nieuws

Pensioenslag

Archief

De pensioennota ‘Werken aan zekerheid’ heeft één ding goed duidelijk gemaakt: het kabinet heeft zijn oren meer laten hangen naar pensioenfondsen dan naar verzekeraars

Vooralsnog zal er van een ‘level playing field’, zoals hartstochtelijk bepleit door het Verbond van Verzekeraars, niet veel komen. Desondanks reageerden de pensioenfondsen anders dan van hen mocht worden verwacht. Kennelijk is de ‘pijn’ van de beperking van de collectieve bedrijfspensioenen tot het middelloon van maximaal 76 mille, groter dan het voordeel van de ruimere pensioentoezegging en de vrijheid om hun verzekerden ook individuele lijfrentepolissen te mogen aanbieden. Het lijken ‘krokodillentranen’ van de pensioenfondsen, want zij hebben in de strijd om de pensioenmarkt forse terreinwinst geboekt. Ook de diplomatieke reactie van het Verbond van Verzekeraars dat de plannen “een stap in de goede richting naar een betaalbaar en flexibel pensioenstelsel” noemt, is opvallend. Te meer, omdat een intensieve en tijdrovende lobby van het Verbond voor een vrije pensioenmarkt nauwelijks soelaas heeft geboden. Het Verbond denkt kennelijk dat de uitvoering van collectieve pensioenen via de werkgever geen ‘closed shop’ kan blijven voor verzekeraars. Zeker nu de pensioenfondsen op het terrein van verzekeraars mogen komen en alle maatschappelijke en politieke neuzen in de richting van meer marktwerking, en dus een open pensioenmarkt wijzen. Feit blijft dat verzekeraars er een geduchte concurrent bij krijgen, één die beschikt over aanzienlijke adresbestanden en legio mogelijkheden om productie van hen af te snoepen. De vrijheid van individuele werknemers om voor het pensioendeel boven het verplichte maximum van 76 mille zelf een pensioenuitvoerder te kiezen, weegt daar niet tegen op. Verwacht mag worden dat ook het kabinet de voordelen (hoger rendement, lagere kosten) van marktwerking in pensioenland onderkent, en de ongelijke concurrentie van pensioenfondsen beschouwt als een tijdelijke maatregel om de solidariteit in de collectieve regelingen te handhaven en om verdere onrust over de betaalbaarheid van de ‘oudedag’ te vermijden. Voor verzekeraars is het te hopen dat het kabinet inzet op een korte overgangstermijn. De niet op concurrentie ingestelde pensioenfondsen zal weinig tijd moeten worden gegund zich op de pensioenslag met verzekeraars voor te bereiden. Gevreesd moet worden dat die overgangstermijn té lang zal duren, zodat de pensioenfondsen straks met een beduidende voorsprong aan de tweestrijd gaan beginnen. Wim Abrahamse

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.