nieuws

Pittige projecten voor werkzoekenden

Archief

Dit najaar start een landelijk werkgelegenheidsproject met de bedoeling om ‘achterstandsgroepen’ aan een baan te helpen bij verzekeraars. Het project is een gevolg van cao-afspraken tussen het verbond van Verzekerars en vakorganisaties. Het intermediair voert met hulp van Nederlandse en Europese subsidies ook regelmatig werklozenprojecten uit.

Het is niet de eerste keer dat er in de bedrijfstak een landelijk werkgelegenheidsproject op touw wordt gezet. “In de jaren negentig zijn in het kader van cao’s onder meer projecten geweest voor werkloze academici, voor allochtone jongeren, en voor Marokkaanse en Turkse vrouwen”, zegt Verbondswoordvoerder Gert Kloosterboer. “Voor het project dat nu start, is ongeveer f 7,5 miljoen beschikbaar. Dit geld was nog over van een vorig project waarvoor de cao-partners f 10 miljoen hadden uitgetrokken. In de twee vorige cao’s was een project voor werkervaringsplaatsen geregeld. De verzekeraars zochten zelf de werklozen op en boden hen de mogelijkheid om werkervaring op te doen. Er zijn toen ongeveer honderd mensen aan zo’n werkervaringsplaats geholpen.” Het Verbond heeft geen inzicht, in hoeverre dit daadwerkelijk tot blijvende banen – in of buiten de branche – heeft geleid.
‘Vraaggestuurd’
Bij het nieuwe werkgelegenheidsproject wordt er op ‘gemikt’ om tweehonderd mensen onder dak te brengen. Het gaat primair om arbeidsgehandicapten, (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten, maar ook om andere werkzoekenden met een opleiding op minimaal mbo-niveau. Kloosterboer: “Het is de bedoeling, dat er ‘vraaggstuurd’ wordt geopereerd. Dus niet eerst opleiden en dan kijken waar iemand terecht kan komen. De verzekeraars geven aan welke plaatsen zij hebben en daar wordt dan specifiek voor opgeleid. Er wordt dus gestuurd in de richting van de vacature.”
Bij het cao-project wordt de opleiding in handen gelegd van reguliere opleidingsinstituten. Deze instituten zullen bij de verzekeraars peilen welke plaatsen beschikbaar zijn en hoe de betreffende opleiding er moet gaan uitzien. Ook zullen zij de verdere coördinatie ter hand nemen.
“Om welke opleidingsinstituten het zal gaan, is nog niet besloten”, zegt Kloosterboer. “De in aanmerking komende instituten hebben plannen van aanpak en offertes ingediend bij de cao-partners, dus het Verbond en de vakbonden. Eind oktober moet de keus zijn gemaakt, want het project moet in november – de exacte datum staat nog niet vast – starten. Om de grip op het geheel niet te verliezen, zal het waarschijnlijk om niet meer dan twee instituten gaan.”
Sectorfonds
In de branche worden ook werklozenprojecten uitgevoerd, die gefinancierd worden met overheidssubsidie. Het aanspreekpunt voor de overheid is hierbij het Sectorfonds Verzekeringsbedrijfstak (ook andere bedrijfstakken kennen zulke sectorfondsen). De subsidie kan van twee kanten komen: Nederland (BBSW-subsidie, Bijdrageregeling Bedrijfstakgewijze Scholing Werklozen) en Europa (ESF-subsidie, het Europese Sociaal Fonds).
Het Sectorfonds is in 1996 opgericht. De eerste projecten startten in 1997. Hoewel ook verzekeraars projecten kunnen aanmelden bij het Sectorfonds, maakt tot nu toe uitsluitend het intermediair hiervan gebruik. Kloosterboer: “De verzekeraars hebben geen projecten aangemeld, omdat zij ten eerste hun cao-projecten hebben en ook individueel actief zijn op dit gebied. En ten tweede, omdat het opleidingsniveau van de doelgroep vaak lager is dan waar de verzekeraars bij hun vacatures aan denken.”
Bedrijfstakactiviteit
Het Sectorfonds is volgens Kloosterboer vaak aangezien voor een Verbondsactiviteit in plaats van een bedrijfstakactiviteit. “Bij de start hebben wij de administratie van het Sectorfonds op ons genomen en samen met de vakorganisaties het bestuur geleverd. Maar omdat op dit moment uitsluitend projecten worden aangemeld voor het intermediair, en de NVA en de NBVA sinds het begin van dit jaar op dit punt samenwerken, ligt de bemoeienis nu voor een deel bij de NVA en de NBVA.”
Pittig
De projecten die via het Sectorfonds in 1997 zijn gestart, zijn in dat jaar of in 1998 afgerond. In 1998 zijn geen nieuwe projecten opgezet. De opleidingen van de werkzoekenden waren behoorlijk pittig. Er waren dan ook geen honderden kandidaten.
In Noord-Brabant werden twintig werklozen (uit veertig kandidaten) geselecteerd om in twaalf weken (via de SVV, nu Nibe SVV) de opleiding voor het B-examen te volgen en aansluitend gedurende zestien weken (minimaal twintig uur per week) stage te lopen. In Amsterdam werden tien werklozen bij het AOC (Assurantie Opleidingscentrum) klaargestoomd voor het B-examen. Zij kregen stages aangeboden bij verzekeraars, intermediair en assurantiebeurs. De geslaagden konden in aanmerking komen voor een ‘Melkert-baan’ (gesubsidieerd werk). In het zuidwesten van het land volgden in korte tijd dertig werkzoekenden een B-opleiding gecompleteerd met diverse trainingen, bijvoorbeeld telefoon-, balie- en notuleertrainingen.
“In 1997 hebben in het totaal 134 werkzoekenden meegedaan aan projecten van het Sectorfonds”, zegt Dirk Peter Spaans van het Verbond. “Van hen hebben er 77 een baan gekregen: 58 bij intermediair, negentien bij verzekeraars en vier elders.”
Dijkhuis-project
Bij de vorige Sectorfonds-projecten werd de opleiding per project geregeld. Bij de projecten die dit jaar onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de NVA en de NBVA worden uitgevoerd, is de opleiding gecentraliseerd. Het opleidingsinstituut Dijkhuis in Zwolle verzorgt de opleidingen. In de wandelgangen wordt derhalve gesproken van het ‘Dijkhuis-project’. Dijkhuis heeft ervaring met de branche, want het verzorgde al eerder de opleiding voor enige Sectorfonds-projecten.
“De deelnemers aan het Dijkhuis-project worden opgeleid tot commercieel medewerker binnendienst of buitendienst”, zegt Bas Meisters van de NBVA. “Het gaat om regionale projecten. Elk project omvat gemiddeld zeventien deelnemers. Van hen worden er negen gefinancierd met ESF-subsidie en acht met BBSW-subsidie.”
Individueel
De ‘Dijkhuis-opleiding’ duurt een jaar: een half jaar theorie en een half jaar stage. De deelnemers krijgen de opleiding ‘Assurantie-B’ (modules particulieren en mkb), ‘Woonfinanciering I’ en ‘Sparen en Beleggen’.” Dijkhuis-directeur Jolanda Raven: “Bij vorige projecten gaven we, in plaats van de opleiding ‘Sparen en Beleggen’ de opleiding ‘Pensioenpraktijk I’. Uiteraard passen we de opleidingen aan de actuele wensen aan.”
De werkzoekenden krijgen voorts trainingen voor sociale en commerciële vaardigheden, zoals trainingen op het gebied van presentatie (zoals telefoontraining), marketing (onder meer consumentengedrag, persoonlijke verkoop), en management (zoals portefeuillebeheer, organisatiestructuren). Raven: “De deelnemers krijgen een individuele begeleiding. We kijken wat iemand nodig heeft. Dat kan bijvoorbeeld een bijspijkercursus Nederlands zijn.”
Projecten
Het ‘Dijkhuis-project’ is dit jaar van start gegaan. De regionale projecten – waar de arbeidsbureau’s bij zijn betrokken – worden door het hele land gehouden, met uitzondering van de drie zuidelijke provincies (Limburg, Noord-Brabant en Zeeland) en de provincie Noord-Holland, regio’s waar de meeste van de vorige projecten plaatsvonden.
Het eerste project ging in mei van start in Zwolle. Er nemen zestien werkzoekenden aan deel. Zij zullen medio november aan hun stage beginnen. Het tweede project startte in mei in Almelo. De zeventien deelnemers beginnen in december aan hun stage. In juni startte een project in Harderwijk met vijftien deelnemers, die in de eerste week van december aan hun stage beginnen.
Op stapel
Op stapel staan projecten in Nijmegen, Rotterdam, Amersfoort en Hoogeveen. Het is de bedoeling, dat het project in Nijmegen op 1 november start. Er wordt gestreefd naar dertien deelnemers. Op dit moment zijn er drie geselecteerd. Ook het project in Rotterdam – waarvoor reeds vier deelnemers zijn geselecteerd – moet op 1 november starten.
De start van het project in Amersfoort is gepland op 4 oktober. Er zijn tien kandidaten, maar ze moeten nog worden geselecteerd. Voor Hoogeveen geldt 18 oktober als startdatum. Er zijn drie deelnemers geselecteerd.
Het was de bedoeling, dat in de herfst ook projecten zouden worden gestart in Groningen en Leeuwarden. Groningen gaat niet door, doordat het arbeidsbureau aldaar onvoldoende meewerkt. Het project in Leeuwarden is afgeblazen, omdat de betreffende subsidie niet rondkwam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.