nieuws

Praktische gevolgen van de ‘Actuariële principes’

Archief

door A.A.M. Kok, actuaris

Enkele weken geleden heeft de Verzekeringskamer het rapport ‘Actuariële principes’ uitgebracht. In dit rapport geeft de Verzekeringskamer haar interpretatie van de voorschriften voor de vaststelling van technische voorzieningen zoals bepaald in de derde richtlijn levensverzekering.
Technische voorzieningen
Als het goed is, verandert er weinig in de technische voorzieningen van levensverzekeraars. Immers altijd al dienen de voorzieningen zodanig te zijn vastgesteld dat een maatschappij aan haar verplichtingen jegens verzekerden kan voldoen. Toch kan worden verondersteld, dat deze actuariële principes zullen leiden tot op zijn minst aanscherpingen bij de vaststelling van de voorzieningen.
Maatschappijen met een, in meerdere opzichten, goed gespreide portefeuille zullen weinig (financiële) problemen ondervinden. Het wordt toegestaan om binnen de portefeuille actuariële tekorten met actuariële overschotten te compenseren. Indien de portefeuille qua grondslagen (sterfte, intrest en kosten) scheef is opgebouwd, kan dit echter vèrgaande gevolgen hebben. Met name valt te denken aan lijfrenteportefeuilles die tot stand zijn gekomen op basis van een (te) lage premiestelling. Maatschappijen worden nu gedwongen om direct de rekening te voldoen in de vorm van het op peil brengen van de technische voorzieningen. Hierbij geeft de Verzekeringskamer bovendien aan, dat de beoordeling van deze voorzieningen (middels een door de actuaris uit te voeren toets) intensiever zal zijn naarmate maatschappijen een kritischer reserveringsbeleid voeren.
Winstdeling
Het voorschrift ter zake van de voorziening voor verzekeringen met winstgarantie komt te vervallen. Een dergelijk voorschrift is ook niet meer nodig, aangezien de eisen voor deze voorziening feitelijk zwaarder worden. Er is geen sprake meer van de mogelijkheid tot opbouw van voorzieningen gedurende vijftien jaar. De voorziening dient direct volledig aanwezig te zijn.
Hierbij moet worden opgemerkt, dat bij de bepaling van deze voorziening nu wel rekening mag worden gehouden met de kans op voortijdige beëindiging van de verzekering. Bij royement is immers geen sprake van winstgarantie. Het staat dan ook nog te bezien, of door de maatregelen de voorziening per saldo zal stijgen.
Nieuwe produkten
Bij nieuwe produkten zal nauwkeurig moeten worden aangegeven op welke wijze de premie is bepaald. Alhoewel dit volgens de Verzekeringskamer geen voorwaarde vooraf vormt voor de bedrijfsuitvoering, zal hiervan toch een preventieve werking uitgaan bij de bepaling van de hoogte van de premie.
Indien een maatschappij verzekeringen wil verkopen met een premie in de buurt van of zelfs onder de kostprijs, dient middels een verklaring van de actuaris te worden aangetoond op welke wijze de tekorten worden gefinancierd. Een maatschappij krijgt derhalve direct de rekening voor dit prijsbeleid gepresenteerd. Maatschappijen zullen worden gedwongen aan de hand van winstgevendheidstoetsen te beoordelen op welke wijze nieuwe produkten aan de uitgangspunten voldoen. Hierbij zal men niet meer om de vraag heen kunnen, hoeveel contracten men van dat nieuwe produkt denkt af te zetten.
Rentestandskorting
Het doorrekenen van toekomstige intrestopbrengsten (rentestandskortingen) wordt sterk aan banden gelegd door een en ander te beperken tot beleggingsopbrengsten die gegarandeerd zijn.
Voor herbeleggingen dient te worden uitgegaan van een voorgeschreven intrest-scenario, waarbij de (her)beleggingsopbrengst in enkele jaren wordt teruggebracht tot 4%. Daarnaast wordt de beleggingsopbrengst gekort met een veiligheidsmarge die groter wordt naarmate van ‘minder zekere’ beleggingen sprake is. Feitelijk betekent dit, dat op geen enkele wijze voorschotten op toekomstige gunstige rente-ontwikkelingen kunnen worden genomen.
Actuaris
De rol van de (certificerend) actuaris wordt in dit rapport nog eens benadrukt. Deze functionaris zal in belangrijke mate inhoud moeten geven aan de actuariële principes. Dit speelt bij de beoordeling van de technische voorzieningen (de actuaris moet toetsen) en bij de beoordeling van de grondslagen van nieuwe produkten.
Invoering
Mede gelet op de mogelijk forse administratieve consequenties heeft de Verzekeringskamer aangegeven dat aan het eind van boekjaar 1995 de adequaatheid van de reserveringen gedetailleerd moet kunnen worden onderbouwd. Ultimo boekjaar 1994 kan worden volstaan met een globale berekening.
Hiermee wordt bereikt dat administratieve aanpassingen uit hoofde van de wijziging van de WTV tegelijk kunnen worden aangebracht. Indien in verband met de ‘actuariële principes’ gegevens over boekjaar 1995 moeten worden bijgehouden, zal de administratie hiervoor toch op 1 januari 1995 moeten zijn ingericht.
Samenvattend kan worden gesteld, dat de ‘Actuariële principes’ maatschappijen zullen dwingen tot het aanhouden van ‘prudente’ voorzieningen, die wellicht ruimer zullen zijn dan thans het geval is. Daarnaast wordt maatschappijen die zich veel vrijheid veroorloven ten aanzien van scherpe premiestellingen, direct de rekening gepresenteerd. Voor iedere maatschappij zullen deze principes dan ook andere gevolgen hebben behalve dan dat management, actuaris en automatiseringsafdeling voorlopig weer voldoende stof tot discussie hebben.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.