nieuws

Pals en Verkruisen krijgen bitter-koekjes van eigen deeg

Archief

Pals en Verkruisen krijgen bitter-koekjes van eigen deeg

In AM 14 stond een betoog van de hand van dr. Bert Pals en dr. Gijs Verkruisen. Zij namen in scherpe bewoordingen stelling tegen de kwaliteiten van Audalet, het meest gebruikte systeem voor de berekening van personenschade. Ook de (vermeende) dominantie van verzekeraars en de braafheid van letselschaderegelaars kwamen uitvoerig aan de orde. Er zijn inmiddels drie geschreven reacties binnengekomen: ten eerste van Berth Groot, wiens door AM afgenomen interview de aanleiding voor genoemd betoog vormde, ten tweede van de Audaletstaf en ten derde van Peter Koudstaal, die zich recentelijk als zelfstandig personenschaderegelaar vestigde en zich aangevallen voelt, omdat hij voor het harmoniemodel kiest.
Sprookjes
“Als er weinig inhoudelijke argumenten zijn om een boodschap uit te dragen, dan moet je je blijkbaar verliezen in een flauwe en bijna onbehoorlijke toonzetting. En dat is wat Pals en Verkruisen doen in hun artikel in AM van 16 juli 1999. Een niveau dat de beroepsgroep geen goed doet.
In het artikel van Pals en Verkruisen buitelen we over de insinuaties en onjuistheden heen, over de sprookjes zogezegd. Het is goed om in ieder geval een aantal kanttekeningen te plaatsen.
Audalet wordt gedragen door een relevant deel van de letselschademarkt. Er is in het College van Advies inderdaad sprake van een numerieke meerderheid aan de betalende kant. Binnen het college worden echter geen beslissingen genomen op basis van een meerderheid van stemmen, maar op basis van consensus.
Is er consensus over een onderwerp, dan kan dat zonder meer in het Audaletmodel verwerkt worden. Is die overeenstemming er niet, dan wordt het optioneel aan het model toegevoegd.
Inzichtelijker
Pals en Verkruisen gaan er blijkbaar van uit, dat de ANWB, FNV, CNV en de overige betrokken belangenbehartigers niet in staat zijn om binnen het College van Advies de belangen van slachtoffers op een adequate wijze te behartigen. “Vriendjes willen worden met de wederpartij”, noemen ze dat. Ze zien niet in dat het zeer in het belang van slachtoffers kan zijn om op een gestructureerde en abstraherende wijze overleg te plegen met de wederpartij, zeker als het gaat om de ‘technische’ onderwerpen als een rekenmodel. De discussies in de dossiers worden er niet minder om, maar het geeft wel de mogelijkheid om het schaderegelingsproces inzichtelijker en toegankelijker te maken. Het Audaletmodel zorgt er al jaren voor, dat niet meer wordt gediscussieerd over de rekenmethodiek, maar over de te hanteren uitgangspunten; en daar gaat het uiteindelijk om.
Gezien het intensieve gebruik van het systeem door slachtofferadvocaten en andere, niet bij het College aangesloten, belangenbehartigers, wordt de noodzaak van een breed geaccepteerd rekenmodel wel degelijk onderkend. Daarnaast behouden uiteraard de individuele belangenbehartigers de verantwoordelijkheid om op dossierniveau grensverleggend bezig te zijn.
Schrijnend
De inhoudelijke opmerkingen van Pals en Verkruisen bij het Audaletmodel zijn nogal gezocht. Het meest schrijnende voorbeeld is de “afronding van de berekening ter illustratie van de schatting”. Wat is het doel daarvan? Eerst de schade tot op de cent nauwkeurig berekenen en vervolgens op hele guldens afronden om de schijn te wekken dat het om een schatting gaat?
Audalet heeft er steeds voor gekozen om wetgeving in het model te verwerken en geen speculatieve en mogelijke wijzigingen in de toekomst. Het verwerken van het veronderstelde fiscale regime 2001 geeft eveneens een schijnzekerheid. De parlementaire behandeling bevindt zich in een zo prematuur stadium dat met enige mate van waarschijnlijkheid hierover nog geen goede uitspraken zijn te doen. Als je iets met die te verwachten veranderingen wilt doen, dan zul je dat moeten betrekken in een geclausuleerde afwikkeling van de schade.
Het opnemen van de berekening van de koopsom voor een lijfrente en de daarmee samenhangende aspecten (uitgestelde belastingschade, contradekking) is handig, maar heeft geen duidelijke toegevoegde waarde. Op het moment dat de jaarschades vaststaan, kan richting het slachtoffer slechts een deugdelijk advies worden gegeven op basis van enkele concrete offertes van één of meer levensverzekeraars.
Ten aanzien van de overige ‘inhoudelijke’ opmerkingen van Pals en Verkruisen neem ik aan dat Audalet haar verantwoordelijkheid neemt en hierop nog zal reageren.
Je kunt je dus met rede afvragen, hoe “onthullend” het overzicht van Pals en Verkruisen eigenlijk is? En wie had het ook alweer over onjuistheden en propaganda?” Berth Groot
Vertellers
“In AM van 16 juli jongstleden komen Bert Pals en Gijs Verkruisen onder de noemer ‘Auda(k)let(s), of het sprookje van Groot-kapje en de Wolf’ met “enige lichtvoetige tegenspraak” op het interview met Berth Groot in AM van 28 mei. Zij doen hierin op populair-wetenschappelijke wijze verslag van de maffiose praktijken van verzekeraars, die naïeve belangenbehartigers met het Audalet-model al jarenlang een rad voor ogen draaien. Als bewijs voeren de auteurs echter een zeer raadselachtige lijst met vermeende gebreken op.
Semi-wetenschappelijk
Het artikel in AM wordt ingezet als sprookje. Daarna verzakelijkt weliswaar de toon, maar blijft het waarheidsgehalte op sprookjesniveau. Een alwetende verteller legt de lezertjes uit hoe het zit in letselland. Zo leren wij dat een schadebedrag pas correct is als het hoog is en dat een discussie waaraan meer dan twee mensen meedoen, bij voorbaat tot mislukken gedoemd is. Discussie met een verzekeraar is overigens sowieso zinloos, aldus de vertellers. Als je het al eens wordt, betekent dit alleen dat je bent bedonderd. Het levende bewijs hiervan is het Audalet-model. Vrijwel alle voor het slachtoffer van belang zijnde variabelen worden hierin genegeerd. De belangenbehartigers hebben zich weer eens volledig laten inpakken. Alle belangenbehartigers? Nee, twee wetenschappers blijven moedig weerstand bieden aan de verzekerende overweldigers…
Flauw of grappig? Wat je ook denkt, met het spreekwoordelijke korreltje zout is een verhaal als het bovenstaande nog best te verteren. Kwalijker is echter dat met het artikel een semi-wetenschappelijke checklist meelift, die weliswaar overzichtelijk lijkt, maar vooral onjuist is. Doel ervan is aan te tonen dat het Audalet-model tot in de diepste vezel een verzekeraarsmodel is. Maar liefst veertien van de zestien voor de berekening van letselschade relevante factoren worden door Pals en Verkruisen als “niet aanwezig in het Audalet-programma” bestempeld. Voor twee punten zit daar wat in, al kun je van mening verschillen over onmisbaarheid van een dergelijke functionaliteit. Audalet rondt schadebedragen inderdaad niet af op veelvouden van / 5.000. En een optie die rekening houdt met het nieuwe belastingstelsel, is momenteel nog in voorbereiding.
Maar dan een greep uit de zogenaamd ontbrekende parameters. Genoemde factoren zijn inderdaad allemaal van belang voor het maken van letselschadeberekeningen en maken dan ook al jaren deel uit van het Audalet-model. Zo wordt IB- en VB-schade binnen Audalet zeer nauwkeurig berekend, uiteraard over een afnemend kapitaal. Ook kan uitstekend mét en zónder sterftekans gerekend worden. Terugkapitaliseren naar ongevalsdatum conform HR 17-10-1997 gebeurt automatisch als de gebruiker als kapitalisatiedatum de datum van het ongeval invult. Een mogelijkheid die al in het systeem zat ver voordat de Hoge Raad met zijn uitspraak kwam. Het aanpassen van pensioenpremies of het berekenen van wettelijke rente? Allemaal geen enkel probleem.
Hoe komt iemand op het idee dat het er allemaal niet in zit? Pals en Verkruisen geven volgens goed wetenschappelijk gebruik aan waarop de lijst gebaseerd is: enkele recente Audalet-berekeningen waarover zij de beschikking hadden. Recent in de zin van ‘Ik herinner mij nog goed dat recent de Tweede Wereldoorlog uitbrak’? Dat lijkt onwaarschijnlijk, maar ook het alternatief baart zorgen: Pals en Verkruisen zijn in hun enthousiasme vergeten zich in de systematiek van het programma te verdiepen, voordat ze het de grond in boorden. Een groot aantal componenten in een Audalet-berekening kan namelijk naar inzicht van de gebruiker ‘aan’ of ‘uit’ worden gezet. Het rapport vermeldt bij elke berekening keurig welke uitgangspunten er zijn gebruikt. Wil je weten wat er nog meer kan, dan kun je terecht in de documentatie of in het programma zelf. Of je schrijft je in voor een beginnerscursus.
Kloppend en compleet
Eén van de klachten van Pals en Verkruisen is het ontbreken van een “duidelijke toelichting”. Nu is duidelijkheid een subjectief begrip. In de Audalet-logica wordt ervan uitgegaan dat een rapportage in de eerste plaats kloppend en compleet moet zijn. Daarnaast mag ervan worden uitgegaan dat de doelgroep beroepshalve letselschades regelt, en dus weet wat zij aan het doen is. Ter illustratie: heeft de gebruiker gekozen voor een berekening zonder fiscale component, dan verschijnt niet standaard op elke pagina van het rapport in fluorescerende letters de waarschuwing ‘Pas op, de krenten zitten weer op hun geld!’. Dit ook omwille van de neutraliteit.
Mogelijk is de rapportage dus inderdaad nog niet duidelijk genoeg en is collega dr. Pals door het ontbreken van deze melding op het verkeerde been gezet. We weten inmiddels wel hoe zijn dag verder verliep. Hij stapte uit bed en schreef een vinnig stukje voor AM.” Dorus-Jan ten Boom, Audalet
Kasteelheer
“Het regende pijpenstelen. Er werd aan de poort gerammeld. De kasteelbewoners veerden op. Zo laat nog, wie kon dat zijn? Buiten stonden de na een jachtpartij jaren geleden niet meer teruggekeerde kasteelheer en zijn trouwe metgezel, die kort daarna het woud was ingetrokken om zijn meester te zoeken. Daar stonden ze, zittend op hun trouwe stokpaard…
Naar aanleiding van het artikel van de doctoren Pals en Verkruisen in AM van 16 juli 1999 richt ik mij tot de heren auteurs. Daarbij wil ik ingaan op de vorm en de inhoud van dat betoog.
Om met het laatste te beginnen. De door u aangedragen bemerkingen op het Audalet-rekenmodel voor het berekenen van arbeidsvermogenschade in de toekomst verdienen het vanzelfsprekend om nader te worden bestudeerd en op hun validiteit te worden getoetst. Uw beta-benadering van de problematiek sterkt mij in de overtuiging dat de discussie dit keer geen eindeloze behoeft te worden. Argumenten zijn ‘true or false’ dus rollebollen in het grijze middengebied is niet aan de orde.
Heren, maakt u een afspraak met de heer Groot en zijn Audalet-companen, dan komt u er met z’n tweeëndertigen wel uit. Mag ook wel na bijna twee decennia. Van de uitkomsten neem ik te zijner tijd graag kennis via dit medium. En als u met uw gebundelde deskundigheid kunt leven met de uitkomsten, dan kunnen mijn klanten dat ook.
Tips
Hier volgen nog wat goed bedoelde tips: 1. Stoort u zich niet teveel aan de niet-wetenschappers aan de Audalet-tafel: zij doen ook gewoon hun best; 2. Als je zeker weet dat je gelijk hebt, maar je kunt je gesprekspartner niet overtuigen, dan betekent dit in het proces van schaderegelen gewoon ‘0 punten’; 3. Waakt u voor de parallel met de landelijke politiek: zij die ‘tegen stemmen’ tot politiek doel hebben verheven, worden niet snel meeregeerders; 4. Mocht u van mening zijn dat uw instituut, het Vias, alleen bestaansrecht heeft bij een blijvend verschil van opvatting met Audalet vraag ik u toch dit oneigenlijke argument verder geen rol te laten spelen bij uw vaktechnische discussie met Groot c.s.
Achterhaalde knuppel
Nu iets over de vorm. De toon van uw stuk is wat ‘over de datum’, merk ik met uw welnemen op. Vervult mij met ‘wat deed ik ook alweer in juli 1984’- gedachtes. Een wat achterhaalde knuppel in een veranderd hoenderhok. En natuurlijk altijd weer Amerika. En de toestanden daar. Beter bekend als de zogenaamde ‘Amerikaanse toestanden’ waarvan we nog veel kunnen zouden kunnen leren.
Corrigeert u mij als ik het niet juist zie, maar ik denk dat u hoopt op een technocratische discussie waarbij deskundigen zich met name uitspreken over de mate van elkaars (gebrek aan) deskundigheid. Mogen wij hiervoor behoed worden: vanuit de medische wetenschap is toch zo langzamerhand bekend dat elkaar te vuur en te zwaard bestrijdende experts, patiënten over het algemeen niet dichter bij genezing brengen.
Fatsoenlijk behandelen
U schampert in uw artikel dat steeds meer rechtshulpverleners “vriendjes met verzekeraars” willen worden. Dat laatste doet me deugd, zeker als dat ook consequenties heeft voor de toonzetting waarop partijen met elkaar communiceren. Want de psychische belasting voor slachtoffers wanneer zij alleen al kennis moeten nemen van alles wat er over hun situatie wordt gezegd en geschreven, wens je niemand toe. Nu is er veel over het begrip ‘vriendschap’ bespiegeld. Als ‘vriendschap’ iets éénzijdigs is, dan pas ik ervoor; dan is dat gewoon ‘gebruiken’. Vriendschap moet voor beide betrokkenen kwaliteit aan het leven toevoegen. Dat doet het voor mij B professioneel gezien B pas wanneer mijn klant, het slachtoffer, in de breedst mogelijke zin fatsoenlijk wordt behandeld door, in dit geval, de aansprakelijke verzekeraar. Niets meer, niets minder. @PLT = Een tendens is dat slachtoffers van hun belangenbehartiger willen weten wat hun toonzetting in de onderhandelingen met de aansprakelijke verzekeraar zal zijn. In jaren-negentigtermen betekent dit dat de klant gewoon wil weten hoe het product eruit ziet dat hij koopt.
Het is een aperte misvatting dat daarom “vriendjes worden met verzekeraars” niet kan. Je moet je klant, het slachtoffer, alleen wel van tevoren vertellen dat je in principe kiest voor het ‘in goed overleg’ regelen van de letselschade. Maar dat geldt ook wanneer je je dienst agressief vormgeeft.
Ik lees verder: “de niet-advocaat moet noodgedwongen vooral de wederpartij overtuigen, een advocaat uiteindelijk slechts de rechter”. U vindt dit “op zich wel logisch”. De gedachte hierbij kan dan geen andere zijn dan dat in ieder geval in de beleving van de auteurs het ‘op zich wel logisch’ is dat de professional eigenbelang laat prevaleren boven het belang van de klant: de niet-advocaat die zijn cliënt niet adviseert om de zaak aan de rechter voor te leggen, omdat dan voor hem de meter stopt. Alweer terug in de tijd. U heeft het over de tijd dat deskundigen vooral dikke rapporten maakten met weinig echte inhoud, klanten om de tuin leidden met gewichtig aandoende drogdiscussies over met name voor schaderegelingen niet relevante issues.
Even bijpraten. Als de situatie vraagt om de rechter als ‘breekijzer,’ dan zij dat zo. Simpel. Het belang van het slachtoffer weegt zwaarder dan het financieel belang dat de deskundige heeft bij het behandelen van een zaak. Geen discussie over mogelijk. De gemiddelde klant (bestaat die?) anno nu accepteert van zijn belangenbehartiger B terecht – niet dat hij voor hem of haar relevante informatie ‘onder de pet’ houdt of dat hem adviezen worden onthouden. De klant wil tijdens de schaderegeling eigenlijk altijd weten ‘waar we staan’ en wanneer het gewenste resultaat wordt bereikt. En of het misschien nog wat eerder kan. Vraagt in ieder geval steeds vaker of, zoals iedereen nog steeds beweert, het echt allemaal zo lang moet duren. Want het leven is al veel te kort en gaat in ieder geval gewoon door.
Botte bijl
Waar slachtoffers nog meer behoefte aan hebben? Aan meer standaardisering van het schaderegelingsproces, een betere samenwerking tussen experts (dit verhoogt immers de uiteindelijke ‘productiviteit’) en daar waar nodig een snelle arbitrage. Lijkt mij leuk voor u om daar een stukje voortouw in te nemen!
De zorgzame overheid wordt geleidelijk aan vervangen door de zorgzame verzekeraar. Ineens waren de omstandigheden daar dat het ontwikkelen van meer zorggerelateerde producten voor verzekeraars commercieel interessant werd. Een botte-bijl-beleid jegens ongevalsslachtoffers past niet in dat ‘sociale gezicht’. Er wordt merkbaar gebouwd aan een nieuw imago; het is helaas hier en daar de werkvloer waar die boodschap nog niet geheel is doorgedrongen. Misschien realiseren wij ons B een beetje beroepsgedeformeerd als we zijn – ook onvoldoende dat de huishoudboekjes van verzekeraars iets verder reiken dan de genoten omzet uit aansprakelijkheidspremies en betaalde letselschade. Dit is misschien een korte-termijnzorg van de vakspecialist, op bestuursniveau zal het eerder de dollarkoers (over Amerikaanse toestanden gesproken!) zijn die de gemoederen bezighoudt.
Met dit in gedachten is de ‘uitsmijter’ van het artikel van Pals en Verkruisen prima op waarde te schatten. Een advocaat van verzekeraars zou één van de heren B waarschijnlijk onder het genot van een goed glas Chablis B deelgenoot hebben gemaakt van een nogal respectloze samenzwering van een aantal verzekeraars jegens ongevalsslachtoffers en hun belangenbehartigers. Heren, u ook nog een wijntje?
Het welkom was warm, het eten overvloedig. Zijn vrees echter dat er iets niet klopte werd bewaarheid toen de kasteelheer de ridderzaal betrad. De stoel waaruit hij zijn medestrijders in het verleden altijd toesprak, was verdwenen. Er werd druk gepraat. Over aansprakelijkheidskwesties, land, vee of wat dan ook. Handen werden geschud. Maar daar in de hoek ontstond wat ruzie. “Wij verschillen van mening en wij vragen uw bemiddeling”, zei één van de ruziemakers tegen de inmiddels toegelopen kasteelheer. “Wordt er hier niet meer stevig geduelleerd?”, vroeg de kasteelheer verbaasd. “Haast niet, want overleggen werkt beter”, was het antwoord. De kasteelheer van weleer en zijn trouwe metgezel wisselden een blik van verstandhouding. Diep van binnen wisten ze het zeker. Vroeger komt nooit, nooit meer terug.
Peter Koudstaal
Om de draak te steken met de verdachtmaking van Pals en Verkruisen, liet Koudstaal zich gewillig vereeuwigen voor het hoofdkantoor van een grote verzekeraar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.