prepensioenaanspraken in een hoger ouderdomspensioen is wel mogelijk.
Voorts bestaat nog het voornemen om de contante waarde van VUT-aanspraken op de ingangsdatum in één keer te belasten. Dit stuit echter op zoveel weerstand dat het de vraag is of dit voorstel stand houdt. Op 1 januari 2005 reeds ingegane VUT- en prepensioenuitkeringen blijven volgens de huidige methodiek belast.
Pensioen
In samenhang met het afschaffen van de fiscale faciliëring van VUT en prepensioen wordt de opbouw van ouderdomspensioen slechts nog fiscaal ondersteund, als de ingangsdatum tenminste de 65-jarige leeftijd is en de pensioenaanspraak niet meer bedraagt dan 70% van het laatstverdiende loon (is nu nog maximaal 100%). De maximale jaarlijkse opbouwpercentages blijven daarentegen ongewijzigd: 2% eindloon, 2,25% middelloon.
Eerder het pensioen laten ingaan, is nog wel mogelijk, maar het pensioen dient dan actuarieel herrekend te worden. Dit komt er kort gezegd op neer dat per jaar vervroeging het pensioen met ongeveer 8% wordt verlaagd.
Stamrecht
De huidige wetgeving geeft de mogelijkheid om bij ontslag de werknemer een aanspraak op periodieke uitkeringen toe te kennen ter vervanging van te derven loon. Evenals bij pensioen is deze aanspraak onbelast en er wordt pas op het moment van uitkeren belasting geheven. Op deze wijze kan bijvoorbeeld een periode tussen ontslag en de pensioeningangsdatum worden overbrugd. De periodieke uitkering kan als alternatief voor vervroegde pensioen worden gebruikt. Om dit te voorkomen is de regering voornemens per 1 januari 2005 de stamrechtvrijstelling af te schaffen. In dit kader kan tevens de afschaffing van de premieaftrek voor overbruggingslijfrenten worden bezien.
De zo populaire fiscaal gefacilieerde gouden handdruk lijkt door bovenstaande maatregel vooralsnog de das omgedaan. Het gevolg van deze maatregel is dat werknemers hierdoor bij ontslag wellicht een hogere ontslagvergoeding zullen bedingen.
Levensloop
Op 16 september 2003 is eveneens het langverwachte Wetsvoorstel Levensloopregeling ingediend. De levensloopregeling heeft nog het meeste weg van de al bestaande verlofregelingen. De levensloopregeling wordt een wettelijk recht en moet werknemers de mogelijkheid bieden om op een door hun gewenst tijdstip verlof op te nemen. Toestemming of een toezegging van de werkgever is geen vereiste. De behoefte van de werknemer aan een periode van verlof kan onder andere samenhangen met ouderschap, ziekte en studie.
Vanaf 1 januari 2004 krijgen werknemers de mogelijkheid fiscaal aantrekkelijk te sparen voor perioden van verlof. Werknemers kunnen jaarlijks belastingvrij maximaal 12% van hun brutoloon reserveren en onderbrengen op een speciaal daarvoor bestemde rekening bij een bank of verzekeringsmaatschappij. Het grote voordeel in vergelijking tot huidige regelingen is dat de ‘verlofrekening’ mee genomen kan worden naar een volgende dienstbetrekking.
Er wordt pas belasting ingehouden als bedragen ter financiering van het verlof worden opgenomen. Om ook hier vervroegde pensionering tegen te gaan, mag het verlof (maximaal anderhalf jaar) niet direct voorafgaand aan de pensioeningangsdatum worden opgenomen. Deeltijdpensionering voor maximaal 50% is wel mogelijk.
Bijleenhypotheek
Huiseigenaren die niet verhuizen kunnen op dit moment slechts hun hypothecaire lening verhogen indien dat bedrag bestemd is voor verbetering van de woning. Voor mensen die hun huis verkopen geldt dit niet. Zij kunnen voor de nieuwe woning een hogere hypotheek afsluiten en ondertussen de overwaarde van het verkochte huis naar believen aanwenden. Deze ongelijkheid wil het kabinet wegnemen.
Bij de aanschaf van een nieuwe (duurdere) woning moet de overwaarde uit de oude woning allereerst benut worden voor aanschaf van de nieuwe woning. Als vervolgens wordt bijgeleend voor de aanschaf of verbetering van de nieuwe woning is de rente over deze extra hypotheek fiscaal aftrekbaar.
Sociale verzekeringen
Bij ziekte van de werknemer heeft onder de huidige wetgeving de werkgever de verplichting het loon één jaar door te betalen. Het huidige voorstel behelst een loondoorbetalingsverplichting voor de werkgever van twee jaar. Voorts zijn er plannen om te verbieden dat 100% van het loon wordt doorbetaald. Alleen werknemers die in het tweede ziektejaar 70% doorbetaald krijgen, komen na afloop in aanmerking voor een WAO-uitkering. Loondoorbetaling van minder dan 100% zou de reïntegratie ten goede komen.
Om de arbeidsparticipatie te verhogen moet volgens het kabinet ook de activerende werking van sommige socialezekerheidsregelingen worden aangescherpt. Zo wordt bijvoorbeeld de referte-eis voor de WW aangescherpt. Degene die een beroep op de WW wil doen, zal in de toekomst 39 van de 52 weken moeten hebben gewerkt in plaats van de huidige 26 van de 39. Bovendien moeten werknemers tenminste vier van de vijf jaren hebben gewerkt. Verder wordt de totale duur van de WW-uitkering verkort door het afschaffen van de zogenoemde vervolguitkering.
Tot slot
Mede in het licht van de naderende ‘grijze golf’ heeft het kabinet gemeend door het schrappen van een aantal fiscale faciliteiten vroegere pensionering fiscaal onaantrekkelijk te maken. Het doel van het kabinet is heel duidelijk om te bewerkstelligen dat mensen ook daadwerkelijk langer blijven doorwerken. De levensloopregeling, met de mogelijkheid tot deeltijdpensionering voorafgaand aan de pensioendatum, moet het leed enigszins verzachten. Veel werknemers zullen echter de behoefte blijven houden om eerder te stoppen met werken. Ouderwets sparen lijkt hiervoor de oplossing. De verwachting is dan ook dat spaarproducten van banken en verzekeraars een periode van bloei zullen gaan meemaken.
Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.