nieuws

Pleziervaartuigenverzekeraar krijgt golf van klachten over zich

Archief

heen

Niet minder dan 18 klachten had de bezitter van een zeiljacht over zijn pleziervaartuigenverzekeraar ingediend bij de Raad van Toezicht op het Schadeverzekeringsbedrijf. Geen enkele klacht werd gegrond verklaard, al plaatste de Raad wel enkele kritische noten in zijn 10 bladzijden tellende uitspraak.
Het zeiljacht van verzekerde liep op 22 augustus 1993 schade op. De verzekeraar besloot – op advies van het door hem ingeschakeld expertisebureau – de schade niet te vergoeden, omdat een gedeelte van de schade te wijten was aan een ondeugdelijke constructie van de mastondersteuning en de wantputtings.
De verzekeraar toonde zich bereid om de reparaties aan het voorschip, begroot op ongeveer f 3.800, sans préjudice te bekostigen. Hij gaf verzekerde in dit opzicht het voordeel van de twijfel, want er zou gesproken kunnen worden van “normale slijtage aan een eveneens ondeugdelijke constructie”.
Contra-expertise
In reactie op het standpunt van verzekeraar, schakelde verzekerde – conform de polisvoorwaarden – een eigen expert in.
Deze kwam tot geheel andere conclusies dan de expert van verzekeraar. Vervolgens werd een derde onafhankelijk expert verzocht een bindende schadevaststelling te geven. Deze laatste vond, dat klager het volle bedrag van de schade (ruim f 18.600) minus de f 1.000 eigen risico vergoed diende te krijgen. Verzekerde kreeg zijn geld en de verzekeraar deelde per brief van 30 augustus 1994, met inachtneming van de verzekeringsvoorwaarden, mee dat de onderhavige verzekering per 20 september 1994 zou worden opgezegd. Over dat laatste ging klacht nr 16 (behandeling van de eerste 15 klachten lijkt ons voor een te beperkte lezersgroep relevant – red. AM): “De verzekeraar heeft mij te weinig tijd gegeven om een goede nieuwe verzekering te zoeken en te sluiten”. De Raad van Toezicht oordeelde, dat deze klacht in algemene termen is gesteld “en houdt met name niet in, dat de door klager aangegeven termijn van 13 werkdagen voor hem, mede in het licht van een te verkrijgen voorlopige dekking bij een andere maatschappij, te kort is geweest en dat verzekeraar niet in verlenging van deze termijn heeft willen bewilligen. Deze klacht faalt derhalve bij gebrek aan belang”.
Ongegrond?
Als klacht nr 17 meende de watersporter, dat de verzekeraar op onjuiste verzekeringstechnische gronden de claim om een vergoeding voor een vervangend vakantieverblijf heeft afgewezen.
De Raad van Toezicht: “Te betreuren valt dat verzekeraar, toen hij de schade als gedekt onder de polis aanvaardde, niet uit eigen beweging de als gevolg van deze beslissing ook gedekte schade terzake van een vervangend vakantieverblijf, door klager bij brief van 1 september 1994 bij verzekeraar geclaimd, heeft vergoed. Verzekeraar heeft echter in reactie op de door klager bij de Raad ingediende klacht alsnog voor vergoeding van deze schade zorggedragen. Aldus is aan deze klacht de grond komen te ontvallen”.
Overgang polis
Klager had de verzekering (‘De Watersportpolis’) overigens in 1992 gesloten bij een rechtsvoorganger van de huidige verzekeraar. De man betoogde, dat hij beter geïnformeerd had moeten worden over de voor hem nadelige afwijkende bepalingen in de nieuwe polis.
De Raad stelt in zijn oordeel over klacht nr 18, dat het met name te betreuren is, dat op de verdergaande beperkingen op de nieuwwaarde-vergoeding van inboedelschade niet de aandacht is gevestigd. Anderzijds acht de Raad het standpunt van verzekeraar verdedigbaar, dat hij niet verplicht is bij de overgang naar nieuwe verzekeringsvoorwaarden, naast de verschaffing van de tekst zelf van deze voorwaarden, de verschillen tussen de oude en de nieuwe voorwaarden in detail te vermelden en toe te lichten. Ook deze klacht is dan ook in zijn geheel ongegrond verklaard. (Uitspraak nr V – 95/13)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.