nieuws

Pensioenoverdracht naar het buitenland: hekwerk om Nederland?

Archief

In de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) is een verbod op afkoop van pensioen opgenomen. Ook waarde-overdracht is aan strikte regels onderworpen. Ook in fiscaal opzicht zijn afkoop en waarde-overdracht strak geregeld. Ondanks de strikte bepalingen is een pensioenoverdracht naar het buitenland – in de praktijk bij voorkeur België – vaak te realiseren. Het pensioen van de emigrerende cliënt kan eenvoudig bij een dochtermaatschappij in het buitenland worden ondergebracht.

mr. Jan-Olivier Kuijkhoven
In de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) wordt onder meer het volgende bepaald: indien pensioen wordt overgedragen aan een zogenaamde toegelaten verzekeraar en de overgang is niet in strijd met de PSW, dan wordt de overdracht niet als (fictieve) afkoop gezien. In de in de Wet LB genoemde toegelaten verzekeraars ontbreken echter de buitenlandse verzekeraars waar men in het geval van emigratie aan zou willen overdragen.
Overdracht aan een dergelijke verzekeraar kan slechts plaatsvinden als wordt voldaan aan voorwaarden die de staatssecretaris van Financiën in december 1996 in een Besluit heeft vastgesteld. Er worden echter veel voorwaarden gesteld, waaraan niet in alle gevallen kan worden voldaan.
Overdracht van pensioen wordt daarom in de praktijk vaak anders aangepakt, waarbij gebruik wordt gemaakt van een aantal belastingverdragen. In een belastingverdrag tussen twee landen wordt bepaald welk land het heffingsrecht heeft over bepaalde inkomensbestanddelen van belastingplichtigen, die beide landen op basis van de nationale wetgeving kunnen belasten. Zonder een belastingverdrag zouden beide landen dus in beginsel belasting heffen.
Overdracht
Aan de hand van het belastingverdrag met België zal ik beschrijven op welke wijze overdracht kan plaatsvinden zonder aan alle eisen te hoeven voldoen die gesteld worden in genoemde Besluit. Men wacht met overdracht naar de buitenlandse verzekeraar totdat de emigratie heeft plaatsgevonden. Na emigratie wordt een verzoek gedaan aan de Verzekeringskamer tot overdracht. In veel gevallen zal deze toestemming zonder problemen worden verkregen.
Vervolgens wordt aan de belastingdienst gemeld dat er een voornemen tot overdracht is en dat er een verklaring wordt gevraagd dat de verzekeringsmaatschappij geen loonbelasting behoeft in te houden over het pensioen. Omdat het verdrag het heffingsrecht toewijst aan het woonland (België) mag Nederland terzake van de overdracht niet heffen en zal de inspecteur een dergelijke verklaring moeten afgeven.
Na ontvangst van de verklaring kan zonder heffing van loonbelasting door de verzekeraar worden overgegaan tot overdracht van het pensioenkapitaal. Verzekeraars zullen na ontvangst van een afschrift van de verklaringen van de Verzekeringskamer en de belastingdienst veelal op verzoek tot overdracht overgaan. Er wordt door de verschillende verzekeraars overigens niet hetzelfde beleid gehanteerd over de gebruikmaking van de belastingverdragen om belastingvrij pensioenen over te kunnen dragen. Zeker is in ieder geval dat als zowel de belastingdienst als de Verzekeringskamer toestemming verlenen, er weinig beletsel is om het pensioen over te dragen aan de Belgische verzekeraar.
Als niet wordt gewacht met overdracht tot ná de emigratie, gaat de vlieger niet op; het belastingverdrag België/Nederland wijst het heffingsrecht toe aan Nederland. Er zal dan geen verklaring worden gekregen van de belastingdienst dat de verzekeringsmaatschappij geen belasting hoeft in te houden.
Afkoop
Vaak geschiedt de overdracht met het oogmerk (of in het achterhoofd) om na emigratie feitelijk tot afkoop over te gaan. In dit verband is het niet zo vreemd dat sommige verzekeraars zich kritisch opstellen bij de overdracht van pensioenkapitaal naar het buitenland. Afkoop is op grond van de PSW en aanverwante wetgeving namelijk niet toegestaan. Velen twijfelen echter of het afkoopverbod grensoverschrijdend is.
Er wordt ten aanzien van afkoop door de verzekeraars wel een risico gelopen. Er kunnen bijvoorbeeld problemen met de Verzekeringskamer ontstaan.
In bepaalde gevallen oordelen de Belgische belastingdienst en rechter in ieder geval dat de afkoop van een in Nederland opgebouwd en naar België overgedragen pensioen door België onbelast is. Dit is bij voorbaat echter niet met zekerheid te stellen.
Voor het slagen hiervan is een juiste redactie van het belastingverdrag in eerste instantie doorslaggevend. Ook voor het overige zal er echter correct en voorzichtig met de materie moeten worden omgegaan om voor de cliënt een overdracht te bewerkstelligen die naar Nederlandse en buitenlandse wet- en regelgeving tot het meest optimale juridische en financiële resultaat leidt. En een overdracht die, het moge duidelijk zijn, volgens de regels wordt gespeeld.
De meeste verdragen die Nederland heeft gesloten, wijzen het heffingsrecht over ‘pensioentermijnen’ toe aan de woonstaat; slechts een enkel verdrag wijst het heffingsrecht toe aan het bronland (Nederland). Bedacht dient echter te worden dat in een groot aantal verdragen het heffingsrecht over afkoop van pensioen is toegewezen aan het bronland (Nederland). Aangezien Nederland iedere overdracht in beginsel als een afkoop ziet, leidt een dergelijke verdragsredactie ertoe dat de voorwaarden van het Besluit dienen te worden gevolgd bij overdracht naar het buitenland.
Ontheffing
In beginsel kan een pensioengerechtigde bij beëindiging van de deelneming – anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd – zijn pensioen afkopen, indien de deelneming niet is geëindigd voor 8 juli 1994.
Er wordt aan de afkoop een aantal eisen gesteld. Zo dient de afkoop er toe te strekken bij een andere verzekeraar aanspraken op pensioen te verwerven (overdracht derhalve) en de afkoopsom rechtstreeks te worden overgedragen aan die andere instelling. De aanspraak dient te worden verworven op een (in artikel 32a, onderdeel c PSW genoemde) verzekeraar en met de belangen van de echtgenoot of gewezen echtgenoot moet rekening worden gehouden. De in de PSW genoemde verzekeraars betreffen kortgezegd in Nederland gevestigde verzekeraars en buitenlandse verzekeraars die van de Verzekeringskamer toestemming hebben diensten te verrichten naar Nederland. Onder het verrichten van diensten naar Nederland wordt verstaan het aanbieden van producten aan inwoners van Nederland.
In het eerste deel van dit betoog is geconstateerd dat een overdracht door een inwoner van Nederland niet tot het gewenste resultaat leidt, omdat het heffingsrecht alsdan toegewezen wordt aan Nederland en de fictieve afkoop alsdan belast wordt. Als er gewacht wordt met overdracht tot na emigratie zal de Verzekeringskamer derhalve ontheffing van het bepaalde in artikel 32a, onderdeel C PSW dienen te verlenen.
Het ontheffingsbeleid is vastgelegd in de Beleidsregels ontheffingen PSW, die de Verzekeringskamer vorig jaar heeft vastgesteld. Er zijn drie soorten goedkeuring.
Ten eerste: als sprake is van een verzekeraar als bedoeld in de WTV 1993, met zetel in de EU, die bevoegd is het levensverzekeringsbedrijf uit te oefenen.
Ten tweede: als sprake is van een verzekeraar met zetel buiten de EU die in Nederland een bijkantoor heeft of naar Nederland diensten verricht en daaromtrent voldoet aan de eisen in de WTV 1993.
Ten derde: voor andere verzekeraars met een zetel buiten Nederland wordt goedkeuring verleend onder een aantal strikte voorwaarden. Deze zijn vergelijkbaar met de voorwaarden die in het Besluit worden gesteld. Fiscaliteit en toezicht ontmoeten elkaar hier weer.
Tot slot
Bovenstaande is het overdrachtsverhaal in een notendop. Bij de overdracht speelt een aantal fiscale risico’s en kwesties, die niet aan de orde zijn gekomen, bijvoorbeeld de overdracht naar het buitenland in eigen-beheersituaties. Het is belangrijk dat verzekeraars in kwestie deze en andere risico’s inventariseren en deze tot een minimum beperken: in het belang van de maatschappij en in het belang van de cliënt.
Voor de adviseur is van belang dat hij bij de advisering aangeeft dat garanties niet gegeven kunnen worden. De cliënt zal de beslissing moeten nemen welke van de twee wegen bewandeld wordt. Om een goede afweging te kunnen maken, moet niet alleen de Nederlandse belastingkant van het verhaal worden verteld, maar moet ook de buitenlandse fiscale regelgeving geïnventariseerd worden.
Mr. Jan-Olivier Kuijkhoven is werkzaam bij de Fiscale Sectie Pensioenen & Verzekeringen van Coopers & Lybrand Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.