nieuws

Pemba biedt verzekeraars volop kansen

Archief

Het Verbond van Verzekeraars en diverse politieke partijen verwachten niet dat de marktwerking bij Pemba (Wet Premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) van de grond komt, omdat verzekeraars niet in staat zijn een concurrerend product aan te bieden. Het tegendeel is echter waar. Als verzekeraars een verzekering aanbieden die kleine ondernemingen beschermt tegen de hevige premiefluctuaties die optreden binnen het publieke bestel, zullen er zeker ondernemingen zijn die daar gebruik van maken.

door E.W.J.M. Schokker en P.A.H.N. van Neerven
De wet Pemba treedt op 1 januari 1998 in werking en houdt twee grote wijzigingen van de huidige WAO in. De eerste is dat niet langer de werknemers de premie betalen, maar de werkgevers. De tweede grote wijziging is de splitsing van de WAO in twee delen, te weten het risico betreffende de uitkeringen die gedurende de eerste vijf jaar van arbeidsongeschiktheid moeten worden gedaan en het risico na die vijf jaar.
Drie opties
Voor alle werknemers blijft er een collectieve verzekering bestaan voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid na vijf jaar arbeidsongeschiktheid. Iedere werkgever gaat daarvoor de basispremie betalen.
Voor het arbeidsongeschiktheidsrisico van de eerste vijf jaar, beginnend na één jaar ziekte, biedt de overheid aan werkgevers drie opties. Werkgevers kunnen bij de bedrijfsvereniging blijven, of ze kunnen een verzekering sluiten voor dit risico in de particuliere markt, of ze kunnen het risico daadwerkelijk in eigen beheer nemen.
Als de werkgever bij de bedrijfsvereniging blijft, gaat hij voor het ‘eerste-vijf-jaar’risico de gedifferentieerde premie betalen. Deze premie is voor elke afzonderlijke werkgever afhankelijk van twee factoren, namelijk de gemiddelde premie die nodig is om het totaal aan uitkeringen te dekken en het aantal werknemers dat de laatste vijf jaar arbeidsongeschikt werd bij de individuele werkgever. Feitelijk komt deze premiedifferentiatie erop neer dat elke werkgever zijn eigen schadelast betaalt.
Grillig karakter
Om toch ‘aanvaardbare’ premies te houden, dus niet onredelijk hoog, heeft de overheid de gedifferentieerde premie gemaximeerd. De hoogte van het maximum is afhankelijk van de gemiddelde premie en van de grootte van het bedrijf. Voor ondernemingen met minder dan vijftien werknemers geldt ook een minimumpremie. Het premieverloop voor met name niet al te grote ondernemingen (0 tot 100 werknemers) krijgt als gevolg van deze manier van premiestelling een grillig karakter. In bijna alle gevallen betaalt de kleine werkgever óf het maximum (5 à 10% van het salaris) óf het minimum (0 à 1,5% van het salaris). De wettelijke mogelijkheid om de jaarlijkse premiesprongen te maximeren op 1%-punt heeft als enige effect dat lasten over een langere periode worden uitgesmeerd. Forse premieverschillen blijven echter bestaan.
Dubbele kosten
Tot zover de premiedifferentiatie, nu de marktwerking binnen Pemba. Ondernemingen kunnen het publieke bestel verlaten en hun risico op de private markt onderbrengen. De conclusie van het Verbond van Verzekeraars is dat verzekeraars zodanig op achterstand worden gezet ten opzichte van de bedrijfsverenigingen dat het niet mogelijk is een concurrerend product in de markt te zetten. Maar is dat ook werkelijk zo?
Er zijn inderdaad twee grote nadelen voor verzekeraars. Ten eerste betalen verzekerden bij verzekeraars ‘dubbele’ uitvoeringskosten. Alle uitvoeringskosten van de bedrijfsverenigingen worden namelijk gefinancierd door de inkomsten uit de basispremie die iedereen moet betalen. Ook de uitvoeringskosten van de verzekering van het ‘eerste-vijf-jaar’risico van de bedrijfsverenigingen vallen daaronder. Maar de werkgevers die het publieke bestel verlaten moeten ook nog de uitvoeringskosten van hun verzekeraar betalen. Kortom, ‘dubbele’ uitvoeringskosten.
Ten tweede zijn verzekeraars wettelijk verplicht hun premies vast te stellen op basis van rentedekking, terwijl bedrijfsverenigingen het omslagstelsel hanteren. Dit impliceert bij aanvang van de verzekering in 1998 dat de rentedekkingspremie het eerste jaar circa vijf maal de omslagpremie moet bedragen. Voor de verzekeraar die een Pemba-verzekering wil aanbieden zal het lastig zijn dit te overkomen, maar het is niet onmogelijk!
Voor een slimme verzekeraar is het nadeel op te lossen door een financieringsconstructie toe te passen, waarbij een premie gevraagd wordt ter hoogte van de premie zoals bij de bedrijfsvereniging. In het begin ontstaat er een tekort dat op termijn is af te lossen, want vanaf het vierde à vijfde jaar is de rentedekkingspremie namelijk iets lager dan de omslagpremie.
Stabiele premie
Er zijn echter ook voordelen. In de eerste plaats kunnen verzekeraars zich richten op een stabiele premie voor ondernemingen met minder dan honderd werknemers. Door veel kleine ondernemingen samen te voegen poolt de verzekeraar het risico. De behoefte aan een stabiele premie zal zeker aanwezig zijn, want welke onderneming is gebaat bij jaarlijkse premieschokken van mogelijk 10%? Een tweede reden voor werkgevers om nu uit te treden uit het publieke stelsel kan zijn dat ze bang zijn om te laat te komen. Want als de ondernemingen met een laag risico namelijk gaan uittreden, dan leidt dat tot een hogere gemiddelde premie voor de achterblijvers, en dus ook tot een nog hoger maximum. Een derde voordeel is, dat niet meer toe te wijzen arbeidsongeschiktheidslasten, vanwege bijvoorbeeld faillissementen, onderdeel van de gedifferentieerde premie binnen het publieke bestel zijn. Dit werkt sterker door naarmate er meer werkgevers uit het publieke bestel stappen, omdat het aantal achtergebleven werkgevers dat deze lasten dan moet dragen steeds afneemt.
Maar het belangrijkste voordeel voor verzekeraars blijft dat zij in staat zijn aan kleine werkgevers een stabiele premie te vragen. Er zullen zeker kleinere ondernemingen zijn die zich tegen de forse premieschokken binnen het publieke stelsel willen indekken. Ondanks het feit dat de premie bij de verzekeraars gemiddeld gezien wel hoger zal zijn dan in het publieke bestel, voornamelijk vanwege de dubbele uitvoeringskosten, weten werkgevers bij de particuliere verzekeraars wel waar ze aan toe zijn. Onze conclusie is dat verzekeraars ten onrechte somber zijn over hun kansen bij Pemba en dat er zeker marktwerking ontstaat binnen het nieuwe stelsel.
respectievelijk onderzoeker bij KPMG Brans & Co, Raadgevende actuarissen, te Amstelveen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.