nieuws

Pensioenvrijheid

Archief

Hoeveel vrijheid kunnen werkgevers (en hun werknemers) krijgen in hun keuze voor de uitvoering van een pensioenregeling

Dit is de vraag waarover overheid, (bedrijfstak)pensioenfondsen, verzekeraars, werkgevers en vakbonden al lang discussiëren. Van belang in deze fundamentele discussie is de houding van de overheid. Het kabinet is op vele fronten voorstander van meer concurrentie en marktwerking. In dat kader heeft ‘Vadertje Staat’ de financiering van sociale voorzieningen (ziektewet, wao en anw) afgewenteld op de schouders van werkgevers en werknemers, en daarmee op de schouders van verzekeraars en pensioenfondsen. Opvallend genoeg wordt dit dereguleringsbeleid niet gevolgd op het gebied van de pensioenen. Bedrijven blijven verplicht om deel te nemen aan een bedrijfstakpensioenfonds, hoewel zeker eenderde van de werkgevers van dit keurslijf verlost zou willen worden. Politiek ‘Den Haag’ is evenwel bang dat concurrentie op pensioenen ten koste zal gaan van de pensioenregeling van werknemers. Op zich zou deze houding nog te billijken zijn, ware het niet dat de bedrijfstakpensioenfondsen wél de speelruimte krijgen om, behalve collectieve, ook individuele pensioenregelingen in de relatie werkgever-werknemer aan te bieden. Terecht is deze rechtsongelijkheid een doorn in het oog van verzekeraars. Veel is te zeggen voor totale vrijheid van de werkgever om zijn pensioenregeling onder te brengen bij de uitvoerder van zijn keuze. Concurrentie kan louter leiden tot verlaging van pensioenlasten, en dat is in het voordeel van de deelnemers. Vrees voor verslechtering van pensioenaanspraken en verhoging van pensioenlasten omdat verzekeraars ook winst nastreven, geven geen pas. De markt reguleert zichzelf. Niet voor niets hebben zowel commerciële nv’s als non-profit onderlingen een bestaansrecht weten op te bouwen in de verzekeringsbranche. Verzekeraars en bedrijfstakpensioenfondsen zullen zelf moeten kunnen aantonen in hoeverre zij veel beter zijn als het gaat om de kwaliteit van de dienstverlening, de uitvoeringskosten, en de beleggingsresultaten. Dat de bedrijfstakpensioenfondsen daarbij niet bij voorbaat het onderspit zullen delven, mag blijken uit hun grote produktie in de wao-gatverzekering en de anw-hiaatverzekering. De continuïteit van een pensioenregeling zal wel moeten worden gegarandeerd door twee basisvoorwaarden: de verplichting tot premiebetaling en het voorkomen van de mogelijkheid om het pensioen (tussentijds) voor andere doeleinden te gebruiken. De populaire bedrijfsspaarregeling kan daarbij als model dienen. Met een liberalisering van de uitvoering van de pensioenen tot álle aanbieders (dus ook banken) zou de spaarmarkt vervolgens ook kunnen worden verlost van de ongelijkheid tussen het belastingvrij verzekerd sparen én het fiscaal minder bedeelde banksparen. Wim Abrahamse

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.