nieuws

Pensioenregeling in beleggingseenheden vanaf 2008 fiscaal niet meer

Archief

toegestaan

Na een periode van twee keer vier jaar is de adviescommissie fiscale behandeling pensioenen met ingang van 1 januari 2007 opgeheven. De commissie toetste of de fiscale pensioenwetgeving in de praktijk voldeed. Juni 2006 bracht de commissie haar laatste advies uit, handelend over de komst van de Pensioenwet en de fiscale impact hiervan. In een reactie, december 2006, stelt minister Zalm van Financiën onder meer dat pensioenen in beleggingseenheden vanaf 2008 niet meer zijn toegestaan.
door Alfred Lagendijk en Bastiaan Starink
Als eerste merkt de commissie op dat er fiscale grenzen in de wet zijn opgenomen met betrekking tot uitkeringsovereenkomsten (eindloon en middelloon) en premieovereenkomsten (beschikbare premieregeling), maar dat de fiscale wetgeving geen beperking stelt aan de kapitaalovereenkomsten. De commissie adviseert om “de fiscale begrenzing van de kapitaalovereenkomst aan te geven”.
De reactie van de minister is dat een regeling zonder uitkeringsgarantie, hetgeen premieovereenkomsten én kapitaalovereenkomsten zijn, fiscaal kwalificeert als beschikbare premieregeling. De kapitaalovereenkomst moet dus voldoen aan de grenzen van het staffelbesluit.
Voor bijzondere vormen van de kapitaalovereenkomst, zoals de streefregeling waarbij een eindloonresultaat wordt beoogd maar niet wordt gegarandeerd, verwijst de minister voor de fiscale grenzen naar het besluit van 19 december 2003. Daarin kan de streefregeling als beschikbare premieregeling worden aangewezen. Hiervoor zal het begrippenkader in dat besluit worden aangepast aan de Pensioenwet. Meer aanpassingen zijn er wat betreft de minister niet nodig.
Beleggingseenheden
Pensioenregelingen waarbij de uitkering plaatsvindt in de vorm van beleggingseenheden (zogenaamde unit-linkedpensioenen), zijn per 1 januari 2008 niet meer toegestaan. De Pensioenwet schrijft namelijk voor dat een pensioenaanspraak en een pensioenrecht in geld is vormgegeven. De commissie adviseert om duidelijkheid te verschaffen over de fiscale status van de lopende unit-linkedpensioenen.
“Gelet op het feit dat pensioenregelingen in beleggingseenheden vanaf 1 januari 2008 geen pensioenen meer zijn in de zin van de Pensioenwet, (…) zal de aanwijzing van dergelijke pensioenregelingen als fiscaal zuivere pensioenregelingen worden ingetrokken per 1 januari 2008”, stelt de minister in zijn reactie. “Vanaf die datum worden dergelijke pensioenregelingen dus niet langer fiscaal gefacilieerd, wat betekent dat de omkeerregel daarop niet langer van toepassing is. Pensioenregelingen die op 1 januari 2008 reeds uitkeren in beleggingseenheden, blijven uiteraard gerespecteerd als fiscaal zuivere regeling.”
Het ministerie van Financiën zegt nog een overgangsregeling te overwegen. “Bezien wordt in hoeverre overgangsrecht wenselijk is voor op 1 januari 2008 bestaande pensioenpolissen met uitkeringen in beleggingseenheden, op basis waarvan op die datum bestaande polissen met (daarin de keuze voor) uitkeringen in beleggingseenheden onder bepaalde voorwaarden nog als zodanig zouden mogen worden uitgevoerd”, zo luidt de reactie. “Over (de vormgeving van) dit eventuele overgangsrecht zal conform het advies van de adviescommissie zal ruim vóór 1 januari 2008 uitsluitsel worden gegeven.”
Overdracht dga-pensioen
Omdat de directeur-grootaandeelhouder (dga) niet onder de Pensioenwet valt, adviseert de commissie er voor te zorgen dat een waardeoverdracht van de dga niet als afkoop (ex artikel 19b Wet Loonbelasting) wordt gezien, met heffing tot gevolg. Waardeoverdracht kan volgens de commissie alleen zonder heffing als het een overdracht in de zin van de Pensioenwet is. Nu de dga hier niet onder valt, lijkt een overdracht dus belast.
De minister stelt dat een verdergaande aanpassing (van artikel 19b, tweede lid, Wet LB 1964) niet nodig is. “De adviescommissie lijkt ervan uit te gaan dat fiscaal geruisloze waardeoverdracht alleen mogelijk is als de Pensioen- en Spaarfondsenwet (PSW) – en straks de Pensioenwet (PW) – die afkoop expliciet toestaat.” Het betreffende artikel is volgens de bewindsman echter andersom geformuleerd. “Fiscaal geruisloze waardeoverdracht is (mits uiteraard ook aan de desbetreffende fiscale voorwaarden wordt voldaan) mogelijk als de overgang niet in strijd komt met de waardeoverdrachtbepalingen uit de PSW (straks de PW). Dit betekent dat waardeoverdracht van een dga-pensioen dat niet onder de Pensioenwet valt, fiscaal geruisloos mogelijk zal zijn zolang aan de fiscale voorwaarden wordt voldaan.”
Rentestandkorting
Depots voor rentestandskorting zijn depots waar de verzekeraar de overrente uit het pensioencontract op stort. Onder de PSW was de ondernemer eigenaar van het depot. Deze depots worden niet tot de winst van de onderneming gerekend. Ook zijn de premies die de ondernemer stort in het depot, aftrekbaar van de winst. Onder de Pensioenwet is de verzekeraar eigenaar van het depot. De commissie vraagt nu om de fiscale status van de depots te verduidelijken.
“Doordat de depotgelden onder de PW eigendom moeten zijn van de pensioenverzekeraar en in de zin van die wet pensioen vormen, kan de werkgever de daarvoor gestorte premies { .} ten laste van de winst brengen”, zegt Financiën. “Daarvoor is geen afzonderlijke goedkeuring meer nodig.”
De minister wijst nog wel op een mogelijk probleem. “Voorzover een werkgever er niet toe overgaat de inhoud van het depot over te dragen als pensioenvermogen naar de pensioenverzekeraar, zal de goedkeuring vervallen. Een indexatiefonds ter financiering van toeslagen dat in eigendom wordt gehouden door de werkgever, is in strijd met de onderbrengingsplicht van de werkgever (artikel 22 PW) en in dat geval dus ook niet krachtens de pensioenregeling aan de verzekeraar verschuldigd.” Het is dus raadzaam om iedere depotovereenkomst voor 2008 kritisch tegen het licht te houden.
Diensttijd
Onder de Pensioenwet is het mogelijk om gedurende maximaal tien jaar na het einde van de dienstbetrekking de pensioenopbouw bij de oude werkgever voort te zetten, mits de gewezen werknemer winst uit onderneming behaalt. Fiscaal is deze termijn gemaximeerd tot drie jaar. De commissie adviseert om de begrippen in de Wet Loonbelasting en de Pensioenwet gelijkluidend te maken.
Volgens de minister wordt “op dit moment bezien of, rekening houdend met de budgettaire consequenties enerzijds en de juridische houdbaarheid van de beperking tot gewezen werknemers die winst uit onderneming genieten anderzijds, in de fiscale regelgeving een vergelijkbare wijziging kan worden aangebracht”. Vooralsnog lijkt het er dus op dat de fiscale faciliëring na drie jaar ophoudt.
Pensions & Actuarial Services van PricewaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.