nieuws

Personenschadelast vergt actie op diverse fronten

Archief

Als gevolg van een samenloop van diverse ontwikkelingen dreigt de aansprakelijkheidsverzekering onbeheersbaar èn onbetaalbaar te worden. Aspecten als toenemende slachtofferbescherming en (wettelijke) uitbreiding van regresmogelijkheden maken, samen met de groeiende claimbewustheid, een verdubbeling van de wa-personenschadelast verre van denkbeeldig. Hoe maak je overheid, politiek en samenleving duidelijk wat de financiële consequenties zijn? En hoe kun je intussen de letselschadepraktijk van alledag verbeteren? Dat zijn de speerpunten van het Project Personenschade.

Personenschadelast vergt actie op diverse fronten
door Richard Vroom
Bij het Verbond van Verzekeraars is recentelijk een Projectteam Personenschade ingesteld, dat ondersteuning moet gaan bieden aan de reeds anderhalf jaar bestaande stuur- en werkgroep van vertegenwoordigers van schadeverzekeraars. (Zie ook AM nr 3, pag. 3)
Stuurgroepvoorzitter L. Degreef: “De werkgroep is en blijft de denktank van het project. De professionals van het Verbond vullen het public-affairstraject in”. Werkgroepvoorzitter mr F.Th. Kremer spreekt van een drieëenheid, en zegt ter onderbouwing: “Twee leden van de werkgroep hebben tevens zitting in de stuurgroep en er zit ook iemand van de werkgroep in het projectteam”. De extra ondersteuning vanuit het Verbond is zeer gewenst. Het project begon wel erg veel tijd te vergen van de leden van de werk- en de stuurgroep, die ook hun werkgevende maatschappij hebben te dienen. “Het werk neemt alleen maar toe en het moet nu ook naar buiten toe worden georganiseerd. Het gaat er niet alleen om contacten te leggen, maar ook om deze te bewaken”, aldus Kremer.
Alle belanghebbenden benaderen
Drs T. de Bruin is bij het Verbond de leider van het projectteam. Hij heeft eertijds als secretaris van de NVOZ (organisatie van de met het intermediair werkende ziektekostenverzekeraars) en nadien bij de sector Zorg veel ervaring opgedaan met de politieke lobby.
“Er was constant aandacht vanuit de politiek voor de ziektekosten- en later de arbeidsongeschiktheidsverzekering. We zijn daarin pro-actief en initiërend bezig geweest. Het gaat er nu om, dat we brede interesse kweken voor déze aansprakelijkheidsproblematiek. Wij moeten de contacten leggen en de zaken nader uitwerken, dat wil zeggen nog meer in de diepte gaan”, aldus De Bruin. Het Project Personenschade is een speerpunt in het nieuwe beleid bij het Verbond, dat er op gericht is het initiatief te nemen en onderwerpen tijdig op de politieke agenda te krijgen. De Bruin: “Als we praten over lobby-activiteiten, dan praten we niet alleen over de contacten met de politiek. Het gaat er om alle belanghebbenden te benaderen en meer te kijken naar wat je bindt dan naar wat je scheidt”. Kremer valt hem bij: “Wij als verzekeraars hebben ons in het verleden te vaak geïsoleerd opgesteld. Praten met tegenpartijen, ja ook met groeperingen die wel eens lelijke dingen over ons zeggen, blijkt heel zinnig te zijn”.
Situatie in andere landen
Degreef: “Het zijn overigens niet alleen de verzekeraars die zich zo gaan opstellen; dit geldt in zekere zin eveneens voor de ministeries. Ook ambtenaren blijken in toenemende mate voor contacten open te staan.”
Geconstateerd kan worden, dat de ambtenaren die de concepten voor wetten moeten opstellen, in een aantal gevallen enigszins in een isolement verkeren. Dat blijkt bijvoorbeeld als het gaat over de ontwikkelingen in andere (Europese) landen. Kremer: “Wij beschikken vaak over actuele informatie – uit diverse bronnen, denk bijvoorbeeld aan herverzekeraars – betreffende de stand van zaken in andere landen. Ons wordt ook steeds vaker van overheidskant om die informatie verzocht.” Onder begeleiding van prof. Wansink, is uitgezocht hoe met het fenomeen regres wordt omgegaan in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk. Momenteel wordt geïnventariseerd, welke eventuele ontwikkelingen er op het terrein van de verkeersaansprakelijkheid aan de orde zijn in de ons omringende landen.
Wetgeving
Degreef: “Midden februari hebben wij een eerste gesprek gehad met het ministerie van justitie in verband met de voorgenomen nieuwe wetgeving op het terrein van de verkeersaansprakelijkheid. Onze missie is: duidelijk te maken wat de geldelijke gevolgen zijn van de voorgenomen wetgeving, welke schadecomponenten er allemaal om de hoek komen kijken, en welke samenhang er tussen die componenten bestaat.”
Kremer: “Er staan inmiddels verdere gesprekken op het programma. Medio maart praten we opnieuw met Justitie, en er komt vervolgens een gesprek waaraan meerdere departementen deelnemen, omdat er ook aspecten zijn die andere ministeries raken, zoals regres (Sociale Zaken) en de fiscale kant (Financiën). En wellicht dat Verkeer en Waterstaat en Volksgezondheid daarbij ook aanwezig zijn”. Degreef: “Onze inzet bij het overleg met Justitie is, dat het wettelijk regelen van de aansprakelijkheid maar één kant van de medaille is. Voor verzekeraars is wezenlijk, dat ook in de sfeer van de schadevergoeding wettelijke beheersingsinstrumenten komen voor specifieke schadecomponenten zoals smartegeld.” Hoe houden jullie ten aanzien van de ontwikkeling van de jurisprudentie over personenschade de vinger aan de pols? Kremer: “We hebben maandelijkse informatie-uitwisseling in de Owas (Overlegcommissie wa-schaderegeling) en er zijn natuurlijk ook de periodieke SRO-dagen (SRO= SchadeRegelingsOverleg). Maar dat is niet voldoende. Daarom werken we aan een Letselschadebulletin, dat wellicht per kwartaal gaat verschijnen. Het gaat daarin dan niet alleen om jurisprudentie en eventuele commentaren daarop, maar onder meer ook om actuele fiscale aspecten die van invloed zijn op de letselschaderegeling, bijvoorbeeld de belastinggarantie. Overigens worden veruit de meeste letselzaken geschikt (slechts over minder dan 1% wordt uiteindelijk geprocedeerd). En ik vind, dat er vrij open met elkaar wordt gepraat over het hoe en waarom van de schaderegeling.”
Rekken kost geld
Het wijzen van de opstellers van wetteksten op de financiële consequenties alsmede het op de voet volgen van de jurisprudentie, zijn niet de enige aandachtsvelden binnen het Project Personenschade. Voorkomen blijft natuurlijk te prefereren boven genezen, zo wil de beeldspraak. Maar versnelling van de letterlijke genezing in geval van letselschade, is eveneens in ieders belang.
“De verzekeraar heeft geen belang bij het rekken van de afhandeling van letselschadeclaims”, stelt Kremer. “Gebleken is, dat hoe langer de schaderegeling duurt, hoe hoger de schadelast is.” Behalve dat financiële aspect is er nog een belangrijk minpunt aan een lange duur van schadebehandeling: de reputatie van de betrokken verzekeraar en indirect van de gehele branche. Overigens gaat voornoemde stelling vooral op in gevallen waarin een medische eindsituatie is bereikt, want er zijn ook situaties waarin het na vele maanden nog niet duidelijk is, of iemand voorgoed tot de rolstoel veroordeeld is of een half jaar later weer zonder krukken kan rondstappen.
Medische experts
Daarnaast baart het terrein van de medische expertise verzekeraars voortdurend zorg.
Kremer: “Het eerste probleem is: wie vraag je? Hadden we in Nederland maar de beschikking over speciaal opgeleide vaste keuringsartsen in de diverse medische disciplines zoals bijvoorbeeld in Frankrijk.
Het tweede punt is: de inhoud van de vraagstelling. Er is nu een door het GAV (organisatie van geneeskundige adviseurs van verzekeringsmaatschappijen) opgestelde concept-vraagstelling. Hopelijk vindt deze weerklank in de praktijk.” Het boeken van tijdwinst en het verminderen van ergernis is zowel in het belang van verzekeraars als van slachtoffers. Degreef: “Wij als verzekeraars zijn bij de voortgang van de schadebehandeling ook in aanzienlijke mate afhankelijk van de tijdstippen waarop, alsmede de mate waarin de (belangenbehartiger van de) tegenpartij over de brug komt met medische rapportage. Bovendien kunnen we niet afdwingen, dat we alle gegevens krijgen die we voor een goede beoordeling van de schade nodig hebben.”
Whiplash-preventie
Een van de specifieke problemen in de toenemende schadelast, betreft het letsel dat niet medisch meetbaar is. Hierbij gaan de gedachten tegenwoordig direct in de richting van whiplash. Dit nekletsel heeft de laatste jaren enorm veel aandacht in de media gekregen.
Degreef wijst op de aanzuigende werking van al die publiciteit, ook op mensen die er gevoelig voor zijn om te gaan simuleren. “Door dat te objectiveren kunnen de echte gevallen goed worden onderscheiden van de andere.” Kremer, die vorig jaar op het congres van de whiplash-stichting was (welke confrontatie met een groot aantal slachtoffers hem bepaald niet koud heeft gelaten) vertelt, dat verzekeraars op diverse fronten actief meedenken. Zo wordt met het onderzoekinstituut TNO gesproken over preventie-mogelijkheden in de auto’s. Kremer: “Het gaat daarbij om de stand en de vorm van de stoel en de hoofdsteunen. TNO is er heel intensief mee bezig, want gebleken is, dat 80% van de automobilisten in een ‘verkeerde’ stoel zit. Voorts volgen we de ontwikkeling van apparatuur waarmee whiplash-letsel mogelijk objectief kan worden gemeten, en zou er een behandelingsprotocol moeten komen voor de eerstelijnshulp, waarin bijvoorbeeld moet worden opgenomen dat het te lang dragen van de bekende beschermkraag een averechts effect kan hebben.”
L. Degreef: “ook wettelijke beheersingsinstrumenten voor specifieke schadecomponenten, zoals smartegeld”. Mr F.Th. Kremer: “wij beschikken vaak over actuele informatie betreffende de stand van zaken in andere landen”. Drs T. de Bruin: “het gaat er om, alle belanghebbenden te benaderen”.
De drieëenheid van het Project Personenschade, v.r.n.l. werkgroepvoorzitter mr F.Th. Kremer (Nationale-Nederlanden), stuurgroepvoorzitter L. Degreef (Delta Lloyd) en de leider van het projectteam, drs T. de Bruin (Verbond van Verzekeraars).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.