nieuws

Overlevingskans van man stijgt sneller dan van vrouw

Archief

De overlevingskansen van mannen zijn in de jaren 1990 tot en met 2000 sneller gestegen dan die van vrouwen. Het verschil is weliswaar nog 5,4 jaar in het voordeel van de vrouwen, maar in 1990 werd een vrouw gemiddeld nog 6,5 jaar langer leven toegedicht dan een man.

Dit is een van de conclusies die volgen uit de deze week door het Actuarieel Genootschap (AG) gepresenteerde nieuwe sterftetafels, tot stand gekomen na een bewerking van de officiële sterftecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Binnen het AG worden de tafels overigens aangeduid als overlevingstafels.
De sterftetafels worden gebruikt voor de vaststelling van premies voor levensverzekeringen en pensioenen. Omdat mensen steeds later overlijden, zullen de premies voor overlijdensrisicoverzekeringen dalen. Anderzijds zouden de premies voor lijfrente- en pensioenverzekeringen moeten stijgen, omdat mensen steeds langer leven en dus langer uitkeringen genieten.
Of verzekeraars snel zullen overschakelen op de jongste overlevingstafels 1995-2000 is maar de vraag, zo weet Alfred Oosenbrug, bestuurslid van het AG. “In de praktijk blijken de administratieve systemen hiervoor hét struikelblok te zijn. Het moge bekend zijn dat die momenteel al niet vloeiend werken. Invoering van nieuwe grondslagen geeft nieuwe complicaties: je krijgt in je bestand meerdere generaties polissen die op andere grondslagen zijn gebaseerd en dat heeft natuurlijk ook gevolgen voor je systeem van voorzieningen.” Om die reden blijft toepassing van de nieuwe sterftetafels bij verzekeraars soms vele jaren achterwege. “Bij pensioenfondsen is het anders”, aldus Oosenbrug. “Daar worden de nieuwe overlevingstafels vrij snel geaccepteerd.”
Stijgende lijn
De AG-commissie Overlevingstafels, voorgezeten door Swiss Re-directielid Joost van de Ven, heeft voor de overlevingstafels 1995-2000 een andere rekenmethode gebruikt dan voorheen. Voor ingewijden: de methode Makeham is verlaten en ingeruild voor een door ING-actuaris Henk van Broekhoven ontwikkelde rekenmethode.
“Belangrijkste is dat we nu de relatief hoge babysterfte wél hebben verwerkt en dat we bij lage leeftijden ruimte laten voor het dalen van de sterftekans.” Volgens Van de Ven een belangrijke keuze. “Voorheen hebben we, in lijn met de logica, altijd een stijgende lijn gemaakt. Dus hoe ouder je werd, hoe hoger je sterftekans. Dat gebeurde echter steeds kunstmatiger en het komt ook niet overeen met de werkelijkheid.”
Van de Ven doelt daarmee niet alleen op de dalende sterftecijfers in de eerste levensjaren van een mens, maar tevens op de sterftepiek bij 16- tot 25-jarigen. “Vooral bij mannen is hier een piek: in deze leeftijdscategorie sterven tweeënhalf keer zoveel mannen als vrouwen.” De verklaring is volgens Van de Ven de gedragsfactor. “Met name roekeloos gedrag in het verkeer kost hier veel levens. Na het 25e levensjaar zie je ineens dat de sterftekans kleiner wordt. De lijn buigt pas bij 30 à 31 jaar weer om naar boven.”
Roken en drinken
Een andere belangrijke doodsoorzaak blijft roken. En daar zit volgens AG-bestuurslid Oosenbrug de voornaamste reden voor het kleiner worden van het verschil in levenskansen van mannen en vrouwen. “Vrouwen gedragen zich maatschappelijk steeds meer als mannen, zou je kunnen zeggen. Met name hun rookgedrag is sterk veranderd. Bij jongeren – tot dertig jaar – zijn er al meer rokende vrouwen dan mannen. Dit veranderde gedrag ga je zo langzamerhand in de sterftetabellen terugzien. Hetzelfde geldt eigenlijk voor alcoholmisbruik.”
De levenskans van een pasgeboren meisje ligt volgens de jongste cijfers op 80,5 jaar, tegen 80,7 jaar in 1995. “Maar dit laatste cijfer is vertekend”, zegt Van de Ven. “Je zou daar zo’n 0,5 jaar vanaf moeten trekken, omdat in 1995 nog geen rekening werd gehouden met de hoge babysterfte.” Voor een pasgeboren jongetje ligt de levenskans momenteel op 75,1 jaar, tegen 74,8 jaar in 1995 (exclusief 0,5 jaar correctie). Van de Ven: “Het gat tussen mannen en vrouwen wordt dus kleiner. Maar in dit tempo duurt het nog 55 jaar voor het verschil helemaal is weggewerkt”.
115-jarigen
De correctie van de babysterfte is niet nodig als wordt gekeken naar de levenskansen van 65-jarigen, een belangrijk cijfer voor lijfrente- en pensioenverzekeraars aangezien uitkeringen vaak op deze leeftijd ingaan. Volgens de jongste sterftetafels heeft een 65-jarige vrouw in Nederland gemiddeld nog 19,1 jaar te leven. In 1995 was dat 19,0 jaar. Een 65-jarige man kan momenteel nog rekenen op 15,0 jaar leven, tegen gemiddeld 14,6 jaar in 1995.
Volgens Oosenbrug zit hier, met het oog op de vergrijzingsproblematiek, een essentiële conclusie in. “De ontwikkeling in positieve zin zet door, maar heel geleidelijk en traag. Er zijn nog niet zo heel lang geleden mensen geweest die hebben geroepen dat de gemiddelde levensverwachting voor Nederlandse jongetjes in 2010 wel 115 jaar zal zijn. Nou, dat kunnen we wel vergeten. Als het in dit tempo doorgaat, wat ik niet geloof maar stel dat, dan zitten we pas in het jaar 2243 op een gemiddelde leeftijd van 115 jaar voor mannen.”
In dit tempo is de overlevingskans van man en vrouw over 55 jaar gelijk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels

Reageren kan op twee manieren.

Meld uzelf als gebruiker aan, uw naam verschijnt dan automatisch bij de reacties.

Of vink de optie gast aan en reageer onder eigen naam of een schuilnaam. Inlog en wachtwoord zijn dan niet nodig. Het kan maximaal 1 minuut duren voordat uw reactie zichtbaar wordt.

Een e-mailadres wordt altijd gevraagd maar nooit getoond.