nieuws

PIV: Meer sprake van ‘Hollandse’ dan van Amerikaanse toestanden

Archief

Er wordt vaak gerept over ‘Amerikaanse toestanden’ als men een bepaalde mate van claimcultuur wil aangeven. Maar volgens het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) hoeven we ons echt niet alleen maar te focussen op de Verenigde Staten, zo komt naar voren in het jaarverslag over 2001.

“De creativiteit van rechtshulpverleners in het vinden van allerlei nieuwe schadeposten lijkt onuitputtelijk”, zo stelt het PIV over de Nederlandse claimcultuur. “Hopelijk vindt ons recht hierin een redelijke middenweg. Het PIV zal zich in deze discussie in ieder geval (pro)actief mengen.”
Dat in Nederland sprake is van een goed gedijende claimcultuur wordt volgens de organisatie gestimuleerd door ontwikkelingen in ons (bewijs)recht. “Het reeds in het Romeins recht voorkomende beginsel ‘wie eist bewijst’ is de laatste jaren behoorlijk opgerekt. Dit is vooral zichtbaar bij werkgeversaansprakelijkheid en – wellicht in mindere mate – bij beroepsziekten. Ook het leerstuk van de causaliteit krijgt een voor slachtoffers steeds gunstiger wending. De zogenaamde omkeringsregel is daarvan een goed voorbeeld. In deze zaken lijkt Nederland ook verder te gaan dan veel andere landen. In zoverre zou het ook beter zijn te spreken van ‘Hollandse toestanden’.”
In de komende jaren, zo stelt het PIV, zal er rondom drie zaken meer duidelijkheid komen: de aansprakelijkheid voor beroepsziekten, het (mogen) werken van advocaten op basis van no cure no pay, en de affectieschade.
Beroepsziekten
Op dit moment geldt er volgens het PIV een zeer slachtoffervriendelijke stelplicht en bewijslastverdeling als het gaat om de werkgeversaansprakelijkheid voor ‘bedrijfsgerelateerde ongevallen’. Het is nog maar de vraag in hoeverre deze ook van toepassing zijn op de – aansprakelijkheid voor – beroepsziekten.
“In de literatuur wordt daarbij wel verdedigd dat er minder zware eisen zullen worden gesteld aan medisch objectiveerbare aandoeningen dan aan zuiver psychische klachten. Dit zou betekenen dat bijvoorbeeld een RSI-claim gemakkelijker zal worden gehonoreerd dan bijvoorbeeld een claim wegens stress of burn-out.”
Op dit moment bestaat hierover nog te weinig jurisprudentie – en dan vooral van lagere rechters – om hierover conclusies te trekken. “Zowel werkgevers en hun verzekeraars als werknemers zullen benieuwd zijn naar de toekomstige ontwikkelingen. Het PIV zal sturende activiteiten ontwikkelen ten aanzien van de schadebehandeling van met name claims in verband met repetitive strain injury (RSI).”
No cure no pay
Mede in het verlengde van de uitspraak van de Nederlandse Mededingingsautoriteit over het verbod op no cure no pay van de Nederlandse Orde van Advocaten ziet het PIV twee mogelijke scenario’s: òf de wetgever verbiedt no cure no pay-afspraken voor een ieder die als belangenbehartiger optreedt in letselzaken, òf de wetgever laat het onder bepaalde voorwaarden toe dat ook advocaten in letselzaken op basis van no cure no pay mogen optreden. In dat laatste geval zullen volgens het PIV de voorwaarden in ieder geval moeten inhouden:
– een keuzemogelijkheid en goede voorlichting daarover;- maxima inzake de te hanteren ‘beloningspercentages’;- een toezichtorgaan ter voorkoming of toetsing van excessen.”Wel moet worden bedacht dat no cure no pay bevorderend werkt op het indienen van claims, waarbij u met name kunt denken aan de stijging van claims rondom medische beroeps- en productaansprakelijkheid. Met betrekking tot verkeers- en bedrijfsongevallen zal no cure no pay weinig gevolgen hebben voor het aantal claims, omdat door de systematiek van buitengerechtelijke kosten de drempel hiertoe toch al niet zo hoog is. Op verzoek van het PIV heeft prof. mr. J.M. Barendrecht van de Katholieke Universiteit Brabant al in 2000 een rapport uitgebracht over de gevolgen van no cure no pay voor verzekeraars. Dat rapport is ook nu nog actueel.”
Affectieschade
Vorig jaar heeft de wetgever de contouren aangegeven van een mogelijk wetsontwerp voor de vergoeding van affectieschade. Het ziet er naar uit dat nog dit jaar een definitief wetsontwerp zal worden ingediend. “Daarbij lijkt het alsof wordt uitgegaan van normeringen, zowel ten aanzien van de kring van gerechtigden als van de omvang van de schadevergoeding. Dit laatste zou een unicum zijn, omdat in het huidige recht geen enkele schadecomponent (naar omvang) wettelijk is genormeerd, de wettelijke rente daargelaten.”
Het PIV is het met de wetgever eens, dat we kunnen verwachten dat een algemene regeling voor vergoeding van affectieschade de rechter terughoudend zal laten zijn over de vergoeding van zogenaamde shockschade, “hoewel ook daar de Hoge Raad op 22 februari 2002 (in het Taxibus-arrest) de criteria iets lijkt te hebben verruimd”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.