nieuws

Pensioenpartners ABP en Ohra concurreren met wao-gatverzekering

Archief

Zowel Ohra als het pensioenfonds ABP hebben een wao-gatverzekering voor ambtenaren ontwikkeld. Waar het ABP eind 1993 met Ohra een mantelcontract sloot op het terrein van individuele aanvullende pensioenen, heeft het bij deze arbeidsongeschiktheidverzekering gekozen voor samenwerking met Reaal-dochter Proteq.

De wao-gatverzekering van Ohra werd begin februari aangekondigd door algemeen directeur B. Huesmann tijdens het symposium van de Kooijman Groep en werd eind die maand op de markt gebracht.
Ohra stelt, dat de wet TBA (Terugdringing Beroep op Arbeidsongeschiktheidsregelingen) specifiek voor ambtenaren schrijnende situaties kan opleveren. Het uitkeringspercentage van het invaliditeitspensioen bij volledige arbeidsongeschiktheid is door de wet TBA teruggebracht van 76,3% naar 65%. In een brochure voor ambtenaren stelt Ohra: “Waarschijnlijk hebt u, net als de meeste ambtenaren, gebruik gemaakt van de ABP-regeling om u voor 5% bij te verzekeren, zodat uw uitkering 70% zal bedragen. Maar het blijft nog altijd een achteruitgang van 6,3%.”
‘Niet voor te stellen’
Echter, de pijn zit vooral in de situatie bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, vooral als gevolg van de nieuwe keuringsnormen. Ambtenaren die jonger zijn dan 50 jaar en korter dan 20 jaar in overheidsdienst zijn, krijgen bovendien te maken met een wachtgeld-hiaat. Dit alles kan leiden tot een inkomensval van meer dan 80% (“in het ongunstigste geval, en dat lijkt haast niet voor te stellen, tot 14% van uw huidige inkomen”).
Ohra heeft twee produktvarianten ontwikkeld. Het ‘Inkomenszekerheidsplan’, dat bij volledige arbeidsongeschiktheid aanvulling biedt tot 80% van het laatstverdiende salaris. Het andere produkt (‘Aanvullingsplan’) voorziet in een aanvulling ter grootte van maximaal 10% van het laatst verdiende salaris. Dit geeft bij volledige arbeidsongeschiktheid eveneens als uitkomst 80%. Vanwege het maximum van 10% suppletie, biedt het Aanvullingsplan geen soelaas in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bij ambtenaren die nog onvoldoende wachtgeld hebben opgebouwd (en dat geldt in twee van de drie gevallen). Zij zijn eigenlijk aangewezen op het Inkomenszekerheidsplan, dat in werking treedt op het moment dat de totale inkomsten minder dan 70% van het laatstverdiende salaris bedragen. Ongeacht de mate van arbeidsongeschiktheid vindt aanvulling tot die 70% plaats. Deze ‘inkomenszekerheid’ loopt door tot het 65e jaar.
ABP-concept
Het ABP heeft vorige week donderdag wereldkundig gemaakt, dat het zelf een wao-gatprodukt heeft ontwikkeld. “Idee en vormgeving van de verzekering komen voor rekening van het ABP.” De keuze voor Proteq als risicodrager “is bepaald door de goede prijs/kwaliteit-verhouding die Proteq voor dit produkt biedt”.
Het ABP stelde in een mailing aan de werkgevers van ambtenaren: “Vooral voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikte zijn de financiële gevolgen desastreus als er geen aanvullend werk wordt gevonden en het Wachtgeld eindigt: het inkomen daalt veelal tot het sociaal minimum. Dat enorme risico lopen 90% van alle vrouwelijke werknemers en tweederde van alle mannelijke werknemers”. De verzekering van het ABP, het ‘IP Aanvullings Plan’, bestaat uit twee componenten:
– de volledig arbeidsongeschikte ontvangt tot 55 jaar een uitkering van 10% van het salaris waarover het invaliditeitspensioen is berekend. Samen met het invaliditeitspensioen is dit 80%. Van 55 tot 65 jaar bedraagt het inkomen 75%;- de gedeeltelijk arbeidsongeschikte die onvoldoende of geen aanvullend inkomen of Wachtgeld heeft, ontvangt tot 65 jaar een aanvulling tot 70%. Het ABP-produkt kent bij de premieberekening – in tegenstelling tot dat van Ohra – geen onderscheid naar risicoklasse of leeftijd. De premie wordt uitgedrukt in een percentage van het maandsalaris. “Na een uitgebreide analyse van de problematiek rond arbeidsongeschiktheid”, aldus het ABP, is de uitvoering van deze verzekering ondergebracht bij Proteq. “In de samenwerking is gewaarborgd dat deze verzekering naadloos blijft aansluiten bij alle overige produkten en diensten van het ABP”.Strategische allianties
Het nieuwe produkt is dus niet ondergebracht bij Ohra, met welke maatschappij het ABP een mantelcontract op het gebied van individuele aanvullende pensioenen heeft gesloten. Eind vorig jaar sprak het ABP al over de gedachte aan strategische allianties met diverse verzekeraars, met het oog op de mogelijke privatisering per 1 januari 1996.
Ohra claimt als eerste de specifieke wao-gatproblematiek voor ambtenaren te hebben onderkend en ook als eerste een oplossing te hebben geïntroduceerd. In haar op het individu gerichte informatiebrochure, moedigt Ohra de ambtenaren aan om hun werkgevers warm te maken voor het sluiten van een collectief contract. “Maar wellicht is uw werkgever nog niet geïnteresseerd of heeft hij andere prioriteiten. Aarzel dan niet en neem het heft in eigen handen”. Het ABP heeft voor de verkoop de tegenovergestelde aanvliegroute gekozen. Het nieuwe produkt wordt in eerste aanleg tijdens een beperkte periode aangeboden via de werkgevers. Zij kunnen dan onder de werknemers de bereidheid tot deelname peilen. “Maken werkgevers geen gebruik van de groepsregeling, dan wordt de aanvullende verzekering rechtstreeks aan de individuele werknemer aangeboden”, aldus het pensioenfonds. In de brief aan de werkgevers stelt het ABP: “Wij beloven u, dat de voorwaarden en de premie van deze verzekering u en uw werknemers uiterst aangenaam zullen verrassen. Het loont zeker de moeite andere, ogenschijnlijk vergelijkbare aanbiedingen kritisch te toetsen aan het aanbod van ABP en Proteq”.
Op deze wijze wordt in de brochure van Ohra het wao-gat verbeeld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.