nieuws

Pensioen of dividend?

Archief

Menig directeur-grootaandeelhouder (dga) stelt zich na de invoering van het nieuwe wetsvoorstel inzake het aanmerkelijk belang de volgende vraag: ken ik mijzelf een pensioen toe of ontvang ik dividend uit mijn BV? Het antwoord is dat pensioenopbouw, door het verkrijgen van belastinguitstel, nog steeds zinvol is.

Mr. A.S. Lagendijk
Dividenden zijn met ingang van 1 januari 1997 niet meer belast tegen het progressieve tarief in de inkomstenbelasting, maar tegen 25%. De keuze om dividend uit te keren is hierdoor een stuk aantrekkelijker geworden. Terwijl staatssecretaris Vermeend de verplichte toekenning van een salaris heeft ingevoerd, kan nog wel steeds de keuze tussen het al dan niet opbouwen van pensioen gemaakt worden.
De keuze tussen pensioen of dividend lijkt op het eerste gezicht vrij eenvoudig. Bij een pensioen kan elke gulden premie die aan het pensioen wordt besteed ten laste van de fiscale winst worden gebracht. Het maakt niet uit of de premie betaald wordt aan een professionele verzekeraar, dan wel terechtkomt in een pensioen-BV, een holding- of werk-BV. Het pensioen wordt na pensionering uitgekeerd in de vorm van een periodieke uitkering en is dan belast tegen het progressieve tarief in de inkomstenbelasting. Momenteel is het toptarief 60%. Als wordt gekozen voor dividend dan verloopt de belastingheffing als volgt: over een gulden winst wordt 35% vennootschapsbelasting geheven. De 65 cent die resteert, wordt hetzij in de vennootschap belegd, waarna de behaalde rendementen worden belast met vennootschapsbelasting en later uitgekeerd in privé tegen 25%, hetzij direct uitgekeerd en belegd in privé. In privé uitgekeerde dividenden worden belast tegen 25%, waardoor van de behaalde gulden winst 48,75 cent (65 cent*75%) netto over blijft. De gecombineerde belastingdruk op deze gulden is derhalve 51,25%. Dit lijkt op zich een stuk gunstiger dan de belastingdruk van 60%.
Voordeel uitstel
Er zijn echter meer elementen van belang. In de meeste pensioenbrieven is een pensioenleeftijd van zestig jaar opgenomen, hetgeen ook de laagste leeftijd is die voor de opbouw mag worden gehanteerd. Het pensioen mag feitelijk pas op zijn vroegst op 55 jaar worden uitgekeerd. Dat betekent dat de heffing van 60% op 55 jaar of later aan de orde komt. Bij pensioen wordt gekozen voor een uitgestelde belastingheffing. Dit uitstel zorgt voor een rentevoordeel. Omdat immers nu minder belasting wordt afgedragen, blijft een groter deel te beleggen achter.
Het voordeel door het uitstel wordt groter door het feit dat het pensioen op de pensioenleeftijd niet ineens, maar levenslang in periodieke termijnen wordt uitgekeerd. Berekeningen wijzen uit dat in de gevallen waarin het uitgangspunt is dat het pensioen na pensionering tegen 60% of lager tarief wordt belast, de pensioenopbouw voordeliger is dan uitkeringen in de vorm van dividend. Het maakt daarbij niet of het pensioen wordt afgezet tegen de situatie dat de winst na de heffing van vennootschapsbelasting in de BV wordt belegd en later – bijvoorbeeld op pensioendatum – wordt uitgekeerd als dividend, dan wel dat het pensioen wordt afgezet tegen de situatie dat de winst na de heffing van vennootschapsbelasting wordt uitgekeerd als dividend en in privé belegd wordt.
Vermogensbelasting
Een element dat nadelig is voor wat betreft de voorkeur voor pensioen is de vermogensbelasting. De vermogensbelasting kan namelijk voor een verhoogde belastingdruk zorgen. De gezamenlijke druk van vermogensbelasting en inkomstenbelasting kan niet meer bedragen dan 68% van het totale belastbaar inkomen. Dit is echter meer dan de bovengenoemde heffing van 60%.
Nog steeds gaat de regel op dat pensioen leidt tot een uitgestelde belastingheffing en vanuit die optiek bezien voordelig is. Het voordeel wordt nu kleiner, omdat de heffing over de pensioenuitkeringen hoger wordt. In dit geval hangt de aantrekkelijkheid van de pensioenopbouw af van de pensioeningangsleeftijd en de hoogte van de pensioenuitkering. In deze laatste jaren is namelijk het rentevoordeel dat wordt genoten vanwege de uitgestelde belastingheffing het laagste. Dit hangt uiteraard ook af van de hoogte van de rente – een onvoorspelbare factor – die door dit belastinguitstel wordt genoten. Globaal kan gesteld worden dat het tussen de vijf en tien jaren voor de pensioendatum verstandig is om contact te hebben met uw cliënt om het totale inkomensplaatje na pensionering te bezien.
Niet-fiscale argumenten
Naast de voor- en nadelen die belastingheffing kunnen opleveren, spelen andere aspecten een rol. Bij pensioenopbouw vormt de pensioenpremie een aftrekpost voor de vennootschapsbelasting, die een direct liquiditeitsvoordeel voor de onderneming oplevert. Dit directe voordeel komt ten goede aan de ondernemingsactiviteiten.
Als gekozen wordt voor de uitkering van dividend, dient zowel de vennootschapsbelasting van 35% als – in het geval gelden naar privé worden overgeheveld – de inkomstenbelasting van 25% te worden betaald. Veel ondernemers zien dit belastinggeld liever niet uit hun onderneming of uit privé-middelen vloeien.
Een ander aspect is flexibiliteit. Een pensioen mag namelijk niet worden afgekocht of op andere wijze ineens worden uitgekeerd. Ook mag niet van een pensioen worden afgezien, zoals vroeger nog al eens bij de eigen BV gebeurde. Gebeurt dat toch, dan is de waarde van het pensioen belast tegen progressief tarief in de loon- en inkomstenbelasting.
Als de winst wordt belast met vennootschapsbelasting, is het geld vrij beschikbaar in de BV. Vindt daarnaast nog overheveling naar privé plaats tegen 25% inkomstenbelasting, dan is het geld vrij beschikbaar in privé. De beschikkingsvrijheid ten aanzien van pensioengelden is door de regelgeving beperkt.
Een derde element is emigratie. Als een directeur- grootaandeelhouder van plan is in het buitenland te gaan wonen, zullen de pensioenuitkeringen op grond van de meeste door Nederland gesloten belastingverdragen in het woonland belast worden. Vaak levert dat een gunstiger belastingtarief op dan 60% inkomstenbelasting. Pensioenopbouw voortzetten tot het moment van emigratie of eerdere beëindiging van de dienstbetrekking is dan aan te bevelen. Dit hangt uiteraard af van het betreffende verdrag en het verdragsbeleid van de komende jaren. Er is namelijk een aantal nieuwe verdragen die de belastingheffing over pensioenen in bepaalde situaties aan het uitbetalende land toewijzen.
Toekomstige wetgeving
Een niet geheel voorspelbaar aspect betreft wijzigingen in de nationale wetgeving. Er worden momenteel voorbereidingen getroffen om het toptarief van 60% in de inkomstenbelasting te verlagen. Dan lijkt het logisch dat ook de 68%-regeling de langste tijd heeft gehad.
Daarnaast loopt al langere tijd de discussie over afschaffing van de vermogensbelasting. Ook deze elementen betekenen dat opteren voor pensioen in plaats van dividend, de voorkeur krijgt. De conclusie is dat pensioenopbouw nog steeds zinvol is door het verkrijgen van belastinguitstel.
Mr. Alfred S. Lagendijk is werkzaam bij de Fiscale Sectie Pensioenen & Verzekeringen van Coopers & Lybrand Amsterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.