nieuws

Partijen in personenschade buigen zich over rekenfactoren

Archief

Het congres ‘Kapitalisatiefactoren: kapitale factoren bij letselschade’ trok begin deze maand ruim tweehonderd belanghebbenden naar de Jaarbeurs in Utrecht. De voors en tegens van eventuele nieuwe elementen in de berekeningen werden ruimschoots belicht, waarbij de sprekers konden rekenen op een geconcentreerd luisterend gehoor.

Het congres was georganiseerd door de vereniging Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP), het Nederlands Rekencentrum Letselschade (NRL) en het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV). Bij de afsluiting van het congres zei mede-organisator Wim Lups (NRL), dat hij een enorme betrokkenheid bij het onderwerp had vastgesteld. Ook was het hem opgevallen dat er ondanks de traditioneel grote tegenstellingen tussen de ‘halers’ en de ‘betalers’, de gehele dag sprake was van een zeer goede sfeer.
Ontwikkelingen
In de uitnodiging voor het congres was gesteld dat diverse kapitalisatiefactoren in de afgelopen jaren nauwelijks onderwerp van discussie vormden. Er wordt simpelweg uitgegaan van een rendement van 6% en een inflatie van 3% (dus een ‘rekenrente’ van 3%) alsmede van sterftekansen en van belastingschade. Er zijn evenwel recente ontwikkelingen die de genoemde ‘rekenrentenorm’ onder druk zetten. Er zijn vonnissen gewezen, waarin voor de korte termijn wordt uitgegaan van 0% rekenrente en van een rekenrente van 2% voor de iets langere termijn. “En dat juist op het moment dat er stemmen opgaan om bij het kapitaliseren van letselschade rekening te houden met een welvaartscorrectie.”
Compensatie
Raoul van Dort, belangenbehartiger van letselschadeslachtoffers, brak een lans voor een welvaartscorrectie (“of welvaartscompensatie, dat maakt voor de afkorting WVC niets uit”). Hij maakte gewag van een schade-inflatie. “De lonen zijn sinds 1985 harder gestegen dan de uitkeringen. En de fiscale schade is door verzekeraars lang ontkend als schadefactor.”
Nicolai Pott (van het voor verzekeraars werkende bureau Van Kouterik & Partners) was de opponent van Van Dort. Hij merkte op dat hij bij zijn voorbereiding op het congres ten aanzien van welvaartscorrectie de volgende opstelling had: ‘Ja, maar…’
“Maar”, haakte hij in op de door Van Dort geschetste loonontwikkeling, “het maakt om te beginnen al heel wat verschil van welk CAO-loon je uitgaat.” Pott onderscheidde daarbij de sectoren markt, zorg en overheid, die niet te veronachtzamen verschillen te zien geven.
Eindloon/Middelloon
Inmiddels stelt Pott zich ten aanzien van welvaartscorrectie op het standpunt ‘Nee, want…’. Hij wees erop dat bij het berekenen van toekomstschade rekening moet worden gehouden met de zogeheten goede en kwade kansen (“Zo is een stelselwijziging in de WAO een kwade kans.”) Bij vergoeding van de schade via een som ineens, worden een aantal kwade kansen voor het slachtoffer geëlimineerd, zoals het risico om te worden getroffen door een reorganisatie, door arbeidsongeschiktheid of door werkloosheid.
Verder wees Pott erop dat veel schades in het recente verleden zijn geregeld op basis van een pensioenregeling die was gebaseerd op het eindloon. Maar inmiddels is een pensioenregeling op basis van het middelloon gangbaar geworden. “En tot voor kort werd alleen rekening gehouden met de eventuele promotiekansen die het slachtoffer misloopt, maar intussen is het begrip demotie in opkomst.”
Britse situatie
De Britse letseladvocate Caroline Harmer hield een uiteenzetting over de ontwikkelingen in Groot-Brittannië. In Engeland wil men eigenlijk af van de lump sum, de som ineens, vanwege de grote onzekerheid over tal van toekomstige ontwikkelingen. De groeiende voorkeur voor periodieke uitkeringen aan slachtoffers wordt overigens getemperd door de vraag, dat er dan onzekerheid zou kunnen bestaan over de continuïteit in deze betalingen.
Kapitalisatiedatum
Peter Knijp (Stadermann Luiten Advocaten) hield als representant van de ‘betalerskant’ een betoog over de kapitalisatiedatum, ook wel ‘peildatum’ genoemd. Als definitie van peildatum gaf Knijp: de ingangsdatum van de toekomstschade.
De roemruchte belangenbehartigers Pals en Verkruisen hebben zich geprofileerd als voorstanders van een peildatum in het verleden. Daarbij moet worden gedacht in de richting van de ongevalsdatum. Door als het ware de toekomstschade te berekenen vanaf een datum in het verleden (soms jaren terug), krijg je het effect van een boete op trage schaderegeling. Knijp: “Maar wat een boete is voor de één, is een bonus voor de ander.”
ASP-advocaat Paul Meijer bevestigde Knijps woorden. “Bij een niet-tijdige schadevergoeding moet de aansprakelijke partij, door kapitaliseren vanuit het verleden, meer wettelijke rente betalen. Zeker bij het weigeren van voorschotbetaling, kan mij niet genoeg wettelijke rente worden gerekend.”
Vermeend
Hoogleraar Willem Vermeend, de voormalige staatssecretaris, kwam met een uiteenzetting over de te verwachten economische ontwikkelingen. Die toekomst kunnen wij in Nederland maar in zeer beperkte mate beïnvloeden. Volgens Vermeend maakt het feitelijk ook weinig uit welke kleur de komende kabinetten hebben. Ontwikkelingen op wereldschaal en op Europese schaal zullen een dominante invloed hebben op de ontwikkeling van onze koopkracht.
Toch had Vermeend ook enkele adviezen die op bedrijfsniveau toepasbaar zijn. “Wij leven in de eeuw van de communicatie en bijna niets is zo belangrijk als het bedrijfsimago.” Hij had zijn medewerkers laten kijken naar de websites in personenschadeland. Vermeend vond het resultaat van dit “niet-wetenschappelijk onderzoek” bedroevend. “In veel gevallen zijn het plaatjesboeken van het niveau nul komma nul”, zei hij schertsend. Sites moeten in elk geval interactief zijn, zo onderstreepte hij. “Leer van uw kinderen. Kijk hoe zij met internet omgaan.”
Herbeleggingsfictie
Van Dort hield een inleiding over de door Bert Pals bepleite ‘herbeleggingsfictie’. Het gaat hierbij om de filosofie dat het slachtoffer de uitgekeerde som geld elke vijf jaar herbelegt om daarmee de best verantwoorde financiële resultaten te kunnen boeken. De gangbare 6-3 formule werd door Van Dort bestempeld als “een starre norm”, die te veel risico’s aan het slachtoffer laat (in de 6-3 formule staat de 6 voor 6% rendement en de 3 voor 3% inflatie).
Pott betoogde vervolgens dat het hanteren van een norm van 3% reële rente ook naar de toekomst bezien zo gek nog niet is. Volgens cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) met betrekking tot de ontwikkeling in Europa wordt voor de periode tot 2020 een reële rente voorzien van 3,0% à 4,2% en voor de periode tot 2040 van 2,6% à 4,3%. Hij blijft voorstander van 6-3. “Die grondslag heeft zich in het verleden bewezen en gezien de CPB-cijfers voor de toekomst is er geen reden voor twijfel.”
Rekenprogramma’s
Daarna werden er van een bepaalde casus schadebedragen gepresenteerd die waren gecalculeerd met de software van Het RekenBureau, het IVBL en Audalet. Er zat weinig verschil in de uitkomsten, die varieerden van _ 303.048 tot _ 307.955.
John Beer (ASP) hield aan het adres van de makers van de rekenprogramma’s een pleidooi om standaard de wettelijke rente te verdisconteren en dat niet als een optiemogelijkheid te hanteren. Jan van Doorn (IVBL) reageerde dat die wettelijke rente er bij de berekeningen van zijn bureau altijd in zit. Alexandra Schneider van Het RekenBureau stelde, dat de wettelijke rente als apart aspect wordt benaderd, omdat eerst duidelijk moet zijn wat er in de betreffende letselzaak aan voorschot(ten) is betaald.
Transactiekosten
Beer refereerde tijdens de slotdiscussie aan de inleiding van de Britse Caroline Harmer. Hij blijft per saldo een voorstander van het bedrag ineens. “Die optie moet worden gehandhaafd, want anders blijf je permanent bezig met het regelen van een schade. Je kunt dan steeds de discussie heropenen. En wat te denken van de omvang van de transactiekosten?”
Congresvoorzitter Emma van Hilten wilde bij de afronding nog wel een terugkerende verbazing uit haar letselschadepraktijk kwijt. Deze betreft het meestal ontbreken van een interactie tussen de aansprakelijkheids- en de leventak bij multibrancheverzekeraars. “Als cliënten te maken krijgen met een uitkering ineens, vragen ze of die niet kan worden omgezet in een levenpolis”. Veelal blijkt de betrokken schaderegelaar daar geen raad mee te weten. Van Dort viel haar bij: “Veel letselslachtoffers gaan op zoek naar een alternatief voor het spaarbankboekje”.
is zo belangrijk als het bedrijfsimago.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.