nieuws

Pensioenwet stimuleert advies op basis van urendeclaraties

Archief

Jan van de Meer, directeur van PensioenPoint Nederland heeft niet veel op met de nieuwe Pensioenwet. Eén lichtpunt is er volgens hem wel: de tussenpersoon krijgt alle ruimte voor advies op declaratiebasis. En Van der Meer is erg benieuwd naar de wijze waarop verzekeraars hun premies en kosten gaan verantwoorden. Hieronder zijn beschouwing.

Door Jan van de Meer
De Pensioenwet vervangt in 2007 de Pensioen en Spaarfondsenwet (PSW). Een nieuwe wet heb je nodig als er calamiteiten, knelpunten of problemen moeten worden opgelost. Is dat in de pensioenmarkt het geval? Noch de burgers, noch het bedrijfsleven, noch de pensioenmarkt, noch het platform van pensioengerechtigden, noch de vakbonden hebben gevraagd om nieuwe regelgeving.
En toch, de Tweede Kamer heeft de wet in de week van 26 september aangenomen en deze ligt nu bij de Eerste Kamer. Een goed moment om te inventariseren wat we daar van gaan merken als werknemer, werkgever, verzekeraar en pensioenadviseur. Ik zal daarbij niet de wet uitpluizen, maar houd kritisch de argumenten tegen het licht die het ministerie van Sociale Zaken op zijn website (www.szw.nl) heeft staan.
Meer zekerheid
Waarom moet de Pensioenwet er volgens minister De Geus komen? De openingsalinea op de website geeft als eerste argument: “Werknemers en gepensioneerden krijgen meer zekerheid over de (toekomstige) uitbetaling van hun pensioen.”
De ambtenaren van Sociale Zaken willen ons doen geloven dat tot nu toe te weinig zekerheid bestond over de uitbetaling van het pensioen. Een typische uitspraak. De PSW heeft er sinds de inwerkingtreding in 1954 voor gezorgd dat de bij werknemers gewekte pensioenverwachtingen gewaarborgd zijn. Waarom hier suggereren dat dit niet zo is? Als je als leek het argument leest, kun je er niet tegen zijn. Maar het is wel flauwekul.
“Daarom worden er eisen gesteld aan het eigen vermogen van de pensioenfondsen”, luidt het tweede argument. Ook hiervoor geldt dat die eisen er allang waren, onder andere in de PSW. Suggereren dat zoiets niet bestond door te zeggen dat je iets gaat doen. Een bekende marketingtruc. De slager die adverteert met de slogan: ons vlees is wél mals. Daarmee de indruk wekkend dat zijn concurrent vlees zo taai als leer verkoopt. Maar in de kern is het een non-argument.
Leeftijd
“Ook mogen bedrijfspensioenregelingen geen hogere toegangsleeftijd hanteren dan 21 jaar.”
‘Dat is een materiële eis die nieuw is. Overigens een inbreuk op de contractsvrijheid tussen werkgevers en werknemers die eigenlijk niet thuishoort in een kaderwet. En een wel heel miezerig argument om een wet te vervangen. “Dit is de kern van het wetsvoorstel voor de Pensioenwet die de huidige PSW gaat vervangen”, staat er op de website geschreven.
Conclusie: om alleen de minimum toetredingsleeftijd vast te stellen op 21 jaar wordt een nieuwe wet ingevoerd. Kortom, de inleiding op de website van SZW is niet sterk, zeg maar nietszeggend.
Spreekuur
De zorg en verantwoordelijkheid aangaande de voorlichting aan de pensioengerechtigden en werkgevers over het pensioen en de regeling komt volledig en direct bij de pensioenfondsen en verzekeraars te liggen, oftewel de uitvoerders. De wet spreekt in dit verband met geen woord over de rol van de tussenpersoon. Dat is naar mijn mening prima geregeld.
De tussenpersoon kan zich nu volledig richten op de twee kerntaken: a) het introduceren en verkopen van nieuwe pensioenregelingen en b) het adviseren over nieuwe en bestaande pensioenregelingen. De tussenpersoon zal daaraan zijn handen vol hebben. Uitvoerders zullen veel informatie rechtstreeks aan de werkgever en werknemers sturen, die daar in veel gevallen geen pepernoot van begrijpen. En dan zijn we naar mijn mening bij de kerntaak van de tussenpersoon: bij de bedrijven de informatie en voorlichting toelichten en uitleggen.
Misschien moet de adviseur een ‘pensioenspreekuur’ bij de werkgever gaan organiseren, waar werknemers antwoorden op hun pensioenvragen kunnen krijgen. Dat moet de tussenpersoon op uurbasis doen. Een prachtige kans om bij werknemers alle vormen van financiële planning te maken.
Spannend verhaal
De uitvoerder moet in bepaalde gevallen zijn pensioenpremie ‘verantwoorden’. Dat is een opvallende bepaling in de wet. De uitvoerder moet aangeven welk deel van de premie opgaat aan 1) opbouw ouderdomspensioen, 2) opbouw en/of verzekering nabestaandenpensioen, 3) premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en 4) kosten.
Dat wordt een spannend verhaal. Dit is een taak voor de uitvoerder en dus ook voor de verzekeraars. Ik ben benieuwd hoe verzekeraars dit gaan aanpakken…
Ten slotte nog een belangrijke verandering die alleen op de website van SZW te vinden is. Daar wordt beweerd dat ‘werknemers die tegen een lager loon gaan werken, bijvoorbeeld aan het eind van hun loopbaan (zogeheten demotie) of doordat zij minder uren maken, straks niet meer worden geconfronteerd met aantasting van pensioenaanspraken die ze al hebben opgebouwd. Nu leidt werken voor minder geld met name bij eindloonregelingen nog tot verlaging van aanspraken uit het verleden.’
Ik heb even in mijn ogen gewreven toen ik dit las. Het is een volledige onwaarheid. En die ambtenaren hebben de Pensioenwet geschreven? Nu begrijp ik het helemaal.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.